Van tomaten en paprika’s uit de kas tot asperges, bloembollen en fruit: de Nederlandse land- en tuinbouw draait voor een groot deel op arbeidsmigranten. Vooral tijdens de oogst en bij het sorteren en verpakken zijn zij cruciaal. Zonder voldoende personeel dreigen producten op het land te blijven liggen, lopen bedrijven omzet mis en komt de positie van Nederland als grote voedsel- en tuinbouwexporteur onder druk te staan. Tegelijk groeit de discussie over huisvesting, arbeidsvoorwaarden en de vraag of de sector minder afhankelijk kan worden van goedkope flexibele arbeid.
De omvang in cijfers
De best onderbouwde sectorcijfers zijn van vóór en rond 2019, maar ze laten de structurele afhankelijkheid duidelijk zien:
| Indicator land- en tuinbouw, 2019 | Aandeel / aantal |
| Werknemers in directe dienst die arbeidsmigrant waren | Circa een derde |
| Uitzendkrachten die arbeidsmigrant waren | Circa 90% |
| Totaal aantal verschillende werknemers in de sector | Circa 283.000 |
| Daarvan arbeidsmigranten | Circa 156.000 |
| Uitzendkrachten totaal | Circa 109.000 |
Deze cijfers tonen dat arbeidsmigranten niet alleen een aanvulling vormen in drukke maanden: zij dragen een groot deel van de flexibele arbeidsorganisatie waarop vooral tuinbouwbedrijven leunen.
Waar zij onmisbaar zijn
De afhankelijkheid is het grootst in subsectoren met piekbelasting en producten die snel moeten worden verwerkt:
- Oogst van groente, fruit, asperges, bloembollen en andere seizoensproducten.
- Glastuinbouw: telen, plukken, sorteren en verpakken van onder meer tomaten, paprika’s, komkommers en sierteeltproducten.
- Verwerking en verpakking vlak na de oogst, waar vertraging direct kwaliteitsverlies en voedselverspilling kan veroorzaken.
- Vleesverwerking en andere schakels rond agrofood, hoewel die formeel buiten de primaire landbouw vallen.
In de glastuinbouw en de bijbehorende keten bestaat 90 à 95% van de uitzendkrachten uit arbeidsmigranten. Juist die flexibele inzet maakt het mogelijk om productiepieken op te vangen.
Economische betekenis
Hun belang gaat verder dan het aantal ingevulde vacatures. Arbeidsmigranten helpen bedrijven productie, export en leveringszekerheid op peil te houden. Een oudere SEO-berekening kwam voor arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa uit op een bijdrage van ongeveer €1,4 miljard aan het Nederlandse bbp in de landbouwsector; dat bedrag is vooral bruikbaar als illustratie van de orde van grootte, niet als actuele raming.
Voor ondernemers is de praktische betekenis vaak nog directer: zonder voldoende personeel moeten zij oogsten laten liggen, productie beperken, activiteiten automatiseren of werk naar andere landen verplaatsen. De Nederlandse land- en tuinbouw is bovendien sterk verweven met handel, transport, veilingen en voedselverwerking. Een tekort aan arbeidskrachten op het erf werkt daarom door in de hele keten.
Maar geen structurele vrijbrief
De conclusie is niet dat onbeperkte arbeidsmigratie de beste economische oplossing is. Het CPB benadrukt dat arbeidsmigratie tijdelijke personeelstekorten kan verlichten, maar op de lange termijn slechts beperkt een oplossing biedt: extra economische activiteit creëert ook weer nieuwe vraag naar arbeid. Bovendien nemen de druk op woningmarkt en publieke voorzieningen toe.rijksfinancien+1
In de landbouw ligt er daarnaast een duidelijke maatschappelijke opdracht:
- Arbeidsvoorwaarden, loonbetaling en veilig werk moeten op orde zijn.
- Huisvesting mag niet afhankelijk maken van één werkgever of uitzendbureau.
- Arbeidsmigranten moeten kunnen klagen of van baan wisselen zonder onmiddellijk hun woonplek te verliezen.
- Bedrijven moeten blijven investeren in robotisering, slimmer telen en productiviteitsgroei, waar dat technisch en economisch mogelijk is.
De commissie- Roemer signaleerde misstanden rond onderbetaling, ondermaatse huisvesting en onveilige omstandigheden. De overheid heeft sindsdien maatregelen ingezet, waaronder de Wet goed verhuurderschap, die sinds 1 juli 2023 van kracht is.