Je hebt het vlees gemarineerd, de groenten netjes geregen en de barbecue perfect op temperatuur. En dan gebeurt het weer: nog vóór je saté gaar is, veranderen de stokjes in zwarte lucifers. Goed nieuws: de oplossing is verrassend simpel.
Iedereen die wel eens saté op de barbecue maakt, kent het frustrerende moment. Het eten ziet er goed uit, maar de stokjes zelf beginnen te roken, verkolen of breken nog voordat je kunt serveren. De oorzaak? Niet de barbecue. Niet de marinade. Maar meestal de voorbereiding.
De oplossing blijkt kinderlijk eenvoudig: leg houten satéstokjes vóór gebruik minstens een half uur in koud water. Nog beter: laat ze ongeveer een uur weken.
Waarom werkt dat? Het water trekt in het hout. Daardoor warmen de stokjes minder snel op en vatten ze niet direct vlam boven hete kolen. Ja, de uiteinden kunnen nog wat donker worden, dat hoort erbij, maar ze branden niet meer volledig weg. Het is zo’n tip waarvan je achteraf denkt: waarom wist ik dit niet eerder?
Een beetje wel. Bamboe is veruit de populairste keuze en niet zonder reden. Het materiaal is relatief dicht en neemt water goed op. Daardoor werkt de weektruc hier meestal uitstekend. Gebruik je dunne houten stokjes, bijvoorbeeld van zachter hout? Dan loont het om ze wat langer te laten liggen.
Barbecue je vaker in de zomer? Dan kunnen metalen satéstokjes interessant zijn. Die hoef je nooit te weken, verbranden niet en gaan praktisch eindeloos mee. Er zit alleen één klein nadeel aan: ze worden heet. Heel heet. Dus vastpakken zonder tang of handschoen is geen goed idee.
ROME (ANP/AFP) - Het Italiaanse ministerie van Gezondheid heeft code rood afgekondigd voor vijftien steden vanwege extreme hitte. De autoriteiten waarschuwen de inwoners van onder meer Rome en Milaan om tijdens de warmste delen van de dag zoveel mogelijk binnen te blijven.
Het is in Italië al dagen erg warm. De autoriteiten houden rekening met korte en plaatselijke stroomuitval doordat het netwerk de temperatuur mogelijk niet aan kan. Het ministerie adviseert mensen ook om licht te eten en zich koel te houden door zichzelf bijvoorbeeld te besprenkelen met koud water.
Het WK 2026 moet het eindhoofdstuk worden van de Belgische “gouden generatie”. Dat is precies het probleem. Oranje vliegt naar Noord‑Amerika als altijd: half onderschat, half uitgelachen, maar stug aanwezig. En je voelt het nu al: als er één ploeg weer boven zijn niveau gaat presteren, is het niet België met zijn sterrencast, maar dat rommelige, taaie Nederland.
Jarenlang werd België gepresenteerd als leerboekvoorbeeld: klein land, grote jeugdopleiding, topclubs, derde op het WK 2018 – het sprookje klopte perfect. Alleen: sprookjes kun je niet eindeloos rekken. Elk toernooi dat níet eindigde met een beker, werd een nieuwe kras op het imago.
Nu staat die “gouden generatie” op een punt dat niemand hardop durft te formuleren: misschien komt die wereldtitel er gewoon nooit. De kwalificatie voor 2026 was weer zoals altijd – keurig groepswinnaar, keurige cijfers, keurige persconferenties. Maar cijfers kennen geen zenuwen. Spelers wel.
Nederland daarentegen is een ploeg met littekens – en dat is een voordeel. Elf WK‑deelnames, drie verloren finales, dramatische uitschakelingen, ruzies, mislukte kwalificaties: geen psycholoog kan dat nog repareren, dus heeft het elftal het maar leren dragen.
In 2022 was Oranje alles behalve sprankelend, maar wel onuitroeibaar: zakelijk door de groepsfase, cynisch effectief tegen de Verenigde Staten, en pas in een krankzinnige kwartfinale tegen Argentinië eruit. Dat is toernooivoetbal: niet het mooiste verhaal willen zijn, maar simpelweg in het verhaal blijven.
Kijk naar de loting en je ziet meteen de psychologische valkuilen. België krijgt een groep waarmee je in Brussel alleen maar kampioen kunt worden: tegenstanders waar je op papier zeven punten tegen “moet” halen. Eén moeizame 0‑0 en de nationale paniek breekt uit. De vraag is dan niet “hoe repareren we dit?”, maar: “oh god, begint het wéér zo?”
Nederland zit in een poule waarin je echt moet werken, maar waarin ook ruimte zit om te groeien. Oranje weet: op een WK was de eerste wedstrijd geen finale, maar een temperatuursmeting. Paniek is voor landen die hun eigen spiegel niet verdragen.
Op papier is België nog altijd indrukwekkender. Grote namen, indrukwekkende cv’s, veel Champions League‑ervaring. Alleen: een WK wordt niet gespeeld op LinkedIn. Diezelfde sterren hebben nu een dossier aan toernooiteleurstellingen bij zich.
Nederland komt met een selectie die minder glanst, maar beter klemt. Jongens die nog iets moeten bewijzen, bijgestaan door een paar routiniers die weten hoe een WK voelt. Dat is geen elftal voor glossy posters, maar wel een groep die je liever niet tegenover je hebt in een knock‑outwedstrijd.
Op de beslissende momenten gaat het verschil pijn doen. België sleept de schaduw mee van 2014, 2016, 2018, 2021, 2022 – telkens nét niet. Dat kruipt je hoofd in. Iedere kwartfinale voelt dan als een examen dat je al drie keer hebt overgedaan.
Nederland kent ook zijn trauma’s, maar heeft één troef: gewend zijn aan tragiek maakt je vreemd genoeg minder bang voor de volgende. Oranje kan verliezen met opgeheven hoofd – de Belgen vrezen vooral de koppen de ochtend erna.
En misschien is dat wel het hele verhaal van dit WK: België speelt om een mythe te redden, Nederland om gewoon weer eens heerlijk vervelend ver te komen. Rara, wie is hier eigenlijk favoriet?

Mooi nieuw voor iedereen die dacht dat Nathalie van Berkel, die door Alexander Pechtold bij D66 werd gesteund omdat ze een vrouw van kleur is, maar wel een vrouw van kleur die opklom tot bestuurder van een volkomen verrotte organisatie waar niks kunnen juist een pré is, loog over haar cv, eerst aanbleef als staatssecretaris, toen toch niet, toen aanbleef als Kamerlid, en toen toch niet, bij de pakken neer ging zitten: ze heeft een SUBSTACK. En wat voor een. Best of Matthijs (RIP, red.) is er niks bij. De vrouw die volgens D66 'nog wel een keer haar verhaal zou vertellen' heeft een blogpost geplaatst waarin ze uitlegt dat ze weer aan het werk is. "Sinds een poosje ben ik begonnen met ademwerk." U denkt misschien dat dat geen werk is, maar dat denkt u verkeerd. "Ademen als eerste levensbehoefte en als medicijn." Wacht even? Ademen? Een eerste levensbehoefte? Wat een inzicht! Nu wilt u misschien iets gemeens over mevrouw Van Berkel zeggen maar dat kan haar niks schelen. "Ik adem door de angst voor kritiek, gemene opmerkingen en berichten en hoon." Hoppa. "Diep in en met een grote zucht uit. Omdat we elkaar kunnen helpen met inzichten, met wijsheid en met steun. Omdat het tijd is om een stapje te zetten." Wat jammer dat deze vrouw geen staatssecretaris geworden zeg.

wing of kaz has added a photo to the pool:
鹿児島県霧島市、ホテル京セラでアンブレラスカイ / Umbrella Sky at Hotel Kyocera in Kirishima City, Kagoshima Prefecture