Het zijn geen dramatische leugens. Geen fraude, geen affaire, geen verzwegen schuld. Het zijn drie zinnetjes die zo redelijk klinken dat niemand ze ooit tegenspreekt – en precies daarom werken ze zo goed. Ze hebben niets te maken met gebrek aan talent, tijd of geld. En ze zijn ook geen luiheid.
De eerste is de gemakkelijkste, want hij is bijna altijd waar. De baan is niet zó erg. De relatie is niet zó erg. De rug doet niet zó veel pijn. Het probleem zit in het woordje "zó": het maakt van middelmatigheid een acceptabel eindpunt. Wie zichzelf vergelijkt met een ramp die niet gebeurd is, hoeft nooit iets te veranderen. Het argument "hij bedriegt me tenminste niet" is geen bewijs dat het goed gaat, maar dat de lat is verlaagd.
Wie zich vergelijkt met een ramp die níet gebeurde, komt altijd gunstig uit de test.
De tweede is de duurste. Uitstellen is geen randfenomeen: uit onderzoek in verschillende landen komt telkens naar voren dat één op de vijf mensen chronisch uitstelt. Onder studenten is het beeld nog schever: 62 procent van de ondervraagden in een Amsterdamse studentenenquête zegt vaak tot zeer vaak werk tot het laatste moment te laten liggen.
Het venijn zit niet in de verloren middag. Het zit erin dat uitstel vooral kortdurende stress wegneemt en de prijs doorschuift: lagere prestaties, en in het uiterste geval een studie of plan dat stilvalt. "Later" is zelden een moment in de agenda. Het is meestal nooit.
De derde vermomt zich als realisme. Te oud voor een opleiding, te jong om serieus genomen te worden, te laat begonnen. Handig, want het is niet te weerleggen. De omkering is even simpel als onaangenaam: niet "wie ben ik om dit te proberen", maar "wie ben ik om het niet te proberen".
"Later" is zelden een moment in de agenda. Het is meestal nooit.
De Amerikaanse psycholoog Jeffrey Bernstein, die deze drie zinnetjes eind 2024 op een rij zette, geeft er ook een tegenzet bij – drie vragen, in deze volgorde:
- Wat ontwijk ik door me aan deze overtuiging vast te houden?
- Wat is het ergste dat kan gebeuren als ik hem laat gaan?
- Wat is het beste dat kan gebeuren als ik in plaats daarvan iets doe?
De eerste vraag doet het meeste werk. De andere twee maken duidelijk dat het risico van bewegen bijna altijd kleiner is dan het risico van blijven staan.
En het goede nieuws: dit gedrag is aantoonbaar aan te leren en af te leren. Een overzicht van 44 wetenschappelijke studies naar methodes tegen uitstelgedrag wees cognitieve gedragstherapie aan als de aanpak met het grootste positieve effect – ook maanden later nog.
Meer weten?
- Waarom we zo graag uitstellen – Eos Wetenschap
- Zijn uitstellers aanstellers? – Leiden Science Magazine
- Uitstelgedrag is af te leren – Profielen