In Europa is dansen een vanzelfsprekendheid. Een avondje uit, een festival, een bruiloft – niemand denkt er twee keer over na. In Iran kan diezelfde beweging je in de gevangenis doen belanden, of erger. Die scherpe tegenstelling vormt de kern van een indringende column van schrijfster Nava Ebrahimi in de Süddeutsche Zeitung, die deze week verscheen en raakt aan een veel fundamentelere vraag: wat gebeurt er wanneer kunst haar politieke lading verliest?[
Dans zit diep verankerd in de Iraanse cultuur. In traditionele Iraanse huiskamers staan banken en fauteuils langs de muren, zodat er in het midden ruimte overblijft om te dansen tijdens familiebijeenkomsten. Dansen is er net zo vanzelfsprekend als eten en slapen. Het is des te wreder dat de Islamitische Republiek het al meer dan vier decennia verbiedt. Dans wordt door het regime als "zondig" bestempeld – en beschouwd als nog bedreigender dan muziek. (De Taliban vindt vliegeren godslatserlijk)
Dansleraren werken ondergronds en riskeren arrestatie. Nadat in september 2025 een video opdook van vrouwen die zonder hijab dansten op een kinderevenement in Shiraz, werden de organisatoren en deelnemers strafrechtelijk vervolgd. De aanklager noemde de dans "immoreel".
Ebrahimi beschrijft een treffend inzicht van Iraanse danseressen die naar Europa vluchtten: "Toen ik in Iran danste, had ik het gevoel dat ik iets deed. Hier beweeg ik alleen maar." Die ene zin vat het hele dilemma samen. In Iran is elke danspas een daad van verzet tegen een systeem dat het lichaam controleert. In Europa verdwijnt die urgentie – en moeten gevluchte kunstenaars op zoek naar een nieuwe betekenis voor hun werk.
De actualiteit maakt Ebrahimi's betoog nog urgenter. Eind december 2025 braken in Iran de grootste protesten uit sinds de Islamitische Revolutie van 1979, aangewakkerd door hyperinflatie en de ineenstorting van de rial. Human Rights Watch en Amnesty International documenteerden hoe veiligheidstroepen met scherp vuur, metalen hagel en massale arrestaties reageerden op grotendeels vreedzame demonstranten. In de straten van Teheran dansten vrouwen zonder hijab – met loshangende haren, op symbolische locaties, als ultieme daad van ongehoorzaamheid.
Een rechter aan het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag bezocht regelmatig het Mauritshuis om bij Vermeers schilderijen tot rust te komen temidden van oorlogsdossiers.
Ebrahimi maakt in haar column een verrassende zijsprong naar de schilder Vermeer: een rechter aan het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag bezocht regelmatig het Mauritshuis om bij Vermeers schilderijen tot rust te komen temidden van oorlogsdossiers. Vermeer schilderde zijn vredige taferelen midden in een oorlogszuchtige tijd – en toonde daarmee precies datgene waarnaar mensen altijd verlangen: vrede en geborgenheid. Misschien is dát de kracht van kunst: dat zij zich behauptet tegen elke vorm van dwang. Dan wordt uit beweging dans. En uit dans, vrijheid