
Je kunt zeggen wat je wilt van Omroep Brabant, maar ze zijn er niet vies van om dingen, die op een bepaalde manier zijn, ook zo te benoemen. Neem dit artikel over de "Belgische invasie" van recreatieplas de Galderse Meren in de buurt van Breda. "Recreatieplas De Galderse Meren bij Breda wordt deze zomer overspoeld door Belgische bezoekers." Harde cijfers: "Op drukke middagen bestaat strand C volgens vaste bezoekers voor zeventig tot tachtig procent uit Belgen. Dat zorgt voor een levendige sfeer, maar soms ook voor ergernis over harde muziek, blowen en de enorme drukte."
Dat had je vroeger niet. "De toestroom is volgens vaste badgasten de afgelopen jaren enorm gegroeid. Waar het vroeger vooral Brabanders en Zuid-Hollanders van de campings uit de omgeving waren die naar de recreatieplas kwamen, weten nu complete vriendengroepen uit Antwerpen, maar ook uit Brussel, de weg naar Breda te vinden. Opvallend: het beeld geldt vooral voor strand C. Rond de grote zwemplas liggen nog altijd veel Nederlandse gezinnen en is de verhouding tussen Belgische en Nederlandse bezoekers veel evenwichtiger."
En hee, we hebben niet per se iets tegen Belgen hoor. "Anne-Marie komt al veertig jaar naar de Galderse Meren. Ze benadrukt dat ze niets tegen de Belgische bezoekers heeft. "Maar ik erger me wel aan de harde muziek en het blowen. Maar dat zou ik ook doen als Nederlanders dat deden."" Kijk. Heel redelijk van Anne-Marie. Maar Patricia kan niet om de waarheid heen. "Ook Patricia, al ruim 16 jaar in de zomer wekelijks op de Galderse Meren te vinden, ziet de sfeer veranderen zodra de grote groepen Belgen arriveren."
Soms zijn het kleine dingen. "En waar het druk is, ontstaan ook irritaties. Dat blijkt wanneer een voetbal op het hoofd van een vrouw belandt. "Kun je niet uitkijken? Ik heb jullie al drie keer gewaarschuwd", roept ze naar een groep Belgische jongeren." En het wordt niet minder, maar wel meer. "Volgens een beveiliger, die anoniem wenst te blijven, verlopen de meeste dagen zonder grote problemen, maar neemt het Belgische bezoek de laatste jaren wel degelijk toe."
En wordt er dan alleen maar óver de Belgen gepraat, of ook mét? "Een Belgische man van achter in de twintig ligt prinsheerlijk op zijn luchtbed in het water en vindt het allemaal wel meevallen. Zelf blowt hij niet, maar ja, dat gebeurt. "Maar we zijn toch in Nederland, dan kan dat toch?" En de harde muziek? "Een muziekje moet kunnen, zolang je anderen niet stoort." Tja, dat lukt dus blijkbaar nog net niet helemaal." Conclusie? Brabant is Brabant niet meer, meneer. "Hoe dan ook, de Galderse Meren zijn allang niet meer alleen een Brabants uitje."
(voor de mensen achterin)