
In België mag je vanaf je zestiende zuipen en dus trekken Mees en Lucas en Bikkel en Sterfons en Glalbert en Zonne (?) naar Knokke om zichzelf daar eens lekker te verzuipen in vaten Stella Artois (hier heel duur trouwens). De Telegraaf maakt daarvan: "Feestende Nederlandse jongeren bezorgen Knokke zoveel overlast dat onze politie moet ingrijpen." Wat lollig is want ónze kust wordt gesloopt door Marokkaanse jongeren die we heel krampachtig 'jongeren met een bepaald accent' noemen, of nog mooier 'heetgebakerde jongeren die zich vervelen'. In België zijn het natuurlijk wél gewoon Nederlandse jongeren, oer-Hollandse poldervogels, al hebben Belgische media het dan weer op 'Noord-Franse jongeren', maar kleinigheidjes hou je toch.
‘Ik dacht je dood was’
Het was een emotioneel afscheid toen de Soldaat van Oranje zestien jaar geleden afscheid nam van zijn vrouw en twee jonge kinderen. Hij wist niet hoe lang het allemaal zou gaan duren, dat weet je nooit bij een oorlogsmusical, maar ze beloofden elkaar eeuwige trouw. Ze zouden op elkaar wachten en als het allemaal achter de rug was zouden ze een prachtig gezinsleven samen opbouwen. Met een rugzak die aan zijn schouders bungelt vertrok hij naar de Hangaar in Katwijk aan Zee, waar hij op uitzending ging. Nog een laatste keer zwaaien, een traan die over een wang rolt.
Zestien jaar later houdt niemand meer voor mogelijk dat hij nog in leven is. Er wordt over hem gepraat in het dorp, in de verleden tijd wel te verstaan. “Het was zo’n goede jongen.” “Ja dat was-ie.” “Leuke vader ook.” “Ja dat was-ie.” En toch staat hij daar plots voor de deur van zijn voormalige huis. Hij belt aan bij een andere deurbel dan hij gewend is. Ook het melodietje is anders. In zijn herinnering was de voordeur donkerblauw. De pijn, de vermoeidheid, de mentale schade van zestien jaar Soldaat van Oranje flitsen aan hem voorbij. De deur gaat open en daar staat ze: inderdaad wat ouder geworden, ze heeft haar haar gekleurd. Het duurt een paar seconden voor ze door heeft dat hij het is.
“Ik dacht dat je dood was”, stamelt ze in plaats van “hoi”. Het is niet de ontvangst waar hij op gehoopt had. Hij spreidt zijn armen. “Wie is er aan de deur?” klinkt een mannenstem uit de woonkamer die ooit van hem was. De vrouw in de deuropening kijkt betrapt. “Ik, ik, ik… ik moest verder, sorry”, zegt ze nog steeds stamelend.
Hij laat zijn schouders zakken. Een gespierde man met een gouden oorbelletje komt door de hal aangelopen en gaat achter de vrouw staan. De vrouw die de Soldaat van Oranje nog als zijn vrouw beschouwt. Hij legt een hand op haar schouder en een hand op haar heup. “We kopen niet aan de deur”, zegt hij ferm tegen de soldaat. Voor hij iets kan zeggen slaat de deur weer dicht.
Een musical kan heel veel leed veroorzaken. De diepe wonden die Soldaat van Oranje heeft nagelaten worden vandaag bij gezinnen thuis gevoeld.
&