Je geld terugkrijgen bij een online casino omdat ze zonder vergunning opereren, is juridisch (toch) niet mogelijk. Dat bepaalde de Hoge Raad onlangs. Dit was een open vraag, omdat lagere rechtspraak nog wel eens de gokker zijn geld teruggaf met dit argument.
De Hoge Raad deed uitspraak op prejudiciële vragen van de rechtbank Amsterdam. Met die route kun je hoger beroep bij het Gerechtshof overslaan, om zo sneller een antwoord van onze hoogste rechter te krijgen. En dat was nodig, want als meerdere rechters verschillend antwoorden op dezelfde vraag dan moet de Hoge Raad daar een lijn in trekken.
Kern van het argument van de vele consumenten was dat de gokovereenkomst nietig is, op grond van artikel 3:40 BW om precies te zijn:
Een rechtshandeling die door inhoud of strekking in strijd is met de goede zeden of de openbare orde, is nietig.Een overeenkomst sluiten terwijl dat in het geheel niet mag (want geen vergunning) is prima onder dit verbod te rekenen. En als de overeenkomst dan nietig is, dan heb je betaald zonder rechtsgrond en dan moet dat geld terug. Eventuele schulden (verliezen) hoef je niet te betalen. (Ook niet via ongerechtvaardigde verrijking of iets dergelijks.)
Probleem: lid 3 van dit artikel heeft een uitzondering voor “wetsbepalingen die niet de strekking hebben de geldigheid van daarmede strijdige rechtshandelingen aan te tasten”. Oftewel, heeft de Wok de strekking het zonder vergunning aanbieden van online kansspelen aan te tasten?
In die andere zaken wezen rechters daarbij op de grote gevolgen voor de maatschappij, waarbij ook meewoog dat strafrechtelijk en bestuursrechtelijk optreden een “hachelijke zaak” zou zijn. Dan is “de consument kan gewoon zijn geld terugkrijgen” een effectief afschrikwekkend instrument.
De Hoge Raad ziet het echter anders:
Er is geen grond om aan te nemen dat overeenkomsten met een aanbieder van online kansspelen die in strijd handelt met dat verbod, reeds daardoor door inhoud of strekking in strijd zouden zijn met de openbare orde of de goede zeden. Daarbij is van belang dat het voor de inhoud van een door een speler aangegane overeenkomst geen verschil behoeft te maken of de aanbieder beschikt over een vergunning als bedoeld in art. 1 lid 1, aanhef en onder a, Wok. Ook is van belang dat de Nederlandse kansspelregulering niet wordt gekenmerkt door een categorisch verbod op kansspelen (zie hiervoor in 3.1.3) en dat kansspelovereenkomsten niet op zichzelf ontoelaatbaar worden geacht.Omdat we een vergunningsstelsel hebben, kun je niet zeggen dat kansspelen als zodanig dús tegen de openbare orde of goede zeden zijn. De aard van de overeenkomst is hetzelfd, met of zonder vergunning bij de aanbieder.
Dit is vrij ontnuchterend, en slaat categorisch alle mogelijkheden dood om als consument je geld terug te krijgen. Gezien de geciteerde redenen vind ik dat wel een tikje frustrerend.
Arnoud
Het bericht Je krijgt je geld niet terug als het casino zonder vergunning blijkt te opereren verscheen eerst op Ius Mentis.









