Ijdele mensen genoeg, maar is dat een menselijke eigenaardigheid? Of bestaan er ook ijdele dieren? Ja, dieren kunnen gedrag vertonen dat erg op menselijke ijdelheid lijkt, maar strikt genomen is “ijdelheid” zoals wij die kennen een menselijke interpretatie van dat gedrag.
In de psychologie en filosofie geldt ijdelheid als een combinatie van:
- Bewustzijn van je eigen uiterlijk of status.
- De wens om de waardering of bewondering van anderen te krijgen.
- Een soort “ik-beeld” dat je probeert op te poetsen.
Voor zulk zelfbewust “ik-beeld” is nogal wat cognitieve capaciteit nodig (theory of mind, jezelf als object kunnen bekijken), en dat is uitgebreid aangetoond bij mensen maar slechts beperkt en in andere vorm bij sommige dieren, zoals mensapen, dolfijnen en enkele vogels.
Er zijn veel voorbeelden van dieren die zich voor ons oog “ijdel” gedragen, maar biologen leggen die meestal anders uit:
Wij ervaren dat al snel als “ijdele” dieren, maar dat is meestal projectie.
Het toeschrijven van menselijke eigenschappen aan dieren heet antropomorfisme.
Dat is verleidelijk én soms nuttig om gedrag te begrijpen, maar vormt ook een valkuil: we lezen dan onze eigen emoties en motieven in dieren, terwijl hun gedrag prima verklaarbaar is in termen van evolutie, instinct en leerprocessen.
Tegelijk is het omgekeerde – doen alsof dieren helemaal geen emoties kennen – óók onhoudbaar: onderzoek laat zien dat veel diersoorten complex gedrag vertonen zoals rouw, samenwerking, jaloezie en empathie. De grens tussen “menselijk” en “dierlijk” is dus minder hard dan we lang dachten.
Een mogelijke middenpositie:
- Strikte, filosofische zin: ijdelheid als bewust bezig zijn met je eigen imago is typisch menselijk, omdat het een ver ontwikkeld zelfbewustzijn en cultureel kader veronderstelt.
- Ruime, gedragsmatige zin: veel dieren vertonen pronkgedrag, statusgedrag en “versiergedrag” dat functioneel vergelijkbaar is met onze ijdelheid (je aantrekkelijker voordoen dan strikt nodig is voor overleven).
Je zou dus kunnen zeggen: dieren hebben geen ijdelheid als innerlijke beleving zoals wij die ervaren, maar wél een hele repertoire aan pronk- en statusgedrag dat voor ons oog bijna niet van ijdelheid te onderscheiden is. De ijdelheid zit vooral in de mens die ernaar kijkt.