Wie denkt dat klimaatverandering zich vooral afspeelt in ijskappen, hittegolven en verre toekomstscenario’s, krijgt er een ongemakkelijke gedachte bij: de stijgende CO₂ in de lucht is nu ook meetbaar in ons bloed. Australische onderzoekers analyseerden ruim twintig jaar aan gezondheidsdata van duizenden Amerikanen en zagen een gestage verschuiving in de samenstelling van het bloed, parallel aan de groei van de CO₂-concentratie in de atmosfeer.[
In de studie keken ze niet direct naar CO₂-moleculen, maar naar bicarbonaat, een stof die nauw samenhangt met de hoeveelheid kooldioxide in het lichaam en die een sleutelrol speelt in het op peil houden van de zuurgraad van ons bloed. Die bicarbonaatspiegel steeg tussen 1999 en 2020 met ongeveer 7 procent, terwijl CO₂ in de buitenlucht klom van zo’n 369 naar ruim 420 ppm. Tegelijk daalden de gemiddelde waarden van calcium en fosfor, mineralen die onder meer van belang zijn voor botten en stofwisseling.
Dat betekent niet dat we nu massaal ziek worden, benadrukken de auteurs, maar wél dat ons lichaam vermoedelijk al aan het compenseren is voor een atmosfeer die stap voor stap verandert. Als de trend doorzet, raken de gemiddelde bicarbonaatwaarden binnen een halve eeuw de bovengrens van wat nu als gezond wordt gezien, terwijl calcium en fosfor naar de onderkant van hun referentiewaarden kunnen zakken. Volgens de onderzoekers wijst dat op een “nieuwe dimensie van klimaatrisico”, die verder gaat dan hitte, extreem weer en zeespiegelstijging.
De studie is geen sluitend bewijs dat hogere buitenlucht-CO₂ de enige oorzaak is; ook leefstijl, voeding en ziekte spelen mee. Maar het signaal is duidelijk genoeg om de discussie te verschuiven: het gaat niet meer alleen om de planeet, het gaat ook om de vraag in wat voor atmosfeer ons lichaam over vijftig jaar nog gezond kan functioneren.