Sterren, planeten en jij hadden er niet hoeven zijn. Na de oerknal ontstonden materie en antimaterie in bijna gelijke hoeveelheden, en die twee vernietigen elkaar. Natuurkundigen uit Southampton en het Indiase Kanpur denken nu dat een deeltje dat hun vak decennialang negeerde de doorslag gaf.
Een traag deeltje nam even het heelal over
Het gaat om een zogeheten ontkoppeld zwaar neutrino, een zwaardere en nog hypothetische verwant van het neutrino. Gewone neutrino’s zijn piepkleine deeltjes die bijna nergens mee reageren. Hun zware neef reageert nog zwakker en gold daarom als onbelangrijk.
Rishav Roshan van de University of Southampton en Sudipta Show van het Indian Institute of Technology Kanpur rekenden uit dat juist zijn trage verval telt. Het deeltje leefde zo lang dat het tijdelijk het grootste deel van de energie in het jonge heelal voor zijn rekening nam. Hun studie staat in het vakblad Physical Review Letters.
“Dit losgekoppelde zware neutrino werd in de deeltjesfysica lang weggezet als een onbelangrijk detail op de achtergrond,” zegt Roshan in het persbericht van zijn universiteit.
Waarom er iets is in plaats van niets
Materie en antimaterie zijn elkaars spiegelbeeld. Komen een deeltje en zijn antideeltje elkaar tegen, dan verdwijnen ze en blijft er energie over. Waren er na de oerknal precies evenveel van geweest, dan was het heelal vrijwel leeg gebleven.
Er bleef een klein overschot aan materie over, en daaruit bestaat alles wat je ziet. Hoe dat overschot ontstond, is een van de grootste open vragen in de natuurkunde. WEL schreef in 2017 al dat het heelal er volgens de wetenschap eigenlijk niet kan zijn, na metingen bij CERN.
Feiten op een rij
- Materie en antimaterie ontstonden na de oerknal in bijna gelijke hoeveelheden.
- Het zware neutrino is hypothetisch: niemand heeft het ooit gemeten.
- Het onderzoek is een berekening, gepubliceerd in Physical Review Letters (oktober 2026).
- Bewijs moet komen uit oeroude zwaartekrachtgolven.
Het deeltje verschoof een temperatuurschakelaar
Volgens de berekening veranderde het zware neutrino het moment waarop elektronen en verwante deeltjes, met hulp van het higgsdeeltje, met hun antideeltjes reageerden. Het higgsdeeltje is het deeltje dat bij het geven van massa aan andere deeltjes hoort.
“Die temperatuur is een soort schakelaar: hij bepaalt hoe het overschot aan materie op antimaterie ontstond,” zegt Roshan. Schuift die schakelaar, dan verandert ook hoeveel materie overblijft.
Dat wij hier überhaupt zijn, bewijst dat materie het ooit van antimaterie heeft gewonnen.
Rimpelingen in de ruimte moeten het bewijzen
Voorlopig is het een theorie. Show ziet wel een manier om haar te toetsen: de plotselinge verandering in de uitdijing van het jonge heelal laat volgens Show sporen na in oeroude zwaartekrachtgolven, rimpelingen in ruimte en tijd. Die golven werden in 2016 voor het eerst rechtstreeks waargenomen, al kwamen die van botsende zwarte gaten.
“Het geeft ons een nieuwe verklaring voor de overwinning van materie,” zegt Show. Vinden toekomstige detectoren het patroon dat Show en Roshan voorspellen, dan heeft het vergeten deeltje een rol gespeeld in het ontstaan van alles.
Meer weten?
Bronnen: ScienceDaily, University of Southampton