Het is niet de leeftijd. Het is ook niet de pensioenregeling of het spaargeld. Wie na de laatste werkdag hard achteruitgaat, struikelt over iets veel banalers — en dat begint al jaren voor het afscheidsfeest.
De 'vloek' die geen diagnose is
De vloek van het pensioen staat in geen enkel medisch handboek. Het is een verzamelnaam voor een patroon dat onderzoekers wel herkennen: mensen die na de taart en de toespraken sneller achteruitgaan dan hun leeftijd verklaart. Werk levert structuur, collega’s, status en een reden om de deur uit te gaan. Valt dat in één weekend weg, dan valt er meer weg dan een salaris.
Wat de cijfers wél zeggen
Een Grieks bevolkingsonderzoek onder 16.827 mannen en vrouwen vond dat gepensioneerden 51 procent meer kans hadden om in de onderzoeksperiode te overlijden dan leeftijdsgenoten die nog werkten. Onder de gepensioneerden zelf hing vijf jaar later stoppen samen met 10 procent lagere sterfte. Belangrijk detail: dat is een verband, geen bewijs van oorzaak. Wie ziek is, stopt eerder én overlijdt eerder.
Een groot Amerikaans onderzoek onder 50- tot 75-jarigen ziet over gemiddeld zes jaar na volledige pensionering 5 tot 16 procent meer moeite met bewegen en dagelijkse activiteiten, 5 tot 6 procent meer aandoeningen en 6 tot 9 procent slechtere mentale gezondheid.
Wie ziek is, stopt eerder met werken. Dat maakt van bijna elk pensioencijfer een valstrik.
Het schrikcijfer dat je overal ziet
Rond dit onderwerp circuleren getallen die de toets niet overleven. Zoals de bewering dat elk jaar vervroegd pensioen mannen 7,5 maand levensverwachting kost. Het Oostenrijkse onderzoek waar dat op teruggaat komt uit op 1,8 maand per jaar vroegpensioen, en dan alleen bij mannen in fysiek zwaar werk. Bij vrouwen was het effect nul.
Ook het populaire ‘vier op de tien gepensioneerden wordt depressief’ houdt geen stand. Overzichtsstudies komen op ongeveer 28 procent depressieve klachten, en de grootste analyse tot nu toe vond dat pensionering het risico op depressie juist met bijna 20 procent verlaagt. De uitzondering is onvrijwillig stoppen, door ziekte of ontslag. Daar gaat het wél mis.
Niet stoppen is het probleem, maar hoe
Nederlands ouderenonderzoek met drie decennia aan data laat zien dat de gezondheid ná pensionering vooral samenhangt met de jaren ervóór. Wie decennialang onder hoge druk, met weinig autonomie of in fysiek belastend werk zat, gaat er na de laatste werkdag niet automatisch op vooruit. Sterker: de gezondheid van werkende 55-plussers is over de decennia juist slechter geworden, en een hogere pensioenleeftijd hangt samen met een grotere kans op een slechte gezondheid.
De vraag is niet wanneer je stopt, maar in welke staat je aankomt.
Pensioen in Nederland, in het kort
- AOW-leeftijd in 2026: 67 jaar, en ook in 2027.
- Gemiddelde pensioenleeftijd van werknemers in 2025: 66 jaar en 4 maanden.
- In 2025 gingen ruim 100 duizend werknemers met pensioen.
- Van de 65-plussers voelt 8,5 procent zich sterk eenzaam.
Zo houd je de regie
- Begin jaren eerder met een dagindeling die niet van werk afhangt.
- Bouw af in plaats van te stoppen: een dag minder, deeltijd, één klus aanhouden.
- Blijf bewegen. Wandelen, fietsen, sporten, elke dag iets.
- Organiseer contact dat niet van collega’s komt: vereniging, vrijwilligerswerk, buurt.
- Houd je hoofd bezig met iets nieuws dat ook mag mislukken.
Het afscheidsfeest is geen eindpunt maar een verhuizing. Wie alleen de dozen inpakt en niet nadenkt over waar hij gaat wonen, komt slecht aan.
Meer weten?
- CBS: gemiddelde pensioenleeftijd gestegen naar 66 jaar en 4 maanden
- VU: meer kans op gezondheidsproblemen hoe later je met pensioen gaat
- Rijksoverheid: AOW-leeftijd 2025-2031