Trumps “keizerrijk van schulden” wordt niet gebouwd met beton en staal, maar met leningen, tekorten en steeds duurdere oorlogen. Terwijl de Amerikaanse economie nog altijd de grootste ter wereld is, stapelt Washington de rekeningen op een manier die doet denken aan vroegere imperia vlak voor hun neergang. Onder president Donald Trump schieten het defensiebudget, de kosten van nieuwe conflicten en de rentelasten op de staatsschuld omhoog, zonder dat er een ernstig politiek debat is over wie die rekening uiteindelijk gaat betalen. De vraag is inmiddels niet meer óf deze strategie grenzen kent, maar wanneer markten en bondgenoten die grenzen gaan trekken.
De Financial Times schetst hoe de VS, ondanks hun status als grootste economie en militaire macht, in rap tempo richting wat economen “imperial overstretch” noemen bewegen: een rijk dat zich militair en financieel verder uitstrekt dan zijn economie duurzaam kan dragen. President Donald Trump heeft voor 2027 een defensiebudget van 1,5 biljoen dollar bij het Congres ingediend, bijna een verdubbeling ten opzichte van 2020 en ruim 50 procent meer dan de huidige uitgaven. Tegelijk lopen de directe kosten van nieuwe conflicten, zoals de oorlog in Iran, op tot naar schatting 2 miljard dollar per dag.
De prijs daarvan is zichtbaar in de overheidsfinanciën. De Amerikaanse staatsschuld is ten opzichte van het bruto binnenlands product terug op het niveau van de jaren veertig, direct na de Tweede Wereldoorlog. De rentelasten zijn opgelopen van circa 1,5 procent van het bbp in 2021 tot meer dan 3 procent nu, terwijl het begrotingstekort rond de 6 procent van het bbp schommelt en volgens onafhankelijke ramingen in de komende jaren hoog blijft. Een “oorlog op de pof”, gefinancierd via wat Harvard-econome Linda Bilmes een “Ghost Budget” noemt – noodkredieten, ondoorzichtige boekhouding en uitbesteed militair werk – heeft de rekening naar de toekomst doorgeschoven.
Lang konden de VS zich dit veroorloven dankzij de “exorbitante privilege” van de dollar: centrale banken en beleggers kochten gretig Amerikaans staatspapier als veiligste belegging ter wereld. Maar centrale banken bouwen hun dollarposities af, verschuiven naar goud – dat inmiddels het grootste deel van de officiële reserves uitmaakt – en zoeken alternatieven. Kredietbeoordelaars als Fitch en Moody’s hebben de Amerikaanse kredietwaardigheid inmiddels verlaagd, expliciet onder verwijzing naar oplopende schuld, politieke impasse en Trumps onvoorspelbare begrotings- en buitenlandpolitiek.
Tegelijkertijd vullen hefboomfondsen, vaak via belastingparadijzen als de Kaaimaneilanden, het gat in de vraag naar Treasuries op met sterk geleveragde strategieën, die kwetsbaar zijn voor plotselinge stress op de kortetermijnfinanciering. De voormalige BIS-chefeconoom William White waarschuwt dat een verstoring in deze markt gemakkelijk kan uitgroeien tot een spiraal van gedwongen verkopen en een Treasurymarktcrisis – met voor Trump het risico op een “Liz Truss-moment”, waarin de obligatiemarkt een president dwingt zijn plannen terug te draaien.