Wie een team gaat leiden, krijgt cursussen, een coach en een boekenkast vol managementboeken. Wie onder die leidinggevende werkt, moet het zelf uitzoeken. Dat is vreemd, want ook bazen zijn bij te sturen. Het doel is geen marionet maken van je baas. Het doel is zinloos werk ontlopen, micromanagement afremmen en zelf de interessante klussen binnenhalen.
In Nederland is de uitgangspositie niet slecht. Negen op de tien werknemers krijgen vaak of altijd steun van hun leidinggevende. Toch is maar iets meer dan de helft echt bevlogen in het werk. Daar valt dus winst te halen.
1. Bepaal wat er bovenaan belandt
Ook een leidinggevende heeft maar 24 uur en één hoofd. Wie kiest welke problemen hij zelf oplost en welke hij doorschuift, bepaalt waar de baas zich mee bezighoudt. Kom dus niet met een probleem, maar met twee oplossingen: A of B. Opties C tot en met Z komen dan niet eens op tafel.
2. Word onmisbaar in een niche
Een baas hoeft niet alles te weten, en daar ligt jouw kans. Ben jij de enige die snapt hoe het algoritme van sociale media werkt? Of de enige die de grillen van die lastige grote klant kan lezen? Dan heb je macht. Kennis die niemand anders heeft, is in elke organisatie een machtsbron.
3. Laat zien wat je kunt
Leidinggevenden zijn vaak onzekerder dan ze laten merken. Zadel ze dus niet ook nog op met jouw twijfels. Meld echte problemen op tijd, maar straal verder rust uit. Goed werk dat niemand ziet, telt nauwelijks mee.
4. Maak controle makkelijk
Bazen waren altijd al wantrouwig, en hybride werken maakte het erger. In 2022 zei 85 procent van de leidinggevenden in een internationale enquête dat ze door hybride werken moeilijk konden vertrouwen dat hun mensen productief waren. Tegelijk noemde 87 procent van de werknemers zichzelf wel productief. Vertrouwen eisen helpt dus niet. Stuur uit jezelf tussenstanden en wees vooral stipt waar dat weinig moeite kost. De beste controle is de controle die je zelf regelt.
5. Ken de stokpaardjes
Ergernis ontstaat zelden door grote fouten. Meestal gaat het om kleinigheden: dat ene modewoord waar je baas van gruwt, of een warrig verhaal terwijl zij dol is op opsommingen. Pas je erop aan. Wie op de ander lijkt in houding en taal, komt sympathieker over. Dat blijkt keer op keer uit sociaalpsychologisch onderzoek.
6. Begrijpen in plaats van roddelen
Klagen bij de koffieautomaat voelt lekker, maar levert niets op. Vraag je liever af wat je baas wil bereiken, waar hij bang voor is en waarop hij zelf wordt afgerekend. Wil je nieuwe software? Verkoop die dan niet als oplossing voor jouw frustratie. Breng het als kans voor je baas om zich bij de eigen bazen als digitale pionier te profileren.
7. Laat slechte plannen doodbloeden
Niet elk onzinnig idee vraagt om open verzet. Soms is het slimmer om schijnbaar mee te bewegen. Vraag juridische zaken om advies, de ondernemingsraad om een reactie en de financiële afdeling om prognoses. Zo schuift het project heel plichtsgetrouw steeds verder richting de prullenbak.
8. Smeed coalities
Eén stem is een mening, drie stemmen zijn een trend. Spreek vóór het overleg af wie het onderwerp aankaart, wie bijvalt en wie het verwachte bezwaar alvast weerlegt. De waardevolste bondgenoot is de zwijgzame collega. Als die eens iets zegt, kijkt iedereen op.
9. Gun je baas de status
In moderne organisaties is de baas vaak meer dienstverlener dan bevelhebber: hij regelt geld, tijd en mensen. Laat hem dat liever niet merken. Geef hem in vergaderingen de meeste spreektijd en vraag af en toe om zijn oordeel, ook als dat eigenlijk niet nodig is.
Niet overdrijven
Te slijmerig werkt net zo slecht als te brutaal. En er is één risico. Wie zijn baas met succes managet, wordt vroeg of laat zelf baas.