Can now use SANs for storage, and adds a local control plane and key management
Microsoft has given its Azure Local on-prem cloud a major makeover to make it fit for duty powering large-scale sovereign infrastructure.…
Microsoft has given its Azure Local on-prem cloud a major makeover to make it fit for duty powering large-scale sovereign infrastructure.…
"This WTF is in Matlab" almost feels like cheating. At one place I worked, somebody's job was struggling through a mountain of Matlab code and porting it into C. "This Matlab code looks like it was written by an alien," also doesn't really get much traction- all Matlab code looks like it was written by an alien. This falls into the realm of "Researchers use Matlab, researchers may be very smart about their domain, but generally don't know the first thing about writing maintainable code, because that's not their job."
But let's take a look at some MatLab Carl W found:
try
if (~isempty(fieldnames(bigStruct)) && isfield(bigStruct,'pathName'))
[FileName, PathName] = uigetfile(bigStruct.pathName);
else
[FileName, PathName] = uigetfile(lastPath); %lastPath holds previous path
end
catch
bigStruct = struct;
end
The uigetfile function opens a file dialog box. When the user selects a file, FileName holds the filename, PathName holds the containing path. If the user doesn't select a valid file, or clicks "Cancel", both of those variables get set to 0. It's then up to the caller to check the return value and decide what happens next.
Which is not what happens here, obviously. The developer responsible seems to believe that it maybe throws an exception? And they can just catch it? Carl's best guess is that this is a "weird" way to catch the cancel button. But it does mean that FileName and PathName get set to 0, and those zeros propagate until something finally tries to open those files, at which point everything blows up and the user doesn't know why.
De Europese Commissie adviseert lidstaten voor het einde van dit jaar gebruik te maken van de EU-leeftijdsverificatieapp. Dat las ik bij Nu.nl. Deze moet veilig en specifiek mogelijk maken dat je je leeftijd (of een status zoals “21+”) deelt met online diensten, zodat we af zijn van al die kopietjes paspoort.
Het idee voor de app komt uit de regels rond de European Digital Identity Wallet, deel van de Europese Digitale Identiteitsverordening (Verordening 2024/1183), in de praktijk vaak ‘eIDAS 2.0’ genoemd. Deze brengt drie fundamentele vernieuwingen:
De EDI-verordening stelt expliciete grenzen aan verplicht gebruik van de wallet. Artikel 5bis lid 15 bepaalt dat toegang tot essentiële diensten niet afhankelijk mag worden gemaakt van identificatie via de wallet.
Het komt precies met het nieuws dat Meta de DSA schendt (althans, naar voorlopige inschatting) omdat zij geen enkele leeftijdscontrole doet bij minderjarigen. De hint is duidelijk: Meta moet aan de app.
Arnoud
Het bericht Brussel stuurt aan op snelle invoering van leeftijdsapp in Europese landen verscheen eerst op Ius Mentis.
RECENSIE - Het irritante van het werk van geheime diensten is dat het werk van geheime diensten geheim is. Historici weten er minder van dan ze zouden willen. Natuurlijk zijn er archieven, maar het kan heel lang duren voordat die worden vrijgegeven. Dat de Britten tijdens de Tweede Wereldoorlog alle Duitse codeberichten konden lezen, werd pas dertig jaar na dato erkend en voor zover ik weet duurde het nog eens veertig jaar tot alle stukken openbaar waren. Maar ook een onderzoeker die toegang heeft tot alle overgebleven stukken, zal regelmatig moeten raden wat bedoeld kan zijn geweest met codewoorden en toespelingen. Historici zijn natuurlijk vertrouwd met embargo’s en contextverlies, maar als het gaat om de geschiedenis van een geheime dienst, zijn de problemen groter.
Je merkt dat op elke pagina van The Writer and the Traitor, het boek dat de Britse journalist Robert Verkaik wijdde aan de vriendschap tussen Graham Greene en Kim Philby. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte de laatste een bliksemcarrière bij de Britse buitenlandse inlichtingendienst MI6. Op tweeëndertigjarige leeftijd stond hij aan het hoofd van alle Britse tegen de Sovjet-Unie gerichte contraspionage. Later was hij gestationeerd in Washington. En dat terwijl hij, zoals zou blijken, werkte voor Stalin. Als hoofd van de contraspionage kon hij alle aanwijzingen die tegen hem bestonden, laten verdwijnen; een overloper die hem kon ontmaskeren merkte te laat dat Philby Moskou had ingelicht. Niemand weet wat er van deze Konstantin Volkov is geworden.
Nadat twee van de door Philby gerekruteerde agenten, Donald Maclean en Guy Burgess, in 1951 door de mand waren gevallen, moest hij ontslag nemen, zonder dat duidelijk was dat ook hij een mol was. Hij werkte verder als buitenlands correspondent in Beiroet, waar hij op verzoek van Moskou enthousiaste stukken schreef over bijvoorbeeld Nasser. In 1963 vluchtte ook Philby echter naar Moskou. De door zijn netwerk aangerichte schade was immens en de Britse inlichtingendienst verborg het achter de naam “The Cambridge Five”, alsof er slechts vijf Sovjet-agenten waren geweest in Groot-Brittannië.
Graham Greene was een van Philby’s beste vrienden. De rooms-katholieke schrijver was politiek minder uitgesproken maar beschouwde het communisme, net als het christendom, als een terechte aanklacht van onrecht. Hij werkte tijdens de Tweede Wereldoorlog voor Philby, eerst in Sierra Leone, waar de door hem vergaarde informatie belangrijk was voor de flankdekking van Operatie Torch. Later leverde Greene een bijdrage aan het oprollen van een Duits spionagenest op de Azoren, waardoor de aanvoerlijnen tussen de Verenigde Staten en de Britse Eilanden werden veiliggesteld en Operatie Overlord mogelijk werd.
Vier dagen voor die belangrijke operatie nam Greene ontslag, naar eigen zeggen omdat hij zich op het Londense kantoor niet prettig voelde. In de inleiding van The Writer and the Traitor geeft Verkaik aan waarom hij dit niet geloofwaardig vindt. Waarom zou Greene, zo kort voor een operatie waar hij en zijn collega’s al maanden naartoe werkten, zich terugtrekken? Verkaik suggereert – niet als eerste – dat Greene zijn vriend had doorzien.
Dat weten we echter niet. Wél zeker is dat Greene nooit met het verraad in het reine is gekomen. Hoewel hij Philby’s misdrijf verwerpelijk vond, is hij zijn voormalige chef trouw gebleven. Verkaik noemt redenen waarom Greene de vriendschap met de verrader voortzette en hem meerdere keren in Moskou opzocht. In Sierra Leone had de schrijver een vriend moeten opofferen toen die het inlichtingenwerk in gevaar bracht; dat wilde Greene, zo psychologiseert Verkaik, niet herhalen bij Philby, al was het maar omdat deze hem enkele keren uit de wind had gehouden. En natuurlijk was Philby’s communistische sympathie geen werkelijk probleem zolang de Britten en de Sovjets dezelfde vijand bestreden.
De hamvraag is: wist Greene werkelijk al in 1944 wat in de jaren vijftig nog officieel werd ontkend en pas in 1963 evident was? Verkaik ziet daarvoor aanwijzingen in The Third Man.
Toen Greene in 1948 de novelle schreef waarop de beroemde film is gebaseerd, liep in Groot-Britannië al onderzoek tegen twee Sovjet-infiltranten, en Greene zou met zijn titel de aandacht hebben willen vestigen op de derde, nog voortvluchtige spion. Een spion die vertrouwd was met de riolen van Wenen, die in de novelle en de film zo’n grote rol spelen. Een andere door Verkaik genoemde aanwijzing is de naam van het hoofdpersonage, Holly Martins: een samentrekking van Roger Hollis en Arthur Martin, de twee MI5-medewerkers die op zoek waren naar mollen bij MI6. Nog een aanwijzing: de schoft in The Third Man, Harry Lime, draagt dezelfde voornaam als Philby, die officieel geen Kim maar Harold heette.
Greene verwerkte inderdaad allerlei knipoogjes naar bestaande personen en situaties in zijn romans. De ik-figuur in The Third Man, Calloway, heette eigenlijk Alexander Galloway. Ik vind het echter nogal vergezocht dat The Third Man bedoeld zou zijn geweest om – ja, wat eigenlijk? Wilde Greene Philby waarschuwen dat Hollis en Martin hem op de hielen zaten? Wilde hij Hollis en Martin vertellen dat er een derde man was? Verkaik erkent dat hij het niet weet.
Greene zelf zei dat zijn vertrek uit Philby’s dienst in 1944 was gemotiveerd door niets groters dan kantoorongemak. Verkaik vindt het echter raar dat Greene vier dagen voor Overlord, waar alle inlichtingenmedewerkers naartoe geleefd zouden hebben, de viool in de wilgen hing. Om te bewijzen dat Greene echt naar de invasie vooruitgezien had, maakt Verkaik veel van diens werkzaamheden in de inlichtingendienst – maar zo spectaculair waren die niet en Greene zelf deed altijd wat lacherig over zijn oorlogsverleden. Volgens Verkaik is dat omdat de schrijver zijn geheimhoudingsplicht serieus nam, maar dan zou hij wel heel erg consciëntieus zijn geweest. (De medewerkers van de operaties Mincemeat en Copperhead traden al in 1953 in de openbaarheid.)
Feitelijk bedient Verkaik zich van een truc: omdat het werk van geheime diensten langer dan normaal geheim moet blijven, kan het zijn dat mensen die ontkennen in de oorlog iets belangrijks te hebben gedaan, wél iets belangrijks hebben gedaan, en dan mogen we aannemen – aannemen! – dat ze er emotioneel betrokken bij zijn geweest, zodat het vreemd is dat ze vlak voor het moment suprême ontslag nemen. Dus moet er iets belangrijks hebben gespeeld.
Als u nu denkt dat ik u The Writer and the Traitor niet kan aanraden, heeft u het mis. Het leest als een thriller. Verkaik vertelt over de jeugd van zijn protagonisten en legt uit hoe ze sympathie ontwikkelden voor het communisme. We lezen hoe Philby in Wenen werd gerekruteerd en een rol speelde bij de vlucht van de communisten uit Wenen in 1934 (door de riolen). De hoofdstukken in The Writer and the Traitor over Philby’s werkzaamheden zijn absoluut fascinerend, of het nu gaat om de Tweede Wereldoorlog of de Koude Oorlog. Verkaik profiteert van documenten die vorig jaar zijn vrijgegeven, zoals het transcript van Philby’s in 1963 in Beiroet afgelegde bekentenis en het dossier over zijn verraad in 1945 van de Sovjet-overloper Volkov.
We lezen over de rivaliteit tussen MI5 en MI6, over de gebroken Duitse codes, over het wantrouwen tegen elk brokje informatie, over de uitputting, over de aanhoudende onzekerheid. Ik geloof niet dat Verkaik ergens het woord “paranoia” gebruikt, maar het leven van inlichtingenmedewerkers in Londen moet gekmakend zijn geweest. Voor de medewerkers in het veld moet de stress onverdraaglijk zijn geweest, want de inlichtingendiensten stonden er niet boven eigen agenten op te offeren. Greene deed dat in Sierra Leone. Je begrijpt de ontlading die de mannen nodig hadden: de drank, het casino, de vrouwen.
Philby is in The Writer and the Traitor de interessantere figuur, maar het amusantste deel is hoe Greene The Third Man schrijft. De grens tussen feit en fictie blijkt heel vaag te zijn: Greene zelf werd onthaald zoals Holly Martins en sprak af in dezelfde restaurants, er werd werkelijk gerotzooid met penicilline.
Dat was overigens niet Greenes eigen idee. Oorspronkelijk was Harry Lime een gewone misdadiger die zich ophield in de Sovjet-zone, maar Greene zocht een manier om Lime te veranderen in een nihilistische schoft. Het idee van de handel in penicilline werd hem aan de hand gedaan door Peter Smollett, een door Philby gerekruteerde Sovjet-agent. Toeval?
Verkaik heeft me niet overtuigd dat Greene in 1944 een bijzondere reden had om ontslag te nemen, maar dat wil dus niet zeggen dat The Writer and the Traitor geen boeiend boek zou zijn. Integendeel. Greene en Philby zijn verrukkelijke personages, die geen moment vervelen.
Of Greene werkelijk vroeg wist van Philby’s dubbele agenda, kunnen we momenteel simpelweg niet weten. Een sleutelzinnetje uit het boek betreft deze informatieschaarste en verwijst naar een document dat heeft bestaan en dat we, om tot een echt oordeel te komen, zouden moeten hebben: “Russia’s archives have so far failed to yield Philby’s report on Greene.”
This portrait of everyday life in an Istanbul neighbourhood buffeted by change has far wider relevance
Thankfully, the attack left only black eyes and bloodied faces. It was in Karagümrük, a tough neighbourhood in Istanbul’s old city, once known for mafia types and Turks on the hard right. But, as Suzy Hansen explains, it had been transformed by an influx of Syrian refugees – until the locals apparently decided they’d had enough, and came for them with sticks, baseball bats and knives for carving doner kebab.
So begins From Life Itself, in which Hansen traces a story that illuminates a politics of mass migration and nationalist backlash that has resonances far beyond Turkey. It is a more ambitious book than that, too. An American who lived in Istanbul and visited Karagümrük for more than a decade – during which Turkey’s enfeebled democracy came under ever more sustained assault – she hoped to convey “how ordinary people experience authoritarianism in the 21st century – how our era feels”.
Continue reading...Fadi Saqr is accused of mass killings of civilians in Tadamon, Damascus, where people say he must face justice
A Syrian rights commission is preparing a case accusing Fadi Saqr, a militia leader within the Assad regime, of involvement in crimes against humanity and war crimes, a senior Syrian official has told the Guardian.
Saqr is a former commander of the National Defence Forces (NDF) militia and is widely accused of involvement in the mass killing and forcible disappearance of civilians in the Tadamon neighbourhood of Damascus, as well as other parts of the Syrian capital.
Continue reading...