
De geschiedenis kent weinig gevaarlijkers dan een elite die een zucht van verlichting verwart met strategisch inzicht. En dat hebben we gezien toen deze week Donald Trump een wapenstilstand van twee weken aankondigde met Iran. Prompt begonnen de bekende rituelen. De markten veerden op. De olieprijs dook omlaag. Europese leiders spraken de taal van de-escalatie, alsof het probleem nu ten minste voorlopig "onder controle" is.
Maar dit is geen strategische doorbraak. Dit is geopolitieke zelfverdoving. Trump heeft geen vrede afgedwongen. Hij heeft een pauze gekocht. En zoals zo vaak in het Midden-Oosten geldt: de vraag is niet wie het hardst om vrede roept, maar wie het meest profiteert van tijd.
Laten we de balans daarom zonder diplomatiek poeder opmaken. Trump heeft gewonnen. Niet in de verheven zin van staatsmanschap, maar in de moderne zin van beeldregie. Hij kan zich nu presenteren als de man die eerst met maximale hardheid dreigde en daarna met één pennenstreek de rust herstelde. Eerst de pyromaan, dan de brandweerman, en vervolgens het applaus voor beide rollen tegelijk opeisen. Trump noemt het een "total and complete victory", maar juist dat soort taal verraadt de zwakte van het moment. Wie werkelijk gewonnen heeft, hoeft dat zelden zo luidruchtig uit te schreeuwen.
Ook Iran heeft gewonnen, en op de langere termijn misschien zelfs meer. Niet omdat Teheran moreel sterker zou staan. Niet omdat het regime plotseling geliefd is. Maar omdat het opnieuw heeft bereikt wat autoritaire, ideologische systemen altijd proberen te bereiken: overleven. En voor zulke regimes is overleven al winst. Tijd is voor liberale democratieën vaak een bron van twijfel, verdeeldheid en electorale vermoeidheid. Voor revolutionaire regimes is tijd reorganisatie. Tijd is repressie aanscherpen, netwerken herstellen, propaganda herijken, de balans opmaken en toewerken naar de volgende ronde.
Zelfs Mullah Omar, de Talibanleider die in 2001 door de Verenigde Staten werd afgezet, begrijpt de waarde van geduld. "Amerikanen hebben alle horloges," merkte hij ooit op, "maar wij hebben alle tijd." De wapenstilstand werd bemiddeld via Pakistan, gekoppeld aan afspraken rond de Straat van Hormuz en verpakt als opening naar verdere gesprekken. Dat klinkt keurig. Maar keurige woorden veranderen niets aan de aard van het regime. De grootste illusie van de diplomatie is te geloven dat een handtekening de intenties van een staat verandert.
Wie heeft dan verloren? Om te beginnen de Iraanse bevolking. Dat is de tragiek waar veel westerse analyses blind voor blijven. Men spreekt over de-escalatie alsof iedere adempauze automatisch humanitair is. Dat is een sentimentele misvatting. Er bestaan wapenstilstanden die burgers beschermen. Er bestaan ook wapenstilstanden die dictators redden.
De Islamitische Republiek is geen neutrale staat met wat stevige opvattingen over soevereiniteit. Het is een regime dat intern op onderdrukking rust en extern op ontregeling teert. Wie zo'n regime ademruimte geeft zonder zijn machtsapparaat werkelijk te breken, biedt niet automatisch verlichting aan de bevolking. Vaak biedt men dan vooral ademruimte aan de cipier.
Europa, de grote verliezer
Dat brengt ons bij Europa, de andere grote verliezer. Nergens is de verleiding groter om tijdelijke rust voor duurzame orde aan te zien. Europa reageerde voorspelbaar. Opluchting. Positieve beurzen. Het oude geloof dat een dalende olieprijs ook morele vooruitgang suggereert. Alsof beschaving begint waar Brent eindigt. De markten schoten omhoog juist omdat de vrees voor verstoring van energiestromen door Hormuz afnam. Dat is economisch begrijpelijk, maar strategisch bijna komisch.
Wie zijn strategische kompas afstemt op de stemming van de markt, eindigt niet met een veiligheidsdoctrine, maar met marktsentiment in beleidsvorm. Het continent wil al jaren geloven dat elk conflict uiteindelijk oplosbaar is met genoeg proces, genoeg papier en met genoeg constructieve betrokkenheid. Dat was de illusie achter de het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA), beter bekend als de Iraanse nucleaire deal, en het is ook de illusie die nu opnieuw om de hoek kijkt.
De JCPOA werd destijds verkocht als een triomf van diplomatie. In werkelijkheid was het een meesterwerk in uitstel. Niet omdat diplomatie verkeerd zou zijn, maar omdat die diplomatie de kern van het probleem verkeerd begreep. Men deed alsof Iran vooral een technisch nucleair vraagstuk was. Alsof het Iraanse probleem een technocratische puzzel was van verrijkingspercentages, inspectieregimes en juridische bijlagen. Alsof ideologie zich laat wegonderhandelen in voetnoten. Alsof een revolutionair regime, voorzien van voldoende diplomatiek toezicht, vanzelf zijn revolutionaire tanden verliest.
Dat was toen al onzin. En het is nu opnieuw onzin. Het regime in Teheran is niet slechts een staat met belangen. Het is ook een project met dogma's. Het leeft niet alleen van rationele kosten-batenanalyses, maar ook van historische missie, vijandbeeld en revolutionaire identiteit. Wie dat niet begrijpt, begrijpt niets van de fout van het Westen in de afgelopen 47 jaar. Het probleem was nooit dat men met Iran sprak. Het probleem was dat men zichzelf tijdens dat spreken wijsmaakte dat het regime in wezen wilde worden zoals wij.
Dat is de grote narcistische fout van liberale diplomatie: de gedachte dat de ander, diep vanbinnen, gewoon wacht op onze redelijkheid. Maar niet ieder regime verlangt naar normalisering. Sommige regimes verlangen vooral naar overleving, en gebruiken onderhandelingen als instrument van die overleving.

Daarom is deze wapenstilstand gevaarlijk. Niet omdat iedere pauze in geweld verwerpelijk zou zijn, maar omdat deze pauze de structurele verhoudingen niet verandert. Er is geen duidelijk strategisch eindbeeld. Er is geen overtuigend bewijs dat de fundamenten van de Iraanse macht blijvend zijn verzwakt. Er is wel een Amerikaanse president die de overwinning claimt, een regime dat tijd koopt, en een Europa dat opgelucht ademhaalt omdat de prijs aan de pomp misschien meevalt. Dat is geen vrede. Dat is comfortpolitiek.
Churchill merkte ooit op "we lijken heel dicht bij de grimmige keuze tussen oorlog en schande te staan. Mijn gevoel zegt dat we voor schande zullen kiezen, en dat we dan iets later alsnog oorlog zullen krijgen, onder nog ongunstigere voorwaarden dan nu". Churchill heeft in de Iraanse kwestie vermoedelijk gewoon gelijk, en de toekomst zal dat met terugwerkende kracht nog pijnlijker bevestigen. Een orde blijft niet overeind doordat men de escalatie van vandaag vermijdt tegen elke prijs. Zij blijft overeind wanneer agressie niet loont, chantage niet beloond wordt en tirannie niet steeds weer een diplomatieke zuurstoffles krijgt aangereikt.
Dus wie won? Trump won de headline. Iran won de tijd. De markten wonnen een korte vakantie van hun zenuwinzinking. En Europa won een prettig gevoel. En wie verliest? De Iraanse bevolking verliest, omdat een overlevend regime zelden milder wordt. Europa verliest, omdat het opnieuw rust met orde verwart. En de wereldvrede verliest, omdat een wapenstilstand zonder strategische afrekening met de bron van instabiliteit meestal geen oplossing is, maar een trailer voor het vervolg.
De JCPOA was de geruststellende fictie dat men een revolutionair regime kon beheren zonder het werkelijk te neutraliseren. Deze wapenstilstand dreigt dezelfde fout opnieuw te maken, omdat zij vooral de opmaat lijkt naar een nieuwe deal met Iran, alleen met minder juridische finesse en meer televisietalent. De verpakking is veranderd. De naïviteit niet.














