We zouden duurzamer eten, minder voedsel verspillen, de uitstoot terugdringen en zorgen dat iedereen toegang heeft tot gezond en betaalbaar voedsel. Dat was althans het plan voor 2030. Met nog maar een paar jaar te gaan, blijkt daar weinig van terecht te komen. Van vrijwel alle internationale doelen voor ons voedselsysteem is er slechts één echt binnen bereik. En dat is bepaald niet het doel waarop je had gehoopt.
Een internationaal onderzoeksteam van het Food Systems Countdown Initiative (FSCI) bekeek voor een nieuwe studie in Nature Food hoe 197 landen ervoor staan. De wetenschappers onderzochten 44 indicatoren die samen iets zeggen over de gezondheid en duurzaamheid van onze voedselsystemen: van landbouw en klimaat tot voeding, bestuur en sociale omstandigheden.
Voor 30 indicatoren bestaan concrete internationale doelen. Slechts één daarvan lijkt in 2030 daadwerkelijk haalbaar: het aantal mobiele telefoonabonnementen. Dat wordt gebruikt als graadmeter voor sociale verbondenheid en de weerbaarheid van voedselsystemen.
Voor 22 indicatoren ligt minder dan een derde van de landen op koers om in 2030 het afgesproken doel of een relevante benchmark te halen. Vooral de uitstoot van broeikasgassen door de voedselproductie springt eruit. Gemiddeld bedraagt de afstand tot het gestelde doel nog meer dan 75 procent.
Nog zorgwekkender: op sommige terreinen gaan landen niet eens langzaam vooruit, maar juist achteruit. Dat geldt onder meer voor pesticidengebruik, de verkoop van ultrabewerkt voedsel, deelname van burgers aan de samenleving en de mate waarin overheden verantwoording afleggen.
Volgens onderzoeker Bianca Carducci is het daarom belangrijk om niet alleen te kijken óf landen vooruitgaan, maar vooral hoeveel ze nog moeten doen. Juist dat maakt duidelijk waar overheden werkelijk tekortschieten.
Bestuur speelt daarbij een cruciale rol. Effectieve overheden, transparantie en betrokkenheid van burgers zijn volgens de onderzoekers geen bijzaken: zonder die voorwaarden wordt het veel moeilijker om ook klimaat-, gezondheids- en voedseldoelen te halen.
Helemaal uitzichtloos is het niet. Bij ongeveer de helft van de onderzochte indicatoren beweegt de wereld tenminste de goede kant op. En wanneer de onderzoekers de horizon verschuiven van 2030 naar 2050, ziet het plaatje er aanzienlijk beter uit.
Maar dat betekent vooral dat we meer tijd nodig hebben voor doelen die eigenlijk veel eerder gehaald zouden moeten worden.
De boodschap van de onderzoekers is dan ook weinig subtiel: het tempo moet fors omhoog. Zonder versnelling dreigen alle mooie beloften over betaalbaar, gezond en duurzaam voedsel vooral dat te blijven: beloften.
Bron: Science Alert