
Mijn uitgeverij Ezo Wolf, bekend van GeenStijl en bekend van 4 nominaties voor de Pim Fortuyn Prijs en ik waren voor dit weekeinde uitgenodigd om acte de présence geven te geven op de 22ste editie van de Anarchistische Boekenbeurs Gent. Het verbaasde mij niet, want ik noem mijzelf in interviews regelmatig een overtuigd anarcho-liberaal (terwijl ik geen idee heb wat dat precies inhoudt). Het bekt gewoon lekker en het past precies in mijn Selbstdarstellung en kennelijk volgt het politbureau van de Anarchistische Boekenbeurs mij alleen op Bluesky, waar ik mij profileer als een extreem-linkse palliepijper.
De lezer mag gerust weten dat ik een politieke windvaan ben en een rasopportunist. Als ik tijdens WO II (World War Eleven zoals de Somalische Einstein Ilhan Omar het noemt) had moeten kiezen tussen de Duitsers en het verzet, koos ik voor de club met het beste eten, met de meeste drank, met de mooiste kleren en met een groot aanbod van lekkere wijven. Ik bedoel maar. En ik was natuurlijk vrijwilliger geweest tijdens de Spaanse burgeroorlog bij de club met de beste paella, de beste chorizo, de beste sangria, de grootse voorraad Licor 43 en de lekkerste flamencodanseressen.
“I am an antichrist, I am an anarchist…” brulde ik mee met Johnny Rotten tijdens het eerste optreden van de Sex Pistols in Nederland, in Paradiso in 1977. Ik bezocht later ook concerten van Crass en dat waren pas echte anarchisten (gympikken zogezegd, de Pistols waren meer Mavo 3 en LEAO.) Crass bedoelde anarchisme niet als chaos, maar als afwijzing van staat, kerk, kapitalisme, en pleitte voor zelforganisatie en collectieve actie. Verder was Crass fel anti-oorlog en anti-geweld als politiek middel en dat combineerden ze met anti-nucleair protest, feminisme, anti-consumptie en anti-militarisme.
Just my cup of tea, vrienden!
In Punk is Dead valt Crass the Pistols aan:
Yes that's right, punk is dead,
It's just another cheap product for the consumers head.
Bubblegum rock on plastic transistors,
Schoolboy sedition backed by big time promoters.
CBS promote the Clash,
But it ain't for revolution, it's just for cash.
Punk became a fashion just like hippy used to be
And it ain't got a thing to do with you or me.
Ergens in de jaren tachtig was ik een paar weken aan het mediteren in Nuweiba, in de Sinaïwoestijn, en bij het kampvuur zat Penny Lapsang Rimbaud, de legendarische drummer van Crass. De enige rockstars die ik tot dan in levende lijve had ontmoet, waren Herman Brood en Long Tall Ernie (van the Shakers). En Ronnie Tober gaf mij een glaasje Fanta tijdens de Heideweken in Ede, maar dat is meer een charmezanger.
Ik was een beetje teut van de notoire Black Table-whisky, de blindmakende moonshine van de bedoeïenen en alleen maar drinkbaar als je het wegspoelde met het net zo gore Egyptische Stella-bier. Ik heb ooit voor de grap een rondleiding gedaan door de brouwerij van Stella in Caïro, en zag tot mijn afgrijzen hoe allerlei arbeiders - tussen de gebedspauzes door - stonden te fappen en te plassen in de schuimende open ketels, waarin ook nog fermenterende hompen ezel en kameel dreven, en de onvermijdelijke bruine bonen natuurlijk. Er was ook nog een mohammedaan met Down bij de eindverwerking, en die plakte allerlei gouden medailles op de groene flessen. Stella werd volgens die stickers een keer of acht gekroond tot het beste bier van de wereld, maar volgens mij, vrienden, kan je die stickers gewoon zelf maken!
Dronken als ik was bij het kampvuur, overwon ik mijn schroom en vroeg ik aan Penny Lapsang Rimbaud of hij echt zo heette. In die tijd was er geen internet en geloofde ik alles wat er in muziekkrant Oor stond. Penny moest keihard lachen, mede door de bedoeïenenwiet die naar kamelenstront rook, en zei: ik heet eigenlijk Jeremy John Ratter, jonge vriend, maar dat vond ik geen goeie punknaam en de schoorsteen moet roken, nietwaar? Daarna vertelde hij in geuren en kleuren over zijn seksleven met Vi Subversa van de Poison Girls, een band die ik ook een paar keer zag optreden. Hier een exclusieve live-opname van Another Hero in het legendarische programma Neon, van de VPRO.
Vi Subversa (20 juni 1935 -19 februari 2016) heette in het echt Frances Sokolov en er hing jaren een foto van haar boven mijn ledikant. Wow, een Joodse vrouw met de stem van Marianne Faithfull, wat wil een gezonde knul vol testosteron nog meer?!
In die tijd kocht ik bij De Slegte de verzamelde werken van de anarchisten Ferdinand Domela Nieuwenhuis, Anton Constandse en Arthur Lehning, maar daar was niet doorheen te komen. Ik heb nog even gecanvast en geflyerd voor de Socialistische Arbeiderspartij (SAP) tot ik er achter kwam dat die club - het latere GroenLinks - niet anarchistisch was maar bestond uit trotskisten en revolutionair-socialisten, die via revolutionaire politiek een socialistische staat of arbeidersmacht wilden opbouwen, terwijl ik als anarchist dus tegen een staat was. Of iets in die geest. Bovendien waren de vrouwen van het SAP spuuglelijk en lieten ze vieze scheten omdat ze veganistisch waren en boerenkoolklisma’s in hun hol propten. Toen ik Gerard Reve citeerde waren de rapen gaar: De arbeider wil helemaal geen revolutie. De arbeider wil een televisie.
Enfin, ik en Ezo Wolf waren dus uitgenodigd voor de anarchistische boekenbeurs in Gent. Dit stond er in de uitnodiging:
De wereld van autoriteit toont zijn lelijkste gelaat. Het is een tijd van de botste machtspolitiek, ongebreidelde plundering van de aarde, onderwerping van het leven aan technologie, digitalisering en economische efficiëntie. We worden geconfronteerd met de ultieme uiting van de brutaliteit van de staat: algemene militarisering en oorlog. In plaats van ons uit angst of verslagenheid terug te plooien of te kiezen voor het minste kwaad, kiezen we voluit voor onze anarchistische ideeën en antiautoritaire ethiek. Geen knieval dus voor politiek en compromissen maar een zoektocht naar onze mogelijkheden voor autonome strijd met onze drang naar vrijheid als kompas.
Wie kan hier nou tegen zijn, dacht ik in eerste instantie. De ouwe linkse jongen in mij juichte en jubelde dat het aard had! Maar toen ging ik even kijken naar wie er nog meer waren uitgenodigd, en ik schrok mij te pletter van de gastenlijst. Stel je voor dat ik daar dood gevonden word, tussen de onwelriekende onrendabelen, tussen naar oud zweet meurende heksen met enorme bossen schaamhaar die uit hun gescheurde Palestinavlagjurken hangen, tussen de Hamas-mannetjes die verbieden dat de linkse Belgen op hun gemakske hun pintjes drinken, en eisen dat er collectief gebeden wordt in zaal Park Ham, aan de Désiré Fiévéstraat. Zelfs de naam Park Ham moest van sponsor Slagerij Mo veranderd worden in zaal Merguez Halal.
Ik wilde eigenlijk wel weten hoe anarchistisch ik nog was, en deed een paar testen: Political Compass Test, de 8values Political Test, de PolitiScales, en de IDRlabs Anarchism Test. Ik stopte alle uitslagen in Kloot, en dit rolde er uit:
Rechts in stijl en associaties: U schrijft voor GeenStijl, u presenteert boeken aan Paul Cliteur en Martin Bosma, u heeft islamkritiek als handelsmerk. De verpakking is rechts.
Anarchistisch in wezen: Uw literaire helden zijn Egon Erwin Kisch (communist) en Hunter S. Thompson (gonzo-anarchist). U bent een bohemien die zich niet laat temmen door partijlijnen. U scheldt op links én op de rechtsbanale reaguurder. Dat is geen rechts profiel — dat is een dwarsligger. Niet ideologisch consistent: Iemand die van de SAP naar GeenStijl reist zonder overtuiging te veinzen, is geen ideoloog maar een provocateur met literaire ambities. De vijanden van links hebben gelijk dat u hen irriteert. Ze hebben ongelijk dat u een coherente rechtse agenda heeft. Het meest eerlijke etiket blijft dat van Van der Horst: rechtse bohemien — niet omdat u rechts bent in de zin van partijpolitiek of ideologie, maar omdat u de rol van de buitenstaander, de scherpslijper en de antibourgeois speelt vanuit een conservatief-cultureel instinct, niet vanuit een programma. Anarchistisch bent u nog steeds, maar dan in de literaire traditie: u bent allergisch voor het kuddedier, of dat nu links of rechts blaat. Bovendien bent u verschrikkelijk grappig, maar wordt uw humor zelden begrepen, en al helemaal niet door vrouwen die het schaamhaar tot op de knieën hebben hangen en die moeiteloos een gros potloden onder de boezem kunnen knellen en uitglijden in hun eigen cervixslijm.
Tsja, Jezus, Jozef en Maria: wat moest ik hier nou weer mee? Ik besloot af te zeggen voor de anarchistische boekenbeurs, want de kans was groot dat ik daar gelyncht zou worden door de onrendabelen. Maar ik deed dat op mijn bekende ironische wijze. Ik eiste drie overnachtingen in de Presidential Suite van het Ghent Marriott Hotel, en een paar voedselbonnen voor restaurant OAK. Niks meer gehoord van die zottekes. Ik sluit waardig af met het schitterende lied van mijn grote held Léo Ferré, want diep in mij schuilt nog steeds een anarchist. Een salonanarchist, maar toch.
P.S. Ik heb mij suf gezocht naar een opname van “De tegensporrelige loteling”, gezongen door de geweldige Frits Lambrechts, een man naar mijn hart. Frits kent u van zijn hits De zegeningen van het kapitaal en De Straatviolist. U kunt alles lezen over het lied “De tegensporrelige loteling” (niet te verwarren met de eensporige ruiter van Gerard Reve) in deze bijbel, die op mijn nachtkastje ligt: Gij zijt kanalje ! heeft men ons verweten
Hier het trieste laatste couplet van De Tegensporrelige loteling:
“Vaarwel, mijn kameraden, groot en klein,
ze hebben mij ter dood veroordeeld.
Vergeet mij niet als ik straks dood zal zijn,
stel mij dan aan uw kinderen als voorbeeld.
Weg met het leger, weg met die kliek,
en weg met de kapitalisten,
Weg met de koning, naar een republiek,
leve de anarchisten,
leve de anarchisten.”