Een afgetraind oersterk lichaam, een tot in de puntjes geperfectioneerde techniek en vooral heel veel oefenen, dat maakt topsporters als Jenning de Boo en Jutta Leerdam zo ontzettend goed. Maar er is meer.
Steeds meer onderzoek maakt duidelijk dat topsport ook een bijzondere cognitieve inzet vereist. Wetenschappers spreken over ‘perceptueel-cognitieve vaardigheden’: het vermogen om een wirwar aan beelden, geluiden en bewegingen om te zetten in razendsnelle beslissingen. Topatleten scannen een chaotische situatie, filteren de juiste signalen en handelen nog voordat anderen de kans herkennen.
Om die vaardigheden te meten, gebruiken onderzoekers onder meer de zogeheten multiple-object tracking-taak. Daarbij moeten proefpersonen meerdere bewegende stippen op een scherm volgen, terwijl ze afleidende stippen negeren. De test doet een beroep op aandacht, werkgeheugen en het onderdrukken van prikkels, precies de processen die sporters inzetten om spelpatronen te lezen en op bewegingen te anticiperen.
Topsporters presteren hierin doorgaans beter dan niet-sporters. Dat is logisch: het volgen van medespelers en tegenstanders in een dynamische wedstrijd is in essentie het managen van visuele chaos.
Toch is er een belangrijke nuance. Uitblinken in zo’n laboratoriumtaak maakt iemand niet automatisch een goede topsporter. Onderzoekers noemen dit de ‘curse of specificity’: een vaardigheid die in een smalle context wordt getraind, vertaalt zich niet vanzelf naar topprestaties op het ijs.
Dat leidt tot een fundamentele vraag: worden mensen met uitzonderlijke cognitieve vermogens aangetrokken tot snelle sporten of scherpt jarenlange training juist die mentale voorsprong aan? Het antwoord lijkt een combinatie van beide. Ook radaroperators en fanatieke gamers, die continu snel veranderende beelden volgen, scoren bovengemiddeld op dit soort taken en leren ze sneller.
Wat elitesporters onderscheidt, is waarschijnlijk niet dat ze meer informatie opnemen, maar dat ze sneller de juiste informatie selecteren. Die efficiëntie verlaagt de mentale druk en maakt betere beslissingen onder extreme tijdsdruk mogelijk.
Bron: Science Alert