Ze kijken weg, friemelen of krijgen een blos. Iedereen denkt dat hij een leugenaar herkent. Toch zit het verraad eerder in wat iemand zegt dan in hoe hij kijkt. En zelfs dan is het lastiger om de populaire lijstjes te geloven.
De bekendste studie naar 'leugentaal' dateert uit 2003. Psychologen lieten proefpersonen ware en verzonnen verhalen vertellen. Daarna telde een computer de woorden.
Het patroon: leugenaars gebruikten minder vaak 'ik' en 'mij' en verwezen minder naar anderen. Ze gebruikten vaker woorden met een negatieve lading en vertelden eenvoudigere verhalen. Het lijkt alsof ze afstand nemen van hun eigen verzinsel.
Dat klinkt als een handig lijstje. Maar het programma wees maar in 61 procent van de gevallen de juiste verteller aan. Bij een vast onderwerp was dat 67 procent. Dat is beter dan gokken, maar nog lang geen leugendetector.
Later legden onderzoekers 44 studies naast elkaar, samen goed voor 79 taalkenmerken. De grote lijn bleef overeind. Leugenaars nemen meer afstand, tonen meer negatieve emoties en gebruiken minder woorden over wat ze zagen, hoorden of voelden.
Maar de verschillen waren klein en hingen sterk af van de situatie. En twijfel in iemands woorden bleek geen leugensignaal: leugenaars klonken niet onzekerder dan mensen die de waarheid spraken.
Wie iemand van liegen beschuldigt omdat hij weinig 'ik' zegt, zit er dus al snel naast.
Daarbij zijn mensen sowieso slecht in het ontmaskeren van leugens. Een grote analyse met ruim 24.000 beoordelaars kwam uit op een gemiddelde van 54 procent goed. Dat is nauwelijks beter dan een munt opgooien.
Toch kreeg beveiligingspersoneel na 9/11 training in maar liefst 92 signalen die op liegen zouden wijzen. Niemand kan zo'n lijst in een paar seconden afwerken.
Onderzoekers van het LeugenLab van de Universiteit van Amsterdam kozen samen met collega's uit Maastricht en Tilburg het omgekeerde: let op één ding en negeer de rest.
In hun experiment moest een groep studenten een tentamen uit een kluisje stelen. Een andere groep brengt een halfuur door op de campus. Daarna zeiden beide groepen dat ze gewoon op de campus waren geweest. In negen studies beoordeelden 1445 mensen die verklaringen.
Wie mocht oordelen zoals hij wilde, scoorde rond het niveau van gokken. Wie alleen lette op details over plaats, tijd en personen, had het in bijna zeven op de tien gevallen goed. Moesten deelnemers ook nog op drie andere signalen letten, dan daalde de score naar 59 procent.
De logica is eenvoudig. Wie iets echt heeft meegemaakt, kan het rijk beschrijven. Een leugenaar houdt het kaal, want elk verzonnen detail kan hem verraden. Vooral details die je kunt natrekken zeggen veel, zeker bij een alibi.
Twijfel je aan het verhaal van je puber, een collega of de verkoper van die tweedehands fiets? Vraag door naar concrete details. Waar precies? Hoe laat? Wie was erbij? Let vooral op details die je kunt controleren.
Een kaal verhaal bewijst geen leugen. Zelfs met deze methode zat bijna een op de drie oordelen ernaast. Maar het zegt meer dan iemands blik.
- LeugenLab: details verraden de leugenaar (UvA) uva
- Zo herken je dat iemand tegen je liegt (KIJK) kijkmagazine