Het Hooggerechtshof in de Verenigde Staten buigt zich niet over de vraag of kunstmatige intelligentie auteursrecht kan krijgen op visuele kunst. Dat meldde Tweakers bij Nu.nl (huh). Daarmee is een voorlopig definitief ‘nee’ gegeven op het principiële punt of je een AI-systeem als maker op kunt voeren.
De zaak is een nederlaag voor de Amerikaanse computerwetenschapper Stephen Thaler, die enige faam geniet in de IE-wereld als het lang drammende eenzame genie inzake creatieve computerprogramma’s. Alweer in 2012 liet hij een AI een kunstwerk maken, en hij spreekt antropomorfiserend over “zelfbewuste” (sentient) AI.
Thaler zet breed in: wereldwijd probeert hij octrooi te krijgen op uitvindingen gedaan door zijn creatie DABUS, en in de VS vecht hij ook voor auteursrechtelijke erkenning. De inzet daarvan is altijd het principiële punt dat zijn AI formeel als uitvinder of maker genoemd moet worden.
De auteursrechtdiscussie kan alleen in de VS, vanwege haar registratiesysteem. Formeel heb je ook in de VS automatisch auteursrecht (Berner Conventie) maar registratie is vereist om te mogen procederen en biedt de optie van statutory damages indien vooraf gedaan.
Het US Copyright Office kan aanvragen onderzoeken en afkeuren als niet aan de eisen is voldaan, wat ook hier gebeurde. Met het formele argument dat DABUS geen mens is, terwijl menselijke creatieve arbeid noodzakelijk was. Dat bleef bij de rechter overeind.
In hoger beroep ging men er eens goed voor zitten. Nergens in de Auteurswet stáát namelijk dat alleen een mens een werk kan maken. Dat was nooit echt een discussie omdat auteursrecht alleen een ding was bij menselijke makers (en een enkele makaak). Maar toch staat het er indirect wel:
[T]he court found that multiple provisions make clear that authors must be human beings. Ownership provisions assume the author can hold property; duration provisions measure terms by the author’s lifespan; joint authorship requires intent; and registration requires a signature – all capacities only humans possess.
Voor mij is die eerste het belangrijkste. Een auteursrecht is uiteindelijk een vermogensrecht, oftewel iets dat je kunt verhandelen of exploiteren. Om dat te hebben, moet je wel bestaan. En dat kan ook bij rechtspersonen zoals bedrijven of stichtingen, maar de wet kent daarbij een gesloten systeem. Je bent pas een persoon als de wet dat zegt (zei hij heel anti-soeverein).
De Supreme Court had hier een fundamentele uitspraak over kunnen doen, maar laat die kans aan zich voorbij gaan. Daarmee blijft de uitspraak van het Court of Appeals overeind.
In de tussentijd heeft het US Copyright Office AI-prompteurs een sprankje hoop gegeven; je kunt een zogeheten compilation copyright krijgen als je menselijke creativiteit toevoegt door “selection, coordination, or arrangement” binnen de uitvoer van de AI. Die moet dan weer wel uit het werk zelf af te leiden zijn. Een prompt, hoe creatief ook, is daarbij niet genoeg.
De Europese rechtspraak heeft hier nog geen vergelijkbaar antwoord op. Zijdelings kwam het aan de orde in de Painer zaak in 2013, waar de advocaat-generaal opmerkte dat alleen mensen de benodigde creativiteit kunnen leveren. Maar dat is geen deel van het arrest zelf geworden. (Heel enthousiast lezend zou je het uit rechtsoverweging 90-92 kunnen halen.)
In lijn met die laatste Amerikaanse zaken is het Levola-arrest uit 2018, dat bepaalde dat ook bij ons de creativiteit in het werk zelf herkenbaar moet zijn. Keuzes ten tijde van het prompten of anderszins besturen van de AI-software tellen dan niet mee, omdat je die niet kunt zien in de uitvoer.
Arnoud
Het bericht AI krijgt geen auteursrecht op zelfgemaakt beeld in VS verscheen eerst op Ius Mentis.