Nederlandse grootbanken eisen actie van Meta, TikTok en Google tegen de explosieve toename van fraude via sociale media. Dat meldde het FD onlangs (€). Meer dan 70% van alle fraudepogingen kent zijn oorsprong op deze kanalen, zo blijkt uit onderzoek. En ik zie inderdaad vrij weinig gebeuren bij de grote sociale media-diensten.
De aanleiding klinkt nogal dringend:
Banken doen de oproep naar aanleiding van de jaarlijkse publicatie van de fraudecijfers, waaruit blijkt dat de schade als gevolg van bankhelpdeskfraude steeg met ruim 3 miljoen euro en in 2025 uitkwam op 25,8 miljoen euro. Ook de schade als gevolg van phishing steeg met 1,8 miljoen euro, naar bijna 2,6 miljoen euro. Ondanks de stijging van de schade nam het aantal slachtoffers van bankhelpdeskfraude wel af: met 14% naar iets minder dan 5.900 personen.Het onderzoek waarnaar men verwijst is een rapport uit 2025 van UK Finance, de Britse brancheorganisatie voor de financiële sector. Zij onderzochten data van hun leden over gemelde fraudezaken en hun oorzaken, en concluderen daarbij inderdaad dat in 2024 70% van de fraudezaken ‘online sources’ kennen. Het gaat dan meestal om “lower-value scams” zoals aankoopfraude (ik denk dan aan Marktplaatsoplichting-achtige zaken)
Het rapport spreekt van “online fraud” en denkt daarbij aan zaken als Authorised Push Payment (APP)-fraude, waarbij oplichters via social engineering slachtoffers manipuleren om real-time betalingen te autoriseren. Dit kunnen investeringsscams zijn, malafide advertenties (hoi Jort) of de nog steeds werkende romance scams.
Moeten social media hier wat mee? Zeker. Artikel 34 en 35 Digital Services Act verplichten grote platforms (VLOPs) tot een algemene mitigatie op “systeemrisico’s”, dingen die de maatschappij raken door hun omvang en impact. In september deed de Europese Commissie een informatieverzoek aan platforms zoals Apple, Booking, Bing en Google over hoe zij omgaan met oplichters die hun platform misbruiken. Ik heb nog geen resultaten daarover gelezen.
Vermoedelijk zullen de oplossingen uitkomen bij betere know-your-customer analyse van zakelijke accounts, trusted flaggers uit de financiële sector die direct takedowns kunnen bevelen en het beter publiceren van advertenties in een repository zodat onderzoekers er patronen in kunnen vinden om detectie te automatiseren. Maar ik gok zomaar dat men dit niet vrijwillig gaat doen.
Arnoud
Het bericht Banken eisen meer actie van sociale media tegen internetcriminelen verscheen eerst op Ius Mentis.
Nu een groeiend deel van Afrika op de kaart kleurt als risicogebied én de oorlog met Iran vliegtickets duurder maakt, verschuift het speelveld voor vakantiegangers razendsnel. De vraag is niet alleen meer: waar is het veilig? Maar ook: waar kom je überhaupt nog betaalbaar?
Jarenlang stond Afrika voor ultieme verre avonturen: safari’s in Kenia, woestijn in Marokko, de Garden Route in Zuid-Afrika. Maar in steeds meer landen stapelen terrorisme, gewapende conflicten, criminaliteit en zwakke staatsstructuren zich op. Buitenlandse zaken en internationale risicokaarten kleuren complete regio’s oranje of rood, wat betekent: niet-essentiële reizen afraden of zelfs helemaal vermijden.
Voor veel reizigers is dat voldoende reden om Afrika voorlopig te schrappen. Zelfs landen die relatief stabiel zijn, worden meegesleurd in een algemene perceptie: “Afrika is onveilig.” Reisorganisaties volgen de vraag en zetten minder capaciteit in op het continent – een vicieuze cirkel.
De reislust verdwijnt niet, ze verplaatst zich. In lijsten met “veiligste landen ter wereld” duiken steevast dezelfde namen op: IJsland, Denemarken, Oostenrijk, Portugal, Singapore, Canada. Het zijn landen met lage criminaliteit, stabiele politiek en goede gezondheidszorg.
Kortom: wat Afrika ooit bood – natuur, exotische cultuur, avontuur – wordt nu elders gezocht, in landen die groen kleuren op de veiligheidskaart.
Alsof dat nog niet genoeg was, gooit de oorlog met Iran extra olie op het vuur – of beter: op de kerosineprijs. Luchtruimen boven Iran en delen van het Midden-Oosten zijn gesloten of riskant, waardoor maatschappijen massaal moeten omvliegen. Vluchten naar Azië en Oceanië maken omwegen van honderden tot duizenden kilometers, met uren extra vliegtijd.
Die langere routes vreten brandstof, precies op het moment dat kerosineprijzen door de geopolitieke spanningen al exploderen. Analyses spreken van prijsstijgingen van tientallen procenten in korte tijd; sommige rapporten noemen bijna een verdubbeling van de brandstofkosten.
Kortom: wat Afrika ooit bood – natuur, exotische cultuur, avontuur – wordt nu elders gezocht, in landen die groen kleuren op de veiligheidskaart.
Airlines moeten de rekening ergens neerleggen.
Gemiddeld zijn internationale vliegtickets volgens recente data al met 20 tot 40 procent gestegen ten opzichte van een jaar geleden, met uitschieters tot 70 procent voor bepaalde verre bestemmingen.
Hier ontstaat een wrange paradox. Wie Afrika wegens veiligheid mijdt, wijkt uit naar “veilige” verre bestemmingen in Azië, Amerika of Oceanië. Maar precies die routes worden het hardst geraakt door omvliegroutes en dure brandstof.
Veilig reizen wordt zo een klassekwestie.
Afrika valt dus om veiligheidsredenen af, maar de “veilige alternatieven” veranderen in een luxeproduct.
Daarom zien we een duidelijke heroriëntatie op de eigen regio.
De wereld wordt zo in de praktijk weer kleiner. De combinatie van oorlog, onveiligheid en energieprijzen tekent de grenzen van onze mobiliteit opnieuw – niet op basis van nieuwsgierigheid, maar op basis van risico en budget.
1. Check eerst het reisadvies. Ga vóór je boekt naar het officiële reisadvies (bijvoorbeeld Buitenlandse Zaken) en vermijd landen met oranje of rood advies; kijk ook naar criminaliteit, terrorismerisico en gezondheidszorg.
2. Denk in regio’s, niet in landen. Is Afrika (deels) afgevallen, kijk dan naar veilige clusters: Zuid- en West-Europa, “groene” landen in Azië (Japan, Singapore, Zuid-Korea) en stabiele staten als Canada of Portugal.
3. Beperk je vliegkilometers. Door de Iran-oorlog zijn vooral langeafstandsvluchten duurder en schaarser geworden; kies waar mogelijk voor kortere vluchten, trein of auto om omvliegroutes en brandstoftoeslagen te vermijden.
4. Plan met je budget, niet met dromen. Verre, veilige bestemmingen worden een luxeproduct: reken vooraf door wat een ticketstijging van 20–40 procent betekent voor je totale reisbudget en pas duur, ver én lang reizen hierop aan.
5. Zet veiligheid ook ter plekke voorop, zelfs in “veilige” landen: verzeker je goed, registreer je reis, vermijd onrustige wijken, luister naar lokale waarschuwingen en laat iemand thuis je route weten.
Ensemble Modern/Gruber/Giunta/Amarcord
(Ensemble Modern Media)
From Hindemith’s jazz-age energy to Schoenberg’s existential angst, and Kurt Weill’s biting satire to Korngold’s neo-Romanticism, this lively recording is a perfect example of the kind of music the Nazis couldn’t abide.
If this live recording from Ensemble Modern and HK Gruber represents an eclectic snapshot of musical Germany between 1920 and 1933, it’s also a perfect example of the kind of thing the Nazis couldn’t abide. “Too modern, too jazzy, too Jewish,” they cried. No surprise then that all four composers ultimately wound up in the United States.
Premiered in 1922, Hindemith’s Kammermusik No 1 was condemned by one critic as having “a lewdness and frivolity only possible for a very special kind of composer”. Gruber embraces its neo-classical spikiness and jazz-age energy in a performance of almost cartoonish glee. Korngold, as epitomised by his 1920 music for Shakespeare’s Much Ado About Nothing, is Hindemith’s polar opposite. In a lively reading, Gruber leavens the composer’s Viennese neo-Romanticism with a pinch of acerbic wit.
Continue reading...In this week’s newsletter: The public stranding of a young humpback exposes tensions between animal rights activism and other choices around biodiversity
• Don’t get Down to Earth delivered to your inbox? Sign up here
Timmy the whale is lost at sea, presumed dead.
In normal circumstances, the loss of a young humpback whale would be a sad yet unremarkable part of the circle of life. Dead whales help sustain thousands of marine species – and are part of the global carbon cycle.
Smuggled in syringes: how Nairobi became a nexus for the black market in giant harvester ants
Labour must fulfil promise to introduce clean air act, charities urge
Continue reading...Bond Place and Desmond Crescent have been named in honour of the 007 franchise after some scenes were shot nearby in the 90s – why stop there?
James Bond fans have endured a rough few years. Ever since No Time to Die walloped off Daniel Craig, we’ve been stuck in a weird kind of limbo. There will eventually be a new James Bond film, directed by Denis Villeneuve, the most exciting director in the franchise’s history. But we don’t know when it will come out, or who will play Bond, or if 007 under Amazon will even be recognisable.
In summary, we need something tangible to ground our anxieties. What we need is to pack up our things and head to north Swindon, to the site of the former Motorola manufacturing facility, where a new housing estate has just named a bunch of roads after James Bond.
Continue reading...This fascinating novel about 18th-century privateer Alexander Selkirk, abandoned on a tiny island in the South Pacific, becomes a revelatory meditation on humanity
It’s hard to think of many superficial affinities between Frank O’Hara, the queer poet and art critic whose urbane voice is synonymous with 60s Manhattan, and Alexander Selkirk, the 18th-century Scottish privateer whose marooning on a tiny island in the South Pacific would eventually inspire Daniel Defoe’s Robinson Crusoe. Yet, curiously, it is a line from O’Hara’s poem Mayakovsky that Francesca de Tores refits for Selkirk’s mouth at the opening of her new novel, Cast Away.
Selkirk insists that he is cast upon the island “only by the catastrophe of my personality” – “which is a sobering thing, even for a man used to being sober”. And while the O’Hara of Mayakovsky is famously content to wait “for the catastrophe of my personality / to seem beautiful again, / and interesting, and modern”, Selkirk – newly and utterly alone on “a stony blemish in the ocean”, 400 miles off the coast of Chile – spends his first three days and nights on the island blind drunk on the cask of flip left behind with him as a courtesy from his erstwhile crewmates, raging at his fate. This act of unexpected transhistorical ventriloquism is a suitably strange beginning to a surprisingly uncanny novel.
Continue reading...