De Amerikaanse historicus Timothy Snyder ziet in Donald Trumps tweede presidentschap een gevaarlijk experiment met de fundamenten van de Amerikaanse democratie. Hij trekt in een interview met de Frankfurter Allgemeine Zeitung expliciet lijnen naar het Derde Rijk, maar niet omdat Trump “de nieuwe Hitler” zou zijn – wel omdat dezelfde bouwstenen van een totalitair systeem opnieuw zichtbaar worden.​
Centraal staat Trumps poging om van de immigratiedienst ICE feitelijk een nationale politiemacht met paramilitaire trekken te maken, opererend ver buiten de grensstaten. Snyder herinnert eraan dat Hitler na 1933 precies dat deed: versnipperde politiediensten en knokploegen (SA, SS) in één piramide onder het Rijksveiligheidsbureau trekken. Wie die geschiedenis serieus neemt, zegt hij, kan niet wegkijken wanneer federale agenten in Minneapolis burgers doodschieten en commandanten zich in SS‑achtige mantels laten fotograferen.​
Snyder houdt tegelijk vol dat Trump niet in dezelfde liga speelt als Vladimir Poetin. Poetin is de oligarch die alle anderen overvleugelt en honderdduizenden levens offert voor zijn oorlog in Oekraïne, waar Trump vooral “consumentenimperialisme” bedrijft: hij wil een snelle, televisievriendelijke overwinning en haakt af zodra de kosten – in geld of in lijken – te hoog worden. Trump neemt wat hem zonder veel weerstand wordt gegeven; waar verzet opduikt, trekt hij zich vaak terug, van Groenland tot Rusland.​
– Snyder noemt Trump al jaren een fascist en vergelijkt ICE met vroege nazi‑repressie: van versnipperde politie naar één nationale machtspiramide.
​– Trump, Poetin en Musk delen volgens hem een minachting voor waarheid en een voorkeur voor fossiele energie, maar Poetin is bereid massaal levens te offeren en Trump niet.
​– De EU ziet hij als enige realistische tegenkracht tegen oude en nieuwe imperiale projecten in Rusland, China én de VS.​
Toch ziet Snyder verontrustende parallellen tussen Trump en Poetin: de cultus van de sterke man, het systematisch verdacht maken van waarheid, wetenschap en journalistiek, en de omarming van fossiele energie. In de manier waarop Trumps omgeving demonstranten in Minneapolis als “terroristen” neerzet, herkent hij het Russische handboek. Op dat punt hoort volgens hem ook Elon Musk in de analyse: als extreem invloedrijke miljardair die zijn platform X heeft opengesteld voor nazi-symboliek en wit-nationalistische propaganda, en die de AfD en andere anti-Europese krachten versterkt.​
Snyder verbindt dat alles met een groter geopolitiek beeld. Waar Amerika volgens hem “terugvalt in een zelfdestructief imperium vol zelfhaat”, belichaamt de Europese Unie de hoop op een post‑imperiale orde: een groot machtsblok dat niet draait op koloniale uitbuiting. Maar dan moeten Europeanen – en zeker Duitsers en Nederlanders – hun eigen imperiale verleden onder ogen zien, de oorlog in Oekraïne serieus nemen en begrijpen dat partijen als de AfD niet alleen een binnenlands probleem zijn, maar een instrument in een bredere aanval op de Europese democratie.​