Nederland is officieel het land van de bejaarde bolide. Ruim 395.000 van de 1,7 miljoen personenauto's die in 2025 van eigenaar wisselden, waren zestien jaar of ouder. Daarmee is de groep stokoude auto's inmiddels de grootste leeftijdscategorie op de particuliere automarkt — groter dan de nieuwe auto's, groter dan de bijna-nieuwe, groter dan alles ertussenin.
Voor wie dat vreemd vindt: nieuw is in Nederland allang geen realistische optie meer voor de gemiddelde koper. Slechts 148.000 verkochte auto's waren fonkelnieuw, oftewel zo'n negen procent van het totaal. De rest zocht het bij de vakhandel of bij de buurman met een oprit vol tweedehands.
Waarom die oude bak zo aantrekkelijk is
De verklaring is bijna beledigend eenvoudig: een nieuwe auto is in Nederland absurd duur geworden. De gemiddelde aanschafprijs van een nieuwe personenauto ging in 2025 door de grens van 50.000 euro, tegen 28.365 euro in 2014. Dat is een stijging van 76 procent in ruim tien jaar, en die rekening ligt vooral bij de BPM — de aanschafbelasting die met de CO₂-uitstoot mee ademt.
"Het gros van de particuliere aankopen is tweedehands."
Tegelijk zijn auto's technisch steeds beter geworden. Een moderne middenklasser die netjes op onderhoud is gehouden en de APK doorstaat, doet met gemak twintig jaar mee. De verplichte keuring werkt hier als een gratis kwaliteitsstempel: wat rondrijdt, is minimaal ongevaarlijk. Dat maakt een auto van zestien of achttien jaar oud opeens een verdedigbare koop in plaats van een risico.
Het oudste wagenpark van West-Europa
De optelsom laat zich raden. De gemiddelde personenauto in Nederland is inmiddels 11,9 jaar oud, ouder dan in België (9,5 jaar), Duitsland (10,1 jaar) en Frankrijk (10,5 jaar). Alleen Zuid- en Oost-Europa scoren nog hoger. Op 1 januari 2026 stonden bijna 8,3 miljoen personenauto's op naam van een particulier, waarvan een ruime helft ouder is dan tien jaar.
Opvallend: het aandeel auto's tussen elf en vijftien jaar oud daalt juist licht in de verkopen. De echte groei zit aan de onderkant van de markt, bij de wagens die vóór 2010 van de band rolden.
De elektrische auto komt er (nog) niet doorheen
Bij dit alles speelt de elektrische auto een hoofdrol als afwezige. Ruim 259.000 verkochte auto's in 2025 waren volledig elektrisch of plug-in hybride, en die kwamen vooral terecht bij de bovenste inkomensgroepen: de rijkste tien procent kocht bijna 75.000 stekkerauto's, tegen 6.200 bij de laagste inkomensgroep.
Voor een groeiende groep consumenten is de overstap simpelweg te duur of te ingewikkeld, en een nieuwe brandstofauto voelt inmiddels ook als een riskante investering met het oog op zero-emissiezones. Het resultaat: mensen rijden nog even door in wat ze hebben, of stappen over op iets ouders dat betaalbaar is.
"De elektrificatie gaat in twee snelheden."
Wat het betekent voor jouw volgende auto
Voor wie nu op zoek is: reken vooral op onderhoudskosten. Een oude auto is goedkoop in aanschaf, maar de rekening komt bij de garage. Let bij een occasion van tien jaar of ouder op onderhoudshistorie, roest onder de auto, koppakking en distributieriem — dat zijn de posten waarop dromen sneuvelen. En houd er rekening mee dat gemeentes de milieuzones stap voor stap aanscherpen, waardoor een dieselje uit 2008 straks niet meer overal welkom is.
Nederland blijft voorlopig een occasionland. De vraag is niet óf je een tweedehands koopt, maar hoe oud die durft te zijn.
Meer weten?
- CBS: 1,7 miljoen auto's verkocht in 2025, 259 duizend met stekker
- ANWB Kampioen: Nieuwe auto kopen wordt steeds duurder
- AutoWeek: Nederland heeft minste diesels en oudste auto's van West-Europa