De acceptatie van lhbti-personen verschilt sterk per land. In West- en Noord-Europa zijn hun rechten vaak wettelijk goed beschermd, terwijl in delen van Oost-Europa, de Kaukasus en Rusland juist sprake is van achteruitgang. Nederland geldt internationaal nog steeds als een relatief tolerant land, maar behoort niet meer tot de absolute kopgroep.
Een belangrijke graadmeter voor lhbti-rechten in Europa is de jaarlijkse Rainbow Europe Index van belangenorganisatie ILGA-Europe. Deze index vergelijkt 49 Europese landen op thema’s als discriminatiebescherming, familierechten, transgenderwetgeving, haatmisdrijven en asielbeleid. Volgens de meest recente cijfers staat Nederland in 2025 op de dertiende plaats, met een score van ongeveer 64 procent. Malta gaat aan kop, maar ook landen als België, IJsland en Spanje scoren aanzienlijk hoger dan Nederland. Onderaan de lijst staan onder meer Rusland, Azerbeidzjan en Turkije.
Dat Nederland is gezakt, heeft volgens onderzoekers vooral te maken met achterblijvende wetgeving rond transgender- en intersekse rechten. Waar andere landen hun wetgeving moderniseerden, bleef Nederland op verschillende punten achter. Zo ontbreekt nog altijd expliciete bescherming van genderidentiteit en intersekse personen in sommige onderdelen van de wetgeving.
Toch betekent een lagere positie op de ranglijst niet automatisch dat Nederlanders negatief tegenover lhbti-personen staan. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt juist dat de maatschappelijke acceptatie in Nederland relatief hoog is. Nederlanders behoren samen met IJslanders tot de meest positieve Europeanen als het gaat om homoseksualiteit. Het aandeel Nederlanders met een positieve houding tegenover homo- en biseksualiteit steeg van 53 procent in 2006 naar 76 procent in 2020. Slechts een kleine minderheid heeft uitgesproken negatieve opvattingen.
Tegelijkertijd signaleren onderzoekers dat die acceptatie grenzen kent. Vooral zichtbare uitingen van homoseksualiteit, zoals hand in hand lopen of zoenen in het openbaar, leiden nog geregeld tot ongemak of afkeuring. Ook de acceptatie van transgender personen ligt lager dan die van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen. Daarnaast krijgen veel lhbti-personen nog steeds te maken met discriminatie, online haat en geweld.
Internationaal ontstaat daardoor een dubbel beeld. In veel West-Europese landen groeit de juridische gelijkheid, terwijl in andere landen juist beperkingen worden ingevoerd. Zo werden in Hongarije Pride-evenementen verboden en werden rechten van transgender personen ingeperkt. Ook in Georgië en het Verenigd Koninkrijk zien belangenorganisaties zorgelijke ontwikkelingen.
Nederland loopt dus nog altijd voorop in maatschappelijke acceptatie, maar raakt internationaal terrein kwijt als het gaat om wetgeving en bescherming van lhbti-rechten. Volgens experts laat dat zien dat emancipatie geen vanzelfsprekend eindpunt kent, maar voortdurend onderhoud vraagt.