Gastbijdrage van Joram Feitsma [*]
Europe, let’s come together (…) It’s now or never’ (1), zette Joost Klein in met zijn 2024 Eurovisiesongfestival hit Europapa. Terwijl het land meezong, meedanste, zich roerde over Klein’s diskwalificatie, bleef iets anders uit beeld: wat hij te zeggen had over de zich ontvouwende wereldverhoudingen. Twee jaar later behouden Klein’s geopolitieke intuïties hun scherpte. Want: Europa bevindt zich inderdaad op een existentieel nu-of-nooit-moment. Ze zit verstrikt in een Euro-Amerikaanse afhankelijkheid die noopt tot hernieuwde Europese vereniging en ingrijpende, schier onmogelijke keuzes.
Die Euro-Amerikaanse afhankelijkheid leek lange tijd relatief onproblematisch, maar is verworden tot diepe kwetsbaarheid nu onder het wispelturige bewind van Trump cum suis de internationale rechtsorde steeds verder ontwricht raakt. Grootschalige militaire operaties (in Venezuela, Iran) worden onaangekondigd ingezet en landen (Groenland, Panama) bedreigd in hun territoriale soevereiniteit. Met Europa, ooit vanzelfsprekend bondgenoot, treedt Amerika steeds meer in antagonisme middels dreiging met terugtrekking uit de NAVO, steunverlening aan Europese antirechtstatelijke partijen, en – kers op de taart – de officiële distantiëring van Europa, zogezegd onderhevig aan ‘civilizational erasure’ (2), in de recentste National Security Strategy.
De bizarre ironie wil dat waar Amerika ooit dé vaandeldrager van de vrije rechtstaat was, dé hoeder van de burgerij tegen de gulzige Leviathan die de staat kan zijn, zij inmiddels zelf de status van liberale democratie verloren heeft, aldus het gerenommeerde V-Dem Institute.(3) Terughoudende, zachte diplomatie is ingeruild voor een brutalistische politiek van spierballenvertoon en hard power. (4) Deze Amerikaanse illiberale vibe shift slingert Europa – en de rest van de wereld met haar – in een geheel nieuwe geopolitiek, lijkt de consensus te zijn. ‘We are in the midst of a rupture’, sprak Canadese premier Carney op Davos 2026. (5)Podcastcommentatoren Boekestijn en de Wijk gaan elke dag weer ‘op zoek naar de nieuwe wereldorde’.
In het tumult aan duidingen van deze nieuwe orde – Post-liberalism? Authoritarian capitalism? End-times fascism? – dreigen we uit het oog te verliezen hoezeer zij eigenlijk een oudere wereldorde is. In de 18e en 19e eeuw ontstonden de moderne bureaucratische rechtsstaten in Amerika en Europa als reactie op patrimoniale bestuursstructuren, waarin de macht van de heerser (pater) als persoon versmolten was met de macht van de staat. Staatsmacht fungeerde als persoonlijk bezit (patrimonium) van de heerser – zoals Lodewijk XIV verkondigde: ‘L’État, c’est moi.’. Liberale waarborgen tegenover de staat bestonden nog niet. Machtswerking liep niet via loyaliteit aan wet en procedure maar aan de heerser zelf. In rijm en bij vlagen laait dit historische patrimonialisme weer op, van India, Polen, Hongarije tot Argentinië, El Salvador en de VS. Los van nationale rijmvariaties blijft de neopatrimoniale kern dat trouw aan instituties wordt ingeruild voor trouw aan sterke leiders, diplomatie voor bruutheid, en rechtswaarborgen voor machtsuitbreiding. Poetin’s regime vormt daarbij het gidsmodel (6). Lang dachten we dat liberale democratie, na de Sovjetval, de enige levensvatbare ideologie was, en zich stap voor stap over de wereld zou uitbreiden (7). Inmiddels raast de geopolitieke wind van Oost naar West.
Terugkeer naar het oude
De mondiale historische terugval die zich aftekent is niet louter van sociaal-institutionele aard. Ook in psychologische zin zien we een terugkeer naar het oude. Trump vormt hiervan een exemplarisch voorbeeld als leider die op structurele basis dreigt, zich agressief uitlaat, onvoorspelbaar en impulsief handelt, en vanuit emotie reageert. Dat zijn bestuursstijl regelmatig als ‘kleuterachtig’ – ‘een klein kind dat Risk speelt’(8) – wordt geduid, geeft weer hoezeer zijn politieke handelen lijkt te ontspruiten uit regressie – het terugvallen van volwassen denken in een vroegere ontwikkelingsfase. In de Amerikaanse media zingt de term ‘man-child’ rond als duiding voor hoe Trump opereert als een door driften geregeerd kind dat de eigen emoties reguleert door ze af te reageren.(9) Zijn acting out wordt daarbij maximaal gefaciliteerd door sociale media platforms, waarin hij eigenstandig, ongefilterd en zonder nadenken richting miljoenen volgers zijn gevoelswereld kan ‘ontladen’ (10).
De spannende vraag is hoe de internationale politiek zich tracht te verhouden tot de chronische stortvloed van door Trump cum suis ‘uitgeleefde’ angsten, agressies en ressentimenten. Hier komt wat Europa betreft een tweede haarscherpe intuïtie van Joost Klein in beeld. Europa’s opstelling tegenover de VS doet namelijk denken aan die van de ‘verdragende ouder’ – aan Europapa!
Hoe ver Trump ook gaat in zijn agressie en dreigementen, van NAVO-terugtrekking tot Groenland-claims, Europese leiders reageren – met bondskanselier Merz als uitzondering op de regel – bijzonder diplomatiek. Ze gaan niet mee in de intimiderende toon, maar incasseren de emotionele lading. Deze houding wordt in de media veelal simplistisch weggezet als sucking up en appeasement, als pogingen Trump te paaien. Onderbelicht hiermee blijft het dieperliggende psychologisch proces in de dynamiek: dat van emotional containment, het (tijdelijk) ‘dragen’ van lastige emoties van de ander in het licht van diens ontwikkeling (11).
Het idee van Europa als containend ‘ouderfiguur’ is tegelijkertijd wereldvreemd. Want juist nu wordt zichtbaar hoe meervoudig afhankelijk Europa is van de VS als militaire, technologische, economische en institutionele supermacht. Europa schuilt behalve onder haar nucleaire ook onder haar energie-, wapen- en tech-paraplu. Als we al een ouder-kind rolrelatie zouden projecteren op de transatlantische dynamiek, dan zou de rol van ‘ouderfiguur’ weggelegd zijn voor de VS en die van het ‘afhankelijke kind’ voor Europa. Dit werd door NAVO- secretaris-generaal Rutte vrij expliciet bekrachtigd door Trump’s houding, nadat die Israël en Iran met twee vechtende kinderen op het schoolplein had vergeleken, te duiden met de iconische, viraal gegane uitspraak: ‘Daddy has to sometimes use strong language’ (12).
Wat maakte dat Rutte’s framing van Trump als ‘daddy’ zo beeldbepalend werd? (13) De gangbare analyse beschouwt het simpelweg als slijmpoging en bedoeling Trump te valideren in zijn machtspositie. Dit mist echter een directere en rijkere betekenis: dat we niet anders kunnen dan systemen, ook complexe geopolitiek, te begrijpen vanuit onze ervaringen van het ‘eerste systeem’: de relatie tussen verzorger en kind. Rutte’s ‘daddy’ haakt in op een heel normaal en niettemin essentieel sociaal gegeven, namelijk dat van overdracht: hoe we onze beelden en ervaringen van oude relaties (ouder-kind in het bijzonder) meenemen naar en als het ware ‘plakken’ op nieuwe relaties (autoriteitsrelaties in het bijzonder) – in groepen, organisaties en ook wereldpolitiek.
Transatlantische parentificatie: blijven of breken?
Waar de projectie van Trump als ‘daddy’ voor de hand ligt, oogt omgekeerd het beeld van Europa als ‘verdragende ouder’ – als Europapa – vreemd. Dat Europese leiders het emotionele containment voor Amerika moeten verzorgen, roept de associatie op met een dynamiek van rolomdraaiing die in de psychologie parentificatie wordt genoemd. Boszormenyi-Nagy en Spark muntten in 1973 als eersten deze term voor deze dynamiek waarbij een kind verantwoordelijkheden van volwassenen overnemen om het familiesysteem overeind te houden (14) Het kind neemt (gedeeltelijk) de ‘ouderrol’ over en andersom de ouder (gedeeltelijk) de ‘kindrol’. Vertaald naar de transatlantische dynamiek, leek dit zichtbaar in Trump’s hulpverzoeken (en later verwijten) richting Europese landen om de VS bij te staan in de door hem zelf veroorzaakte Iran-oorlog. Parentificatie kan, beschrijven Rana en Das, naast een instrumenteel ook een emotioneel-psychologisch karakter hebben (15). Dit aspect lijkt met name de Euro-Amerikaanse communicatie te kleuren, via het voortdurend emotioneel werk van Europese leiders in het absorberen van regressieve uitingen.
Europa, quo vadis?, is de existentiële vraag die voorligt. Blijft zij in een ondermijnende codependentie die óók tijdelijke veiligheid biedt of breekt ze hiermee met alle voorziene en onvoorziene gevolgen van dien? De neteligheid van dit dilemma wordt meestal historisch-institutioneel geduid: Europa en Amerika zijn sinds WO-II verregaand met elkaar verknoopte bondgenoten; breken zou een waterscheiding betekenen. Europese supranationale besluitvorming is bovendien traag en gefragmenteerd, wat drastische – laat staan existentiële – koerswijzigingen bemoeilijkt. Juist ook een psychologisch perspectief is echter nodig om de delicaatheid van Europa’s existentiële kwestie te vatten. Begrip van de werking van parentificatie maakt helder hoe – ook in geopolitiek verband – moeilijk het kan zijn los te breken uit chronische afhankelijkheid. Parentificatie is namelijk een bijzonder ambivalente dynamiek: enerzijds remt zij het kind in diens natuurlijke ontwikkeling, anderzijds biedt ze relatieve veiligheid door het systeem tijdelijk overeind te houden. Parentificatie is dysfunctioneel én functioneel tegelijkertijd. Ook in de transatlantische verhouding speelt deze kernambivalentie. Europa is kwetsbaar binnen de afhankelijkheidsrelatie met de VS, maar op korte en middellange termijn mogelijk nog kwetsbaarder zonder die relatie. Losbreken zou direct meervoudige gebreken – militair, technologisch, economisch, en, een laag dieper, ontologisch (16) – manifest maken. Blijven of breken? – het is boven alles een keuze tussen twee kwaden.
En toch is er hoop. Wetenschappelijke literatuur over posttraumatische groei onthult diverse silver linings die dynamieken van parentificatie kunnen voortbrengen (17). In sommige gevallen kan langdurige parentificatie bijdragen aan de ontwikkeling van flexibiliteit, weerbaarheid en zelf-individuatie (18), Als het kind ruimte krijgt het parentificatietrauma te verwerken, kan het deze competenties in het latere volwassen leven productief maken. Zo ook zou Europa haar afhankelijkheidsverstrikking kunnen benutten als brandstof voor het heroveren van haar autonomie en herijken van haar continentale identiteit.
De Duitse filosoof Peter Sloterdijk ziet in Europa een ‘continent zonder eigenschappen’ (19). Haar roerige imperialistische, kolonialistische, militair-industriële geweldgeschiedenis, stelt hij, heeft haar huiverig gemaakt voor nóg meer daadkracht, ideologie en leed. Liever blijft ze ‘leeg’ en kijkt ze terug op dat wat geschiedde. Nu wacht haar een nieuw hoofdstuk van zelfreflectie: dat van de transatlantische verstrikking
Noten
(1) Joost Klein (2024). Europapa. Nederlandse inzending voor Eurovisiesongfestival 2024.
(2) The White House (2025, pp. 25). National Security Strategy of the United States of America. Via https://www.whitehouse.gov/wp-content/uploads/2025/12/2025-National-Security-Strategy.pdf
(3) Nord, M., Altman, D., Fernandes, T., Good God, A., & Lindberg, S. (2026). Democracy Report 2026: Unraveling the democratic era? University of Gothenburg: V-Dem Institute.
(4) De nieuwe opstelling werd emblematisch verwoord door Trump’s tekstschrijver Stephen Miller: ‘You can talk all you want about international niceties and everything else, but we live in a world, in the real world, that is governed by strength, that is governed by force, that is governed by power.’ In The Conversation (7 januari 2026). Stephen Miller: portrait of Donald Trump’s ideologue‑in‑chief. Via https://theconversation.com/stephen-miller-portrait-of-donald-trumps-ideologue-in-chief-272869
(5) World Economic Forum. (20 januari 2026). Davos 2026: Special address by Mark Carney, Prime Minister of Canada.
(6) Hanson, S. & Kopstein, J. (2024). The assault on the state: How the global attack on modern government endangers our future. Polity Press.
(7) Fukuyama, F. (1992). The End of History and the Last Man. Free Press
(8) RTL Tonight. (6 april 2026). Harde woorden voor Donald Trump bij RTL Tonight: ‘Een klein kind die Risk speelt’.
(9) Zie bijvoorbeeld Washington Post (18 januari 2018). The man-child in the White House reels wildly out of control. Via https://www.washingtonpost.com/opinions/the-man-child-in-the-white-house-reels-wildly-out-of-control/2018/01/18/c41a9378-fc89-11e7-8f66-2df0b94bb98a_story.html (betaalmuur)
(10) Psychologiseren betekent overigens niet personaliseren. Trump’s regressieve gedrag dient begrepen worden in het licht van wat hij uitleeft namens en als onderdeel van een grotere systeemdynamiek. Het attribueren van persoonlijkheidsstoornissen aan Trump ontneemt zicht op hoe hij onderdeel uitmaakt van een collectievere regressie in maatschappij en politiek.
(11) Het waren o.a. de psychoanalytici Melanie Klein en Wilfred Bion die in hun observatiestudies dit proces van containment op het spoor kwamen en beschreven.
(12) Politico. (25 mei 2026). NATO chief calls Trump ‘Daddy’. https://www.politico.com/news/2025/06/25/nato-chief-calls-trump-daddy-00423485 Intrigerend genoeg reageerde Trump desgevraagd op Rutte’s uitspraak met ‘I think he likes me: “Daddy, you’re my daddy”’, waarmee hij enerzijds de vader-projectie bekrachtigde maar tegelijkertijd dan weer een kinderlijke focus op externe validatie tentoonspreidde.
(13) Rutte zelf probeerde zijn woordkeuze nog te bagatelliseren, maar concludeerde uiteindelijk dat ‘I now have to live with this the rest of my life
(14) Boszormenyi-Nagy, I. & Spark, G. (1973). Invisible loyalties: Reciprocity in intergenerational family therapy. New York: Brunner/Mazel
(15) Rana, R. & Das, A. (2021, pp. 45). Parentification: A review paper. The International Journal of Indian Psychology, 9(1), 44-50. Rana en Das beschrijven dat bij emotionele parentificatie‘the child may be required to measure and respond to the parent’s emotional needs, act as a confident and unwavering means of help, and provide intervention. The parent is in constant need for emotional and psychological help to cope with his or her own deficits.
(16) Zie Mitzen, J. (2006). Ontological security in world politics: State identity and the security dilemma. European journal of international relations, 12(3), 341-370. Mitzen toont hierin dat internationale conflicten – hoe dysfunctioneel ook – deels blijven bestaan omdat ze ontologische veiligheid bieden. De historisch gevormde continuïteit van conflicten biedt gaandeweg een bepaalde vorm van identiteit en in die zin ook zekerheid. Als Europa de transatlantische relatie zou verbreken zou zij zich in een moeilijk te verdragen ontologische onzekerheid begeven.
(17) Hooper, L., Marotta, S., & Lanthier, R. (2008). Predictors of growth and distress following childhood parentification: A retrospective exploratory study. Journal of child and Family Studies, 17(5), 693-705.
(18) Zelf-individuatie gaat over het vormen van een coherent zelfbeeld en eigen identiteit in een stressvolle context: ‘Individuation or self-differentiation might be a result when a parentified child recognizes and builds on her or his own autonomy and competence while managing the role reversals imposed by parents.’ (Hooper et al. 2008, pp. 695).
(19) Sloterdijk, P. (2006). Europa, het continent zonder eigenschappen. Amsterdam, Nederland: Boom.
[*] dr. Joram Feitsma is universitair docent Public Governance en programmaleider Bestuur en Beleid voor Professionals aan de Universiteit Utrecht, Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschappen