Het Internationaal Olympisch Comité heeft besloten dat vanaf de Olympische Spelen van 2028 alleen “biologische vrouwen” nog welkom zijn in de vrouwencategorie, vastgesteld via een genetische test. Trans vrouwen worden uitgesloten. De maatregel ruikt naar het tevreden houden van de organisator van de volgende spelen, de VS, want de grootste druk en ‘verontwaardiging’ komt daarvandaan.
Maar de officiële rechtvaardiging klinkt bekend: eerlijkheid, gelijke kansen, bescherming van de vrouwensport. Alleen, er bestaat geen robuuste wetenschappelijke consensus dat trans vrouwen structureel een doorslaggevend voordeel hebben in alle of zelfs maar de meeste sporten. Sportprestaties zijn het product van een complex samenspel van training, genetische aanleg, toegang tot faciliteiten, coaching en voeding. Het idee dat één factor, een chromosoom of een verleden, dat geheel domineert, is een simplificatie die vooral politiek bruikbaar is.
Sterker nog, voor veel trans vrouwen geldt dat een medische transitie sportief gezien eerder een nadeel oplevert dan een voordeel. Hormonale therapie verlaagt spiermassa, kracht en uithoudingsvermogen, terwijl botmassa behouden blijft. Wat overblijft is zelden een superieure atleet, eerder iemand die zich opnieuw moet aanpassen aan een lichaam dat minder presteert dan voorheen.
En zelfs de voorgestelde genetische afbakening houdt geen stand. Een XY-chromosoom maakt iemand niet automatisch “man”. Intersekse variaties bestaan en zijn onderdeel van normale menselijke diversiteit. Dat zijn geen uitzonderingen die je weg kunt modelleren; dat is biologie die zich niet laat reduceren tot een binaire aan of uit.
De consequentie is helder. Dit beleid treft niet alleen trans vrouwen, maar ook intersekse vrouwen die aantoonbaar óók geen sportief voordeel hebben. Zij vallen buiten een arbitrair kader dat pretendeert orde te scheppen, terwijl het in werkelijkheid vooral uitsluit.
Daarbij, sport heeft altijd bestaan met ongelijkheid. Sommige lichamen zijn langer, sneller, sterker. Niemand stelt voor om extreem lange basketballers of volleyballers te weren of verweet Michael Phelps dat hij zulke belachelijk grote handen had dat het menig roeispaan in verlegenheid zou brengen: Topsport is al een feest van (genetische) afwijkingen. Zo’n voordeel is geen afwijking van de sport, het is de kern ervan.
Dat maakt de selectieve verontwaardiging over vermeende (niet daadwerkelijke gemeten) voordelen van trans vrouwen des te opvallender. En verdacht. Hier wordt één type verschil uitvergroot en geproblematiseerd, terwijl andere, grotere verschillen als vanzelfsprekend worden geaccepteerd.
Het besluit past naadloos in een bredere politieke context waarin trans lichamen worden geframed als bedreiging. Een klassieke moral panic: een klein, marginaal verschijnsel wordt opgeblazen tot systeemrisico, waarna ingrijpende maatregelen worden gelegitimeerd.
Het aantal trans vrouwen op Olympisch niveau is verwaarloosbaar, de laatste spelen deden er welgeteld nul mee. De impact op medaillespiegels is nihil. De symbolische waarde van uitsluiting is daarentegen groot.
En zo verschuift de focus van sport naar controle. Niet de prestatie staat centraal, maar de classificatie. Niet de competitie, maar de afbakening.
Dat dit alles uiteindelijk wordt afgedwongen door een systeem waarin elke vrouw verdacht wordt gemaakt en haar lichaam moet laten verifiëren om te mogen deelnemen, is dan slechts de logische consequentie.
Deze maatregel heeft niets te maken met eerlijkheid en gelijke kansen. Dit is de frontlinie om transvrouwen te overal in het leven uit te sluiten en hen het leven zuur te maken.
Te veel mensen gaan mee in dit onoprechte frame. En ja, ook mensen die zichzelf links en progressief noemen.