Peter Kernwein posted a photo:
De Rijn bij Lobith bracht dit weekend nog 615 kuub water per seconde binnen — in een normale zomer is dat ruim drie keer zoveel. Ondertussen kruipt vanuit de Noordzee een onzichtbare zouttong stroomopwaarts langs de bodem. Bij Kinderdijk, Krimpen aan den IJssel en de Nieuwe Waterweg ligt hij al klaar. Als de rivier nóg verder zakt, komt hij dichter bij het punt waar jouw drinkwater begint.
Historisch weinig water — en het houdt aan
Begin augustus 2026 is bij Lobith een afvoer van 614 kubieke meter per seconde gemeten. Daarmee sneuvelde het bijna 80 jaar oude afvoerrecord van 620 kuub uit november 1947. Wat de vergelijking pijnlijker maakt: in november is de zoetwatervraag laag, nu is die maximaal. In een normale juli komt hier ongeveer 1.900 kuub per seconde binnen. Verkennende modellen sluiten een verdere daling richting 580 kuub aan het eind van de maand niet uit.
Ook bovenstrooms sneuvelen records: bij Keulen (meetreeks vanaf 1816) en Maxau (vanaf 1921) was de afvoer begin augustus de laagste ooit voor die datum. Het Duitse stroomgebied kreeg dit voorjaar maar 68 procent van de normale neerslag. De sneeuwbuffer in de Alpen was klein en smolt te vroeg; de gletsjers, ooit een reservevoorziening, zijn grotendeels verdwenen.
Nog nooit stroomde er zo weinig water door de Rijn — en dan is het pas half augustus.
De zouttong: wat het is en waar hij nu ligt
Zeewater is zwaarder dan zoet water. Als de rivier weinig tegendruk levert, kruipt zout water bij vloed als een tong over de bodem landinwaarts, onder het zoetere oppervlaktewater door. In het rivierengebied trekt die tong nu op via drie routes: de Lek, de Nieuwe Merwede en de rivier de Noord tussen Dordrecht en Kinderdijk. In de Hollandsche IJssel schuift het zout op vanaf Krimpen aan den IJssel.
Waterschap Rivierenland laat bij Kinderdijk daarom alleen nog water in bij eb — een maatregel die het waterschap zelf omschrijft als iets dat het "nog nooit heeft gehad". Bij vloed zou te veel zout binnenkomen. In het uiterste geval wordt tijdens vloed alsnog zilter water ingelaten, om verzakking van oevers, dijken en kades in de Alblasserwaard te voorkomen. Kwaliteit maakt dan plaats voor peil.
Waar begint het echt te knellen voor de kraan
Ongeveer 30 procent van de Nederlandse drinkwaterproductie leunt op bronnen die gevoelig zijn voor verzilting. Voor chloride in drinkwater geldt een jaargemiddelde grens van 150 milligram per liter. Zoet Nederlands oppervlaktewater zit normaal tussen 50 en 130 milligram; zeewater rond de 18.000. Er hoeft dus weinig zout bij te komen om die norm in gevaar te brengen.
Op dit moment blijven de chloridewaarden bij de meeste drinkwaterinnamepunten binnen de bandbreedte. Maar bij zeer lage Rijnafvoer — richting 900 kuub per seconde en lager — kan het chloridegehalte van "zoet" Rijnwater al oplopen tot rond de 150 milligram. Bij afvoer onder de 850 kuub kan bij Lek-inlaten een getijminimum van rond 250 milligram worden bereikt. Innamepunten worden dan tijdelijk gesloten en bedrijven schakelen naar buffers, andere bronnen of ontzilting via omgekeerde osmose. Die laatste techniek kost veel energie en levert circa 20 procent waterverlies op.
Wat Rijkswaterstaat nu al doet
Sinds 17 juli 2026 staat Stuw Hagestein bij Vianen gedeeltelijk open. Er stroomt daar 20 tot 25 kuub per seconde extra doorheen richting de Lek — als een zoetwaterstootkussen tegen de oprukkende zouttong. Dat water wordt vanuit de Waal via de Prins Bernhardsluizen bij Tiel het Amsterdam-Rijnkanaal in geleid. Op de Waal daalt de waterstand hierdoor extra, wat de binnenvaart nog verder in de knel brengt.
Daarnaast draait de Klimaatbestendige Wateraanvoer om zoet water naar West-Nederland te sluizen, is de Doorvoer Krimpenerwaard geactiveerd en spuit het zoutscherm bij IJmuiden actief zout weg uit het Noordzeekanaal — de route waarlangs zout via het Amsterdam-Rijnkanaal de kraan van Amsterdam kan bedreigen. In het rivierengebied gelden onttrekkingsverboden: sproeien uit sloten mag in grote delen niet meer.
Kwaliteit maakt plaats voor peil: als het zilte water móét, laten waterschappen het inmiddels ook toe.
Als de Rijn nóg verder zakt
Zakt de afvoer echt door naar rond de 580 kuub per seconde en houdt de droogte weken aan, dan stapelen de effecten zich op. Bij extreme droogte kan de zouttong via de Nieuwe Waterweg zelfs tot aan de monding van de Hollandsche IJssel doordringen. Het risico is dan niet alleen dat innamepunten voor kortere of langere periodes dichtgaan, maar ook dat de grens van 150 milligram jaargemiddeld — nu vooral in modellen relevant — dichterbij komt. In extremere klimaatscenario's rekent onderzoek al met concentraties tot 190 milligram per liter.
Voor huishoudens betekent zilter kraanwater vooral drie dingen: een lichte zilte smaak, versnelde corrosie in leidingen en apparaten, en een oplopende drinkwaterprijs door de zuivering die nodig is om zout eruit te halen. Bij echte schaarste krijgt drinkwater voorrang op landbouw en industrie — de kraan blijft dus lopen. Alleen: goedkoop, gewoon en zorgeloos zoals nu, dat wordt het niet meer vanzelfsprekend.
Meer weten?