Raadselachtig: de inflatie nam toe, zeiden deskundigen een paar maanden geleden, omdat de olieprijs zo sterk steeg door Trumps oorlog. Maar nu de olieprijs weer terug is naar normaal, stijgen de prijzen nog steeds. Hoe kan dat?
De olieprijs kan scherp dalen, terwijl de inflatie toch hoog blijft, omdat energie maar één van de vele kostenposten is en andere prijzen en belastingen intussen blijven stijgen. Zelfs met een lager oliedeel doen eerdere kostenstijgingen en beleid hun werk in de supermarkt en aan de kassa.
Feiten: olieprijs omlaag, inflatie omhoog
De deal tussen de Verenigde Staten en Iran heeft geleid tot een snelle normalisering van de oliemarkt, waardoor de prijs van een vat olie is teruggezakt van ongeveer 115 dollar tijdens de crisis naar rond de 73–74 dollar nu. Economen van ING en Rabobank spreken van een „gigantische” daling en zien daardoor minder gevaar voor een nieuwe, zware energiegedreven inflatiegolf.
Rabobank heeft op basis daarvan de inflatieverwachting voor volgend jaar verlaagd van 3,8 naar 3,1 procent, wat betekent dat de gemiddelde koopkracht minder hard daalt dan eerder geraamd. Tegelijk voorspelt de bank dat voedingsmiddelen komend jaar alsnog ruim 6 procent duurder worden en dat de piek van de voedselinflatie pas rond de zomer van 2027 wordt bereikt.
Waarom goedkope olie niet meteen lagere prijzen betekent
Energie is een belangrijke kostenpost voor boeren, fabrieken en transporteurs, maar niet de enige: lonen, verpakkingen, belastingen en heffingen wegen ook zwaar in de prijs van ons brood, vlees en groente. Bedrijven hebben in de afgelopen maanden hogere kosten gemaakt, bijvoorbeeld door dure energiecontracten en stijgende lonen, en proberen die nog altijd door te berekenen in hun verkoopprijzen.
Daar komt beleid bovenop: hogere minimumlonen, klimaatheffingen en nieuwe verbruiksbelastingen op bijvoorbeeld suiker en energie zorgen ervoor dat de uiteindelijke consumentenprijs stijgt, zelfs als de grondstof olie goedkoper wordt. Economen spreken daarom van een tweede inflatiegolf die vooral door belastingen en regelgeving wordt aangejaagd, in plaats van door pure marktschokken op de oliemarkt.
Vertraging en psychologisch effect
Een dalende olieprijs werkt met vertraging door in het winkelmandje, omdat contracten voor transport en energie vaak voor langere tijd vastliggen. Ook hebben bedrijven de neiging hogere prijzen zo lang mogelijk vast te houden, zeker als consumenten die stijgingen tot nu toe slikten; pas bij stevige concurrentie of druk van afnemers worden prijsverhogingen teruggedraaid.
Centrale banken en economen kijken bovendien vooral naar kerninflatie, waarbij energie en voedsel deels buiten beschouwing blijven; juist daar drukken loonkosten en belastingen zwaarder dan de olieprijs zelf. Het resultaat is een economie waarin de olie goedkoper is, maar de inflatie hardnekkig blijft hangen in het dagelijks leven van consumenten.
Goedkope olie is fijn voor de pomp, maar lost onze inflatiepijn niet zomaar op.
