Het geduld van VVD-kiezers met Dilan Yeşilgöz raakt op. Niet alleen buiten de partij groeit de kritiek op haar optreden, ook onder de eigen achterban is het vertrouwen stevig weggezakt.
Uit een peiling van EenVandaag en Verian blijkt dat nog maar de helft van de mensen die bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2023 op de VVD stemden vertrouwen heeft in Yeşilgöz als partijleider. Halverwege juni lag dat aandeel nog rond de driekwart. In enkele weken tijd verloor zij dus een aanzienlijk deel van haar eigen electorale basis.
Voor een partijleider is steun onder de eigen achterban essentieel. Kiezers kunnen het oneens zijn met een standpunt, teleurgesteld zijn in een kabinetsbesluit of twijfelen over een campagne. Maar wanneer zij ook niet meer overtuigd zijn van de persoon aan het roer, ontstaat een veel fundamenteler probleem.
Dat lijkt nu te gebeuren bij de VVD. Volgens de peiling ziet minder dan de helft van de eigen kiezers Yeşilgöz als een geschikte premier. Dat is pijnlijk voor een partij die zich graag presenteert als bestuurderspartij: ervaren, betrouwbaar en klaar om verantwoordelijkheid te dragen.
De terugval is extra opvallend omdat de VVD traditioneel sterk leunt op een trouwe groep kiezers. Juist die groep verlangt doorgaans duidelijkheid over belastingen, veiligheid, migratie, woningbouw en de economie. Als deze kiezers het gevoel krijgen dat de partij te veel in de verdediging zit, onvoldoende richting biedt of vooral met interne onrust wordt geassocieerd, gaan zij eerder rondkijken.
De dalende waardering voor Yeşilgöz is niet los te zien van de positie van de VVD als geheel. De partij stond de afgelopen periode onder druk door tegenvallende peilingen, concurrentie op rechts en voortdurende discussie over de politieke koers.
Veel voormalige VVD-stemmers hebben inmiddels alternatieven. Zij kunnen uitwijken naar partijen die nadrukkelijker inzetten op migratie en veiligheid, zoals PVV of JA21. Anderen voelen zich mogelijk meer aangesproken door het CDA, dat onder Henri Bontenbal een rustiger en bestuurlijker profiel probeert neer te zetten.
In dezelfde peilingen werd Bontenbal juist relatief positief beoordeeld op duidelijkheid en integriteit. Voor de VVD is dat een ongemakkelijke vergelijking. De partij die jarenlang synoniem stond voor bestuurlijke stabiliteit, moet nu uitleggen waarom kiezers die kwaliteit elders denken te vinden.
De cijfers passen in een langere neerwaartse beweging. Eind april 2026 had 61 procent van de VVD-kiezers nog vertrouwen in Yeşilgöz, tegen 75 procent in januari van dat jaar. Ook de waardering voor de VVD zelf en voor het kabinetsbeleid stond onder druk.
Een Ipsos I&O-peiling uit mei 2026 liet bovendien zien dat 52 procent van de VVD-kiezers ontevreden was over het kabinet, tegenover 35 procent die tevreden was. Yeşilgöz kreeg in die meting gemiddeld een 4,3 als minister en partijleider, al beoordeelde haar eigen achterban haar duidelijk milder met een 7,1. 2
Dat verschil is belangrijk. Binnen de harde VVD-kern kan nog loyaliteit bestaan, maar een verkiezing wordt niet gewonnen met alleen een kern van trouwe aanhangers. De partij moet ook twijfelaars vasthouden en voormalige kiezers terughalen. Juist daar lijkt Yeşilgöz kwetsbaar.
De vraag is niet alleen of Yeşilgöz de juiste persoon is om de VVD te leiden. De grotere vraag is waarvoor de partij precies wil staan. De VVD kan niet onbeperkt tegelijk concurreren met rechts-populistische partijen op migratie én met het CDA op betrouwbaarheid en bestuurservaring.
Kiezers willen weten wat de VVD onderscheidt. Is de partij vooral de verdediger van ondernemers, lagere belastingen en economische groei? Is zij de partij van orde, veiligheid en een strenger migratiebeleid? Of wil de VVD opnieuw de brede midden-rechtse bestuurspartij zijn die compromissen sluit, maar wel duidelijk richting geeft?
Zonder helder antwoord dreigt de partij verder te versnipperen. De steun voor Yeşilgöz is daarbij meer dan een persoonlijk rapportcijfer: zij is een graadmeter voor het ongemak dat een deel van de VVD-achterban voelt over de koers, de uitstraling en de toekomst van de partij.