De oorlog in Oekraïne heeft al aan bijna 500.000 Russische soldaten het leven gekost. Dat blijkt uit nieuwe informatie van de Britse inlichtingendienst GCHQ. En terwijl de gruwelen aan de frontlinie voortduren, verplaatst de strijd zich steeds nadrukkelijker naar de Russische energievoorziening.
Oekraïense drones vallen op grote schaal raffinaderijen, opslagplaatsen en pompstations aan, met verstrekkende gevolgen voor de Russische economie. Russische militaire bloggers gaan door het lint op Telegram. Ze schofferen Poetin nu openlijk door hem ‘piemeltje’ te noemen.
Volgens persbureau Bloomberg bereikte het aantal aanvallen in mei een recordniveau. Minstens dertig keer werden doelen binnen de Russische olie-industrie geraakt. En dat begint zijn tol te eisen.
Juist nu de zomervakantie in Rusland op gang komt en de vraag naar brandstof stijgt, neemt de productie af. Daardoor groeit de vrees voor tekorten en hogere prijzen aan de pomp.
Volgens Bloomberg waren vorige maand acht van de tien grootste Russische raffinaderijen doelwit van Oekraïense drones.
Opvallend is dat Oekraïne niet alleen meer aanvallen uitvoert, maar ook steeds vaker dezelfde installaties opnieuw raakt. Zo werd de Yanos-raffinaderij van Rosneft en Gazprom Neft drie keer aangevallen. Ook raffinaderijen van Lukoil werden meerdere keren getroffen.
Het doel lijkt duidelijk: niet alleen schade veroorzaken, maar ook voorkomen dat installaties snel kunnen worden gerepareerd.
Voor Moskou ontstaat daardoor een lastig dilemma. Het land moet voldoende brandstof beschikbaar houden voor de binnenlandse markt, terwijl hogere prijzen politiek gevoelig liggen.
In het verleden leidden stijgende brandstofkosten al tot onvrede en protesten. Bovendien kan een verdere prijsstijging de toch al hoge inflatie verder aanjagen.
Om problemen te voorkomen heeft Rusland inmiddels de export van vliegtuigbrandstof tot eind november verboden. Eerder werden ook al beperkingen opgelegd aan de export van benzine.
De impact op de raffinagecapaciteit wordt steeds zichtbaarder. De dieselproductie daalde in mei met ongeveer tien procent, bovenop een vergelijkbare daling in april.
Analysebureau OilX verwacht dat de gemiddelde Russische raffinageproductie in mei uitkomt op 4,58 miljoen vaten per dag. Dat is ongeveer 13 procent minder dan een jaar geleden en het laagste niveau sinds 2009.
Volgens energiespecialist Sergey Vakulenko van het Carnegie Endowment for International Peace richt Oekraïne zich bovendien steeds vaker op technisch complexe onderdelen van raffinaderijen.
Die zogenoemde secundaire installaties zijn cruciaal voor de productie van benzine en diesel en veel lastiger te vervangen. Door westerse sancties is het voor Rusland bovendien moeilijk om nieuwe onderdelen uit het buitenland te verkrijgen.
De aanvallen beperken zich niet tot raffinaderijen. Ook exportterminals, pijpleidingen, pompstations en opslaglocaties worden getroffen.
Daardoor wordt het voor Rusland steeds moeilijker om voldoende brandstofvoorraden aan te houden voor de drukke zomermaanden.
Bron: BNR
Afgelopen weekend waren Lidewij de Vos en Thierry Baudet namens hun partij Forum voor Democratie op een zogenoemde remigratietop in Portugal. Hier schudden ze handen en gaan ze op de foto met nazi’s waar ze absoluut niet mee geassocieerd willen worden.
Volgens De Vos was het zeer ‘verfrissend’ om eindelijk eens met gelijkgestemden onder elkaar te zijn. ‘Je merkt hier toch dat er op zeer verschillende manieren wordt gekeken naar de Holocaust. De een noemt het een grote overdrijving van de werkelijkheid, de ander noemt het zelfs een sprookje. Dit zijn allemaal zeer interessante theorieën. Toch wil ik hier wel benadrukken dat wij ons verre werpen van alle beschuldigingen van antisemitisme’, aldus De Vos.
Ook haar partijgenoot Baudet noemt het ‘ridicuul’ dat zijn partij door zich te omringen met leden van Voorpost, Pegida en White Lives Matter nu ineens in de radicaalrechtse hoek gedrukt wordt. Baudet: ‘Het klopt dat we dezelfde normen en waarden hebben als die mensen. En we hebben inderdaad dezelfde idealen. Ook is het zo dat we dezelfde visie delen. Maar om dan te doen alsof dat ons gelijk extreemrechts maakt is gewoon framing.’
Meerdere neonazi’s hebben inmiddels aangegeven niet meer geassocieerd te willen worden met Lidewij de Vos en haar partij. Jos van der V. is daar één van. ‘Wat zij doet gaat echt heel ver. Wij streven ook naar een blanke etnostaat, maar zijn daar tenminste wel gewoon open en eerlijk over. Zij doet het verhuld en wil er zogenaamd geen standpunt over innemen. Dat zijn de gevaarlijksten.’
Terwijl ze een hakenkruis op haar onderarm getatoeëerd krijgt benadrukt De Vos dat dit niet betekent dat ze ook nazistisch gedachtegoed aanhangt.
&
A surprising romance is set against a backdrop of climate crisis, political instability and corporate corruption in this bleak but witty novel
Rosa Rankin-Gee follows her 2021 near-future climate-crisis dystopia, Dreamland, with a similar but more politically focused work. As I read My Only Boy, I kept having to remind myself that the nation it describes is not (yet) real, because, for a reader living abroad, the novel’s England seems unnervingly close to what might come next. Any political dystopia risks being overtaken by reality, but in this case the gap between truth and fiction feels claustrophobic.
At the beginning of the novel, Elle is at a party held to mourn that day’s election of a far-right populist government. She’s the communications director for the almost too brilliantly named Gigr, a company connecting people seeking immediate shift work with businesses offering it. Elle is freshly upset by witnessing and immediately containing the reputational damage of a worker’s jump from a balcony. She knows how to do this, because “we’d had a death every four weeks, then every three weeks, then every two”: exhausted, starving people taking underpaid shifts from Gigr after finishing public sector jobs that no longer pay enough for survival. Almost everyone, in this slightly more desperate, divided and unfair nation, ends up doing some work for Gigr sooner or later, to buy faster access to emergency healthcare or food for crisis-stricken family, and Gigr has algorithms to ensure that each person is paid the least their particular circumstances oblige them to accept.
Continue reading...Scientists believe they may now have found the cause of Fair Isle’s pollution – and warn that it should be ringing alarm bells in other coastal areas
When the wind picks up on Fair Isle, Britain’s most remote inhabited island, puffs of seafoam start to drift across fields like tumbleweed. The pale yellow blobs are ubiquitous enough to hold their own place in the island’s mythology: known as the butter churned by a local troll, Lukki Minni.
“When the Atlantic gets going, foam covers the whole island,” says Tommy Hyndman, an artist who moved to the Fair Isle from upstate New York two decades ago. “Your windows get caked and your plants all die from the salt.”
Continue reading...Exclusive: First shipwrecks found in Nassau harbour on New Providence, once the hideout of Blackbeard and Calico Jack
The first shipwrecks linked to the real pirates of the Caribbean in the Bahamas have been discovered by an international team co-directed by a British marine archaeologist.
Blackbeard and Calico Jack Rackham were among pirates who, between the 1690s and 1720s, turned Nassau on the island of New Providence into a hideout where they plotted their next heists on the high seas and divided up their plunder.
Continue reading...Sophie Fiennes’s thoughtful documentary follows director Declan Donnellan as he helps actors find their way through Macbeth’s lines
Documentary film-maker Sophie Fiennes returns with another palate-cleansingly meditative, unhurried and intelligent movie about artistic process; in this case, the process of acting – or to be more specific, rehearsing and workshopping ideas. Actors are shown developing approaches to Macbeth under the cool eye of Cheek by Jowl director Declan Donnellan.
This is the part of “acting” that the movie observes in detail; it doesn’t cover the other business of auditions, table reads, tech runs, dress runs and performing night after night. With its clear, daylit approach, it is comparable to Fiennes’s 2010 study of German artist Anselm Kiefer, Over Your Cities Grass Will Grow – but is very unlike Fiennes’s atypically hyperactive and flashier films about the movies, The Pervert’s Guide to Cinema and The Pervert’s Guide to Ideology, whose style is more driven by their unruly presenter, Slavoj Žižek.
Continue reading...