Op papier behoren gepensioneerden in 2027 tot de weinige groepen die er nog iets op vooruitgaan. Volgens de koopkrachtcijfers van het CPB stijgt hun koopkracht gemiddeld met 0,3 procent. Maar dat gemiddelde verbergt een aantal maatregelen die juist bij ouderen rechtstreeks in de portemonnee terechtkomen. Vooral wie weinig aanvullend pensioen heeft, moet goed naar het totaalplaatje kijken.
Een opvallende ingreep is de ouderenkorting. Het kabinet verlaagt die in het Belastingplan met 100 euro ten opzichte van het bedrag dat zonder de ingreep zou hebben gegolden. Door andere aanpassingen bedraagt de maximale ouderenkorting in 2027 uiteindelijk 1.993 euro, tegen 2.067 euro in 2026.
Daar komt de zogenoemde vrijheidsbijdrage bij. Normaal worden onder meer belastingschijven en heffingskortingen volledig aangepast aan de inflatie. In 2027 gebeurt dat voor slechts 48 procent. Daardoor lopen fiscale bedragen minder hard op dan de prijzen.
Zorgverzekering 150 euro duurder
Ook de zorgrekening stijgt. Het ministerie van VWS verwacht dat de gemiddelde basispremie met 12,50 euro per maand omhooggaat naar 169 euro. Dat is 150 euro per jaar extra. Het verplichte eigen risico stijgt bovendien van 385 naar 400 euro. Wie het volledige eigen risico gebruikt, is daardoor nog eens 15 euro extra kwijt.
Voor ouderen met een laag inkomen zit er wel een belangrijke compensatie in het pakket: de maximale zorgtoeslag voor alleenstaanden stijgt naar verwachting naar 140 euro per maand. Daardoor komt de premiestijging bij iemand met alleen AOW niet automatisch volledig voor eigen rekening.
Wat betekent dat concreet?
Neem drie alleenstaande gepensioneerden. Voor iemand met alleen AOW bestaat de zichtbare tegenvaller vooral uit de lagere ouderenkorting en hogere zorgkosten, maar de hogere zorgtoeslag kan een belangrijk deel daarvan opvangen.
Bij AOW plus 500 euro aanvullend pensioen per maand wordt de zorgtoeslag lager naarmate het inkomen stijgt. De hogere premie, lagere ouderenkorting en beperkte inflatiecorrectie gaan daardoor zwaarder wegen. Bij AOW plus 1.500 euro pensioen per maand is de bescherming van de zorgtoeslag nog kleiner of verdwenen en kan de stapeling richting enkele honderden euro’s per jaar lopen.
Dat lijkt moeilijk te rijmen met die gemiddelde koopkrachtplus van 0,3 procent. De verklaring is dat het CPB álle ontwikkelingen meetelt, waaronder stijgende AOW en aanvullende pensioenen. Het gemiddelde zegt dus niet dat iedere gepensioneerde 0,3 procent meer te besteden krijgt.
En precies daar zit de adder onder het gras: 2027 kan voor gepensioneerden op papier een plusjaar zijn, terwijl verschillende vaste lasten en fiscale voordelen tegelijkertijd de verkeerde kant op bewegen.

