Kleine gewoontes maken op de lange termijn het verschil. Dit zijn ze.
Veel mensen dromen van het binnenslepen van een grote geldprijs. Toch is er bijna niemand die vermogen opbouwt door één gelukkig moment van de notaris. Kleine, herhaalde keuzes doen op de lange termijn meer. Dit zijn er zeven.
Wie op goed geluk uitgeeft en hoopt dat er aan het eind van de maand nog geld over is, houdt vaak niets over. Zet daarom automatisch een vast bedrag over naar een spaar- of beleggingsrekening, op de dag dat je salaris binnenkomt.
Tijd is de grootste factor bij vermogensopbouw. Een rekenvoorbeeld: als je dertig jaar lang 100 euro per maand belegt en gemiddeld 5 procent per jaar overhoudt, kom je uit op ongeveer 83.000 euro. Daarvan heb je zelf 36.000 euro ingelegd. Dat rendement is geen garantie, want beleggen brengt uiteraard risico's met zich mee.
Een streamingdienst, tijdschrift, opslagruimte of een sportschool die je nooit bezoekt. Loop je bankafschriften eens na en zeg op wat je niet echt nodig hebt. Per abonnement scheelt het weinig, bij elkaar tikt het na verloop van tijd flink aan.
Meer salaris betekent vaak een grotere auto, een duurder huis of vaker uit eten. Wie de extra ruimte deels vastlegt in sparen of beleggen, bouwt sneller op.
Energie, verzekeringen en internet lopen vaak jarenlang door zonder dat je er erg in hebt. Even vergelijken kost een uurtje en kan jaarlijks een flink bedrag schelen.
Een roodstand of doorlopend krediet kost vaak meer rente dan je met sparen of beleggen verdient. Werk die schulden daarom eerst weg.
Een spaarpot voor onverwachte uitgaven, zoals een kapotte wasmachine of een auto in de garage, voorkomt dat je moet lenen of beleggingen te vroeg moet verkopen. Het Nibud heeft richtlijnen voor de hoogte van een buffer.
Geen van deze keuzes is spectaculair. Maar samen maken ze je op de lange termijn in 999 van de 1000 gevallen een stuk rijker dan staatsloten kopen.