Per 1 juli 2026 gaat de AOW weer een stukje omhoog doordat het minimumloon stijgt. De Sociale Verzekeringsbank heeft vandaag de nieuwe bedragen per huishouden gepubliceerd, inclusief de nettobedragen die daadwerkelijk op de rekening verschijnen. Voor alleenstaanden komt de AOW met loonheffingskorting nu uit op ruim 1.580 euro per maand, terwijl samenwonende en gehuwde AOW’ers ieder iets meer dan 1.080 euro ontvangen. Daarmee schuift het “gemiddelde” pensioeninkomen van Nederlandse huishoudens – AOW plus aanvullend pensioen – nog wat verder omhoog, al blijft de kloof tussen verschillende groepen gepensioneerden groot.
De officiële cijfers van de SVB laten zien wat er netto overblijft per maand bij een volledige AOW‑opbouw, mét en zonder loonheffingskorting.
Belangrijk: in de meeste huishoudens wordt de loonheffingskorting op één inkomen toegepast (vaak de AOW van degene met het laagste overige inkomen). Dat bepaalt het uiteindelijke netto totaal.
| Huishoudtype | Netto AOW per maand | Toelichting |
| Alleenstaand | € 1.581,55 | 70% van het minimumloon, zonder loonheffing |
| Gehuwd/samenwonend, per persoon | € 1.084,13 | 50% per persoon, zonder loonheffing |
| Gehuwd/samenwonend, totaal huishouden | ± € 2.168,26 | Twee keer € 1.084,13, als beide partners korting krijgen |
| Huishoudtype | Netto AOW per maand | Toelichting |
| Alleenstaand | € 1.285,22 | Inclusief loonheffing en Zvw‑bijdrage |
| Gehuwd/samenwonend, per persoon | € 880,96 | Inclusief loonheffing en Zvw‑bijdrage |
Deze bedragen zijn exclusief vakantiegeld; dat wordt in mei in één keer netto uitbetaald.
In de praktijk kom je als stel vaak ergens tussen deze uitersten uit, omdat de loonheffingskorting maar één keer volledig benut kan worden.
De gemiddelde gepensioneerde leunt niet alleen op de AOW, maar ook op aanvullend pensioen via een fonds of verzekeraar. Volgens recente overzichten liggen de gemiddelde aanvullende pensioenuitkeringen in Nederland rond de 1.500 à 1.600 euro bruto per maand per huishouden, bovenop de AOW. Een alleenstaande met volledig AOW en een gemiddeld aanvullend pensioen komt daarmee globaal rond de 2.500 tot 2.700 euro netto per maand uit, afhankelijk van de exacte pensioenhoogte en de belastingdruk.
Bij stellen loopt het totaalbedrag aan AOW en aanvullend pensioen al snel op richting de drie tot vierduizend euro netto, maar dat gemiddelde maskeert forse verschillen tussen sectoren, inkomensgroepen en generaties. Wie vooral op AOW is aangewezen, voelt de verhoging per 1 juli wél direct: een paar tientjes per maand extra kan het verschil maken tussen elke euro omdraaien of net iets meer ademruimte hebben.
Een illustratief rekenvoorbeeld:
Daar bovenop komen eventuele aanvullende pensioenen, lijfrentes of eigen inkomsten uit werk of vermogen. Dat maakt dat het “gemiddelde” pensioeninkomen waarover nu veel wordt geschreven, voor veel huishoudens slechts beperkt herkenbaar is: wie weinig aanvullend pensioen heeft, blijft grotendeels aangewezen op deze AOW‑bedragen.
Wil je voor jouw blog nog een korte kadertekst met drie snelle voorbeelden (“zoveel krijgt een alleenstaande, een stel met één AOW en een stel met twee AOW’s”) om naast dit stuk te plaatsen?
Per 1 juli 2026 gaat de AOW weer een stukje omhoog doordat het minimumloon stijgt. De Sociale Verzekeringsbank heeft vandaag de nieuwe bedragen per huishouden gepubliceerd, inclusief de nettobedragen die daadwerkelijk op de rekening verschijnen. Voor alleenstaanden komt de AOW met loonheffingskorting nu uit op ruim 1.580 euro per maand, terwijl samenwonende en gehuwde AOW’ers ieder iets meer dan 1.080 euro ontvangen. Daarmee schuift het “gemiddelde” pensioeninkomen van Nederlandse huishoudens – AOW plus aanvullend pensioen – nog wat verder omhoog, al blijft de kloof tussen verschillende groepen gepensioneerden groot.
De officiële cijfers van de SVB laten zien wat er netto overblijft per maand bij een volledige AOW‑opbouw, mét en zonder loonheffingskorting.
Belangrijk: in de meeste huishoudens wordt de loonheffingskorting op één inkomen toegepast (vaak de AOW van degene met het laagste overige inkomen). Dat bepaalt het uiteindelijke netto totaal.
| Huishoudtype | Netto AOW per maand | Toelichting |
| Alleenstaand | € 1.581,55 | 70% van het minimumloon, zonder loonheffing |
| Gehuwd/samenwonend, per persoon | € 1.084,13 | 50% per persoon, zonder loonheffing |
| Gehuwd/samenwonend, totaal huishouden | ± € 2.168,26 | Twee keer € 1.084,13, als beide partners korting krijgen |
| Huishoudtype | Netto AOW per maand | Toelichting |
| Alleenstaand | € 1.285,22 | Inclusief loonheffing en Zvw‑bijdrage |
| Gehuwd/samenwonend, per persoon | € 880,96 | Inclusief loonheffing en Zvw‑bijdrage |
Deze bedragen zijn exclusief vakantiegeld; dat wordt in mei in één keer netto uitbetaald.
In de praktijk kom je als stel vaak ergens tussen deze uitersten uit, omdat de loonheffingskorting maar één keer volledig benut kan worden.
De gemiddelde gepensioneerde leunt niet alleen op de AOW, maar ook op aanvullend pensioen via een fonds of verzekeraar. Volgens recente overzichten liggen de gemiddelde aanvullende pensioenuitkeringen in Nederland rond de 1.500 à 1.600 euro bruto per maand per huishouden, bovenop de AOW. Een alleenstaande met volledig AOW en een gemiddeld aanvullend pensioen komt daarmee globaal rond de 2.500 tot 2.700 euro netto per maand uit, afhankelijk van de exacte pensioenhoogte en de belastingdruk.
Bij stellen loopt het totaalbedrag aan AOW en aanvullend pensioen al snel op richting de drie tot vierduizend euro netto, maar dat gemiddelde maskeert forse verschillen tussen sectoren, inkomensgroepen en generaties. Wie vooral op AOW is aangewezen, voelt de verhoging per 1 juli wél direct: een paar tientjes per maand extra kan het verschil maken tussen elke euro omdraaien of net iets meer ademruimte hebben.
Een illustratief rekenvoorbeeld:
Daar bovenop komen eventuele aanvullende pensioenen, lijfrentes of eigen inkomsten uit werk of vermogen. Dat maakt dat het “gemiddelde” pensioeninkomen waarover nu veel wordt geschreven, voor veel huishoudens slechts beperkt herkenbaar is: wie weinig aanvullend pensioen heeft, blijft grotendeels aangewezen op deze AOW‑bedragen.
Wil je voor jouw blog nog een korte kadertekst met drie snelle voorbeelden (“zoveel krijgt een alleenstaande, een stel met één AOW en een stel met twee AOW’s”) om naast dit stuk te plaatsen?
Per 1 juli stijgen de energietarieven voor miljoenen Nederlandse huishoudens met een variabel contract tot wel 13 procent. Dat blijkt uit de nieuwste monitor van de Autoriteit Consument & Markt (ACM), die gisteren werd gepubliceerd. De toezichthouder signaleert opnieuw grote prijsverschillen tussen leveranciers en roept consumenten op om actief te vergelijken.
Huishoudens met een variabel energiecontract merken de prijsverhoging direct in hun portemonnee. Leveranciers passen hun tarieven doorgaans twee keer per jaar aan, en de stijging per 1 juli volgt op oplopende inkoopprijzen op de energiemarkt.
Volgens de ACM gaat het om miljoenen huishoudens die geen vast contract hebben afgesloten. Juist deze groep is kwetsbaar voor prijsschommelingen, omdat tarieven sneller worden aangepast aan marktontwikkelingen.
De ACM-monitor laat zien dat de prijsverschillen tussen energieleveranciers aanzienlijk blijven. Voor vergelijkbare huishoudens kunnen de jaarlijkse kosten honderden euro’s uiteenlopen, afhankelijk van de gekozen aanbieder.
De toezichthouder benadrukt dat overstappen nog altijd loont. Ondanks de stijgende tarieven zijn er aanbieders die relatief lagere prijzen hanteren, vooral voor nieuwe klanten of bij tijdelijke acties.
De recente stijging hangt samen met onzekerheid op de internationale energiemarkt. Factoren zoals geopolitieke spanningen, gasvoorraden en weersinvloeden blijven een directe impact hebben op de groothandelsprijzen.
Hoewel de extreme pieken uit de energiecrisis van 2022 voorlopig uitblijven, is stabiliteit nog niet vanzelfsprekend. De ACM waarschuwt dat prijsontwikkelingen ook in de tweede helft van 2026 onvoorspelbaar blijven.
De ACM roept consumenten op om hun energiecontract actief te controleren. Veel huishoudens blijven onnodig lang bij dezelfde leverancier, terwijl overstappen relatief eenvoudig is en direct voordeel kan opleveren.
Daarnaast adviseert de toezichthouder om bewust te kiezen tussen een variabel en vast contract. Een vast contract biedt meer zekerheid, maar ligt momenteel vaak iets hoger in prijs dan variabele tarieven — al kan dat bij verdere stijgingen snel omslaan.
Voor een gemiddeld huishouden kan de prijsstijging oplopen tot enkele tientjes per maand. Zeker in combinatie met andere stijgende kosten blijft de energierekening een belangrijke factor in het huishoudbudget.
De oorlog in Oekraïne duurt nu al langer dan de Eerste Wereldoorlog. Veel van de 134.000 Oekraïners in Nederland denken dat de oorlog niet snel stopt. Een groeiend aantal – twee derde – heeft last van depressieve gevoelens en angstklachten, blijkt uit onderzoek van het WODC.
Gemeenten verplichten festivals tot een zero-tolerancebeleid inzake drugs, maar de politie kan niet voor iedere pil komen opdraven. Het bedrijf ThinkTwice is in dat gat gesprongen en legt boetes op bij drugsbezit. Festivals worden daarmee een proeftuin voor private ordehandhaving.