Orthodontisten verdienen in Nederland structureel meer dan de bedoeling is – en iedereen met een beugelrekening betaalt daaraan mee. De inkomens zijn geen foutje in het systeem, maar het systeem zélf.
Een opleiding van tien jaar, een schaars specialisme en een ingewikkeld tariefstelsel: het is de perfecte cocktail voor hoge inkomens. Orthodontisten zitten aan de randen van de reguliere zorg, maar profiteren wél van een beschermde markt en voorspelbare vraag.
Waar huisartsen en ziekenhuisartsen steeds harder moeten vechten om hun werkdruk en inkomen enigszins in balans te houden, schuiven orthodontisten vaak door naar inkomens in de categorie “top van de zorg”. Niet incidenteel, maar structureel. Dat is geen bijwerking, dat is businessmodel.
Wat schuurt, is dat een beugel voor kinderen wordt verkocht als noodzakelijke zorg, terwijl de financiële logica eerder lijkt op die van een commerciële keten. Ouders voelen de rekening direct in hun portemonnee, orthodontisten zien de opbrengst terug in jaarrekeningen en dividenduitkeringen.
De sector is zo georganiseerd dat één specialist, met een batterij assistenten, in hoog tempo trajecten kan draaien. Hoe voller de stoelen, hoe hoger het inkomen. Efficiënt, zeker. Maar het is een efficiëntie die primair de praktijkhouder bedient, niet per se de solidariteit in de zorg.
Politiek wordt er al jaren gesproken over een “norminkomen” voor medisch specialisten: een soort moreel plafond, bedoeld om de scheefgroei in de zorg in te dammen. In de orthodontie is dat plafond vooral decor. De praktijkstructuren zijn zo ingericht dat er langs de randen – via winst, bv’s en dividenden – moeiteloos overheen wordt gegaan.
De vraag is dan niet meer óf orthodontisten te veel verdienen, maar waarom de overheid blijft doen alsof het om een uit de hand gelopen randverschijnsel gaat. Het is geen incident, het is een verdienmodel dat we met open ogen hebben toegestaan.
Iedere euro die in dit systeem extra naar inkomens en praktijkwinsten gaat, komt ergens vandaan: uit aanvullende verzekeringen, hogere premies of directe betalingen door ouders. Terwijl de politiek spreekt over betaalbare zorg, is orthodontie een blinde vlek gebleven.
Dat maakt de inkomens in deze sector geen privé-aangelegenheid meer, maar een publiek onderwerp. Wie hoge inkomens wil verdedigen, moet uitleggen waarom ouders duizenden euro’s voor een beugel moeten afrekenen, terwijl dezelfde zorglogica elders in het systeem wél tot in detail wordt doorgelicht.
|
Type orthodontist |
Indicatief bruto inkomen (fulltime) |
|
Starter in loondienst |
± 4.000 – 4.500 euro per maandi |
|
Ervaren/senior in loondienst |
± 6.500 – 8.000 euro per maand |
|
Gemiddelde praktijkhouder |
± 10.000 – 11.500 euro per maand (ca. 140.000 p.j.) |
|
Toppraktijken (incl. winst) |
ca. 250.000 – 600.000 euro per jaar |
Orthodontisten hebben een zwaar, lang traject achter de rug en dragen echte medische verantwoordelijkheid. Dat verdient respect – én een goed inkomen. Maar wat nu gebeurt, gaat voorbij aan “goed betaald” en schuift richting “zorgmiljonairs in een semi-beschermde markt”.
De keuze is politiek: blijven we dit beschouwen als een soort natuurverschijnsel (“ specialisten verdienen nu eenmaal veel”) of behandelen we orthodontie als volwaardig onderdeel van de zorg, mét bijbehorende grenzen aan wat je er persoonlijk aan mag overhouden?