ARNHEM (ANP) - Bij de regionale netbeheerder Liander staan op dit moment 7300 huishoudens en kleine ondernemers op een wachtlijst voor een nieuwe of zwaardere stroomaansluiting. Huishoudens gebruiken steeds meer elektriciteit en op sommige plekken op het stroomnet is het daardoor te druk geworden voor de aangevraagde aansluitingen.
Het overvolle stroomnet, ook wel netcongestie genoemd, hangt volgens Liander samen met de overstap op elektrisch verwarmen, koken en rijden. De wachttijden voor een nieuwe aansluiting kunnen oplopen tot drie jaar, maar in andere gevallen is het een kwestie van weken of maanden.
Liander is verantwoordelijk voor het netwerk dat stroom en gas vervoert naar 3,5 miljoen huishoudens en bedrijven in Noord-Holland, Flevoland, Gelderland, Friesland en een deel van Zuid-Holland. De netbeheerder waarschuwt dat niet in alle gevallen een zwaardere aansluiting nodig is, terwijl mensen die wel vaak standaard aanvragen als ze een nieuwe keuken of warmtepomp aanschaffen.
Mannen leven in Nederland nog altijd ruim drie jaar korter dan vrouwen, vooral door een mix van biologie, gedrag en zorggebruik. Nieuwe cijfers laten wel zien dat het gat langzaam kleiner wordt, maar het is hardnekkig en wereldwijd terug te zien.
In Nederland ligt de levensverwachting bij geboorte rond 80,5 jaar voor mannen en 83,3 jaar voor vrouwen (periode rond 2024). Over de jaren 2020–2023 komt het gemiddelde zelfs uit op 79,9 jaar voor mannen en 83,1 jaar voor vrouwen. Het gaat dus om een structureel verschil van ongeveer drie jaar, vergelijkbaar met andere West-Europese landen.
Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie dragen 33 van de 40 belangrijkste doodsoorzaken meer bij aan sterfte onder mannen dan onder vrouwen. Mannen sterven vaker aan goed behandelbare niet-overdraagbare aandoeningen zoals hart- en vaatziekten, maar ook aan verkeersongevallen, geweld en zelfdoding. De kans dat een 30-jarige man overlijdt aan een niet-overdraagbare ziekte vóór zijn 70ste ligt wereldwijd 44 procent hoger dan bij een vrouw.
Wetenschappers wijzen om te beginnen op biologische factoren: mannen hebben een XY-chromosomenpaar, vrouwen XX. Daardoor kunnen vrouwen schadelijke mutaties op het ene X-chromosoom beter “opvangen” met het andere X, terwijl mannen die genetische reserve niet hebben. Bovendien lijkt verlies van het Y‑chromosoom in bloedcellen op latere leeftijd samen te hangen met een hoger risico op ziekten en een kortere levensduur.
Daar bovenop komt gedrag. Mannen roken en drinken gemiddeld meer, hebben vaker overgewicht en vertonen eerder risicogedrag in verkeer en sport. Ze gaan bovendien later naar de dokter en zijn minder geneigd behandelingen nauwgezet te volgen. “Mannen maken minder gebruik van gezondheidszorg en sterven daardoor vaker aan vermijdbare oorzaken,” concludeert de WHO in een analyse van sterftecijfers.
De levensverwachting van mannen stijgt de laatste decennia sneller dan die van vrouwen, onder meer doordat zij minder zijn gaan roken en medische zorg toegankelijker is geworden. Prognoses van het CBS laten zien dat het verschil in de komende decennia verder kan slinken, al blijft een lichte vrouwelijke voorsprong bestaan.
Dat mannen korter leven dan vrouwen is dus allang geen grapje meer, maar de vraag blijft: durven mannen ook hun levensstijl net zo serieus te nemen als hun levensduur?
Mark Rutte presenteert zich als de man die Trump binnen de NAVO weet te houden, maar zijn strategie komt neer op vleien, sussen en Europa kleinpraten. Harvard-hoogleraar Stephen Walt concludeert in het gezaghebbende Foreign Policy dat Rutte precies het omgekeerde doet van wat de alliantie nu nodig heeft.
In een vernietigende analyse fileert Stephen Walt, gezaghebbend Amerikaans politicoloog, de koers van NAVO-chef Mark Rutte. Ruttes centrale doel is volgens hem helder: “to keep the United States fully committed to NATO and European security more broadly.” Maar de manier waarop hij dat probeert, zegt Walt, is ronduit schadelijk: “If that requires shamelessly flattering U.S. President Donald Trump and pouring cold water on European efforts to achieve greater strategic autonomy, so be it.”
Walt schetst Rutte als een behendige politicus die dertig jaar te laat op het wereldtoneel is verschenen. In een tijd waarin Trump openlijk dreigt bondgenoten te laten vallen, klampt de NAVO-baas zich vast aan de oude reflex dat Europa de VS vooral dankbaar en volgzaam moet houden. Rutte accepteert volgens Walt zonder morren dat Amerika “Europe’s first responder” blijft, in plaats van Europa te pushen om eindelijk zelf een geloofwaardige militaire macht te worden.
De kern van Walt’s verwijt is messcherp: Rutte heeft de strategische realiteit niet begrepen. In plaats van in Washington te zeggen dat Europa versneld zijn eigen defensie opbouwt, benadrukt hij dat Europa zwak is en de Amerikanen altijd nodig zal hebben. Daarmee maakt hij het voor Trump alleen maar makkelijker om de NAVO als speelbal te gebruiken, terwijl Europese leiders blijven hopen dat een beetje vleierij genoeg is om een onvoorspelbare president te kalmeren.
Walt schetst een alternatief dat Rutte stelselmatig wegduwt: “The safest course would be a new division of labor within NATO, where its other members build up their own defense capabilities as rapidly as possible and the United States gradually becomes their ally of last resort but not Europe’s ‘first responder.’” Precies dat pad – snelle Europese opbouw, minder afhankelijkheid, een VS als laatste vangnet – krijgt van de NAVO-chef nauwelijks publiek gewicht. Rutte gokt alles op het paaien van Trump, terwijl de strategische les van de afgelopen jaren juist is dat je een wispelturige bondgenoot niet moet vleien, maar moet kunnen missen.