Ook in Nederland lopen nog altijd mannen rond die zichzelf geweldig vinden
Wie denkt dat seksistische denkbeelden in Europa vooral een probleem zijn van andere landen, kan beter nog eens naar de cijfers kijken. Nederland behoort bij veel vragen weliswaar tot de meest egalitaire landen van de Europese Unie, maar dat betekent niet dat ouderwetse ideeën over mannen, vrouwen, werk en gezin hier verdwenen zijn.
Een Europese enquête uit 2024 laat zien hoe hardnekkig sommige opvattingen nog altijd zijn. In de hele EU vindt 45 procent dat het feminisme „te ver” is gegaan. In Nederland is dat aandeel lager, maar nog steeds aanzienlijk: 34 procent. Dat is ongeveer één op de drie ondervraagden. Niet iedereen die dit zegt is per definitie openlijk vrouwvijandig, maar de uitspraak verraadt wel een patroon: zodra vrouwen gelijkwaardigheid, veiligheid, eerlijk loon of invloed opeisen, is er een groep die dat kennelijk als overdreven ervaart. brilliantmaps
De Nederlandse cijfers zijn op een aantal punten geruststellend:
|
Stelling |
Eens in Nederland |
Oneens in Nederland |
|
De belangrijkste rol van een vrouw is zorgen voor huis en gezin |
13% |
85% |
|
De belangrijkste rol van een man is geld verdienen |
16% |
81% |
|
Bij belangrijke gezinsbeslissingen moet de man het laatste woord hebben |
3% |
95% |
|
Vrouwen moeten het gezin voorrang geven boven hun loopbaan |
10% |
86% |
|
Mannen verdienen vaak meer omdat hun werk zwaarder is |
17% |
79% |
|
Mannen hebben óók baat bij gelijkheid tussen vrouwen en mannen |
89% |
8% |
Deze uitkomsten laten zien dat een ruime meerderheid in Nederland klassieke rolverdelingen afwijst. Tegelijkertijd zijn de minderheden niet triviaal. Als 17 procent vindt dat het hogere loon van mannen te rechtvaardigen is omdat mannenwerk zogenaamd zwaarder is, gaat het niet om een paar zonderlingen. Het gaat om bijna één op de zes mensen.
En wie zegt dat vrouwen vooral voor gezin en huishouden moeten zorgen, spreekt niet alleen een persoonlijke voorkeur uit. Zo’n opvatting heeft gevolgen voor wie carrièremogelijkheden krijgt, wie zorgwerk op zich neemt, wie financieel afhankelijk wordt en wie in vergaderingen als vanzelfsprekend de leiding claimt.
Seksisme komt tegenwoordig vaak niet meer in de vorm van een man die letterlijk zegt dat vrouwen minderwaardig zijn. Het kan veel subtieler klinken:
- „Ik ben vóór gelijkheid, maar het feminisme is doorgeschoten.”
- „Natuurlijk mag zij werken, maar kinderen hebben nu eenmaal hun moeder nodig.”
- „Vrouwen vragen ook wel erg veel aandacht voor die loonkloof.”
- „Ik help thuis echt wel mee.”
- „Als zij meer wil verdienen, moet ze maar harder onderhandelen.”
- „Het is gewoon een grapje, je mag ook niks meer zeggen.”
Dat laatste type man ziet zichzelf vaak juist als redelijk, progressief en geëmancipeerd. Hij zou nooit zeggen dat vrouwen niet mogen werken of stemmen. Maar zodra een vrouw een grens trekt, kritiek heeft, promotie wil, ongelijkheid benoemt of niet lacht om een seksistische opmerking, voelt hij zich persoonlijk aangevallen.
Daar zit precies het probleem. Niet elke seksistische houding ontstaat uit uitgesproken haat tegen vrouwen. Vaak gaat het om zelfgenoegzaamheid: de overtuiging dat de bestaande verhoudingen eigenlijk prima zijn, omdat zij voor de man in kwestie goed uitpakken.
De enquête laat ook een hoopvol beeld zien. In Nederland zegt 89 procent dat mannen zelf profiteren van gelijkheid tussen vrouwen en mannen. Dat is belangrijk, want emancipatie is geen wedstrijd waarin mannen iets moeten inleveren zodat vrouwen iets kunnen winnen. Gelijkwaardigheid betekent ook dat mannen minder vastzitten aan de rol van kostwinner, stoere bink of emotioneel onkwetsbare probleemoplosser.
Zo vindt 95 procent van de Nederlanders het acceptabel dat mannen huilen. En slechts 3 procent vindt dat een man die ouderschapsverlof opneemt daarmee gebrek aan carrière-ambitie toont. Dat zijn sterke signalen dat het traditionele mannenbeeld afbrokkelt.
Maar die vooruitgang maakt het des te belangrijker om niet zelfgenoegzaam te worden. Want de cijfers laten tegelijk zien dat een flinke minderheid nog steeds vrouwen en mannen langs ouderwetse meetlatten legt. Zolang vrouwen vaker hun deskundigheid moeten bewijzen, vaker worden onderbroken, minder verdienen voor gelijkwaardig werk, zich onveiliger voelen of de grootste zorglast dragen, is „we zijn toch al gelijk?” geen serieus antwoord.