De erfbelasting gold lang als de meest gehate belasting, maar nieuw CPB‑onderzoek laat een ander beeld zien: een kleine minderheid wil afschaffing, terwijl een ruime meerderheid juist voorstander is van hogere tarieven op grote erfenissen.
Dat de erfbelasting impopulair zou zijn, is bijna een gegeven in het Haagse debat. Toch blijkt uit een dinsdag gepubliceerd onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) dat de afkeer van deze heffing “meevalt”: de meeste Nederlanders vinden dat nalatenschappen zwaarder moeten worden belast dan nu. Een kleine minderheid pleit voor afschaffing, terwijl er brede steun is voor hogere tarieven naarmate de erfenis groter wordt.
In het rapport Erfbelasting in beeld: feiten, percepties en voorkeuren van Nederlanders brengt het CPB zowel de verdeling van erfenissen als de opvattingen over erfbelasting in kaart. De gewenste tarieven lopen in het onderzoek op van circa 4 procent bij een erfenis van 10.000 euro naar ongeveer 25 procent bij een nalatenschap van 1 miljoen euro.
Opvallend is dat Nederlanders boven de zestig gemiddeld voor hogere tarieven zijn, met 80‑plussers die voor grote erfenissen zelfs boven de 40 procent uitkomen. Tegelijkertijd laat het CPB zien dat de feitelijke opbrengst van de erfbelasting gestaag stijgt: van 1,5 miljard euro in 2013 naar 2,5 miljard euro in 2022, vooral door meer overlijdens en sterk gestegen huizenprijzen.
Die cijfers staan haaks op de politieke retoriek van partijen als de VVD, die een verhoging van de erfbelasting “ongelooflijk onrechtvaardig” noemt en stelt dat erfbelasting juist de spaarders en verantwoordelijken straft. Het CPB maakt echter zichtbaar dat de maatschappelijke scheidslijn anders loopt: wie ongelijkheid een groot probleem vindt, is vaker voor hogere belastingen op grote erfenissen, terwijl mensen die succes vooral toeschrijven aan eigen inspanning lagere erfbelasting prefereren. De vrees dat hogere erfbelasting massaal werken en investeren zou ontmoedigen, blijkt nauwelijks samen te hangen met de daadwerkelijke standpunten van respondenten.
Daarmee verschuift de kernvraag: gaat het bij erfbelasting vooral om het beschermen van individuele vermogens, of om het begrenzen van geërfde ongelijkheid? Het CPB wijst erop dat vermogensoverdracht tussen generaties de komende jaren verder zal toenemen, mede doordat woningen een steeds groter deel van erfenissen uitmaken. Juist in dat licht wordt de kloof zichtbaar tussen een politiek klimaat dat erfbelasting als taboe behandelt en een samenleving die bereid lijkt om grote nalatenschappen zwaarder te belasten