Read more of this story at Slashdot.
Stellen die in relatietherapie belanden, willen zelden alleen maar praten. Ze willen beweging, iets moet verschuiven. Vaak voelen ze dat er iets wringt, zonder precies te kunnen benoemen wat. Anderen weten wel wat er moet veranderen, maar raken verlamd door de vraag: waar begin je?
Therapeuten stellen daarom soms één simpele, maar confronterende vraag: zou je je relatie je kinderen toewensen?
Die vraag doet twee dingen tegelijk. Ze schept helderheid én urgentie. Want plots gaat het niet meer alleen over irritaties of sleur, maar over iets groters: wat je doorgeeft.
Of je het wilt of niet, kinderen groeien op binnen de relatie van hun ouders. Die dynamiek is hun eerste les in liefde, conflict, nabijheid en afstand. Psychologen spreken van ‘impliciete relationele kennis’: wat kinderen zien, nemen ze op zonder dat iemand het expliciet uitlegt.
Kinderen geloven gedrag, geen woorden. Wat zij thuis zien, wordt hun norm. Later herhalen ze die patronen of proberen ze er juist krampachtig van af te wijken, met vaak verrassend vergelijkbare uitkomsten.
De vraag zelf kent grofweg drie reacties: 'Ja, absoluut'. Dan is er reden tot trots. Blijf zichtbaar maken wat werkt: hoe je ruzies oplost, hoe je zorg toont, hoe je verbinding houdt. Kinderen die dat zien, ontwikkelen een stevig innerlijk kompas voor hun eigen relaties.
'Nee, absoluut niet'. Dan is er werk aan de winkel. Die weerstand is precies de hefboom die nodig is om te veranderen. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor je kinderen. Want zij zien dan iets cruciaals: relaties liggen niet vast. Ze kunnen groeien, herstellen, zelfs opnieuw worden vormgegeven.
'Ik weet het niet… het hangt ervan af'. Voor veel stellen is dit het eerlijkste antwoord. Sommige delen voelen goed, andere niet. Juist daar ligt de ingang: maak samen de balans op. Wat wil je dat je kinderen overnemen en wat juist niet? Dat tweede lijstje wijst feilloos aan waar aandacht nodig is.
Wanneer partners zich gezien, gerespecteerd en verbonden voelen, verandert een relatie van energielek naar energiebron. En dát is wat kinderen meenemen: een levend voorbeeld van hoe liefde eruit kan zien.
Noem het relationele integriteit: de overeenstemming tussen hoe je leeft en wat je wilt nalaten.
Dus stel die vraag regelmatig opnieuw. Niet alleen als het misgaat, maar juist ook als het goed voelt. Want uiteindelijk is een relatie geen kwestie van volhouden, maar van samen vrij kunnen zijn.
Bron: Psychology Today
De onderschatte waarde van een baan die je wél gelukkig maakt – en wat je eerst moet proberen vóór je voor meer geld wegloopt.
Een hoger salaris is vaak het belangrijkste argument om van baan te veranderen. In een krappe arbeidsmarkt levert een overstap al snel een opslag van rond de 8 tot 12 procent op, meer dan de gemiddelde jaarlijkse loonsverhoging als je blijft zitten. Tegelijkertijd voelt volgens recente Europese peilingen ruim de helft van de werknemers zich onderbetaald en denkt een grote meerderheid aan vertrekken. De verleiding is dus groot – maar het risico ook.
Want geld is niet de enige vorm van beloning. Een baan waarin je je competent voelt, autonomie hebt en plezier ervaart, werkt als een soort ‘psychische vergoeding’: je mentale gezondheid is beter, je bent productiever en je leven buiten het werk loopt vaak soepeler. Dat vertaalt zich op termijn ook in minder kosten en soms zelfs in nieuwe kansen om bij te verdienen.
Voor je vertrekt, kun je daarom eerst aan de knoppen draaien binnen je huidige functie. Onderhandel niet alleen over je basissalaris, maar ook over bonus, reiskosten, opleidingsbudget of een structurele prestatievergoeding. Die secundaire voordelen tikken financieel harder aan dan veel mensen denken. In Nederland is de onderhandelingsruimte bovendien groter geworden door de aanhoudende loonstijgingen en personeelstekorten
„Onderhandelen over flexibiliteit en secundaire voorwaarden levert verrassend vaak meer op dan alleen jagen op een hoger basissalaris.”
Daarnaast kun je flexibiliteit inzetten als een financiële hefboom. Meer thuiswerken scheelt reiskosten, een verschoven werktijd kan opvangkosten drukken en een voorspelbare agenda maakt een betaalde nevenactiviteit haalbaarder. Denk niet alleen aan meer uren, maar ook aan een slimme side gig of passieve inkomsten, zoals verhuur of royalty’s.
Cruciaal is dat je de volledige prijs van een overstap doorrekent. Verhuizen of verder reizen kost geld, tijd en energie; een nieuwe werkgever betekent opnieuw reputatie opbouwen en meer baanonzekerheid, zeker als je als ‘laatste binnen’ ook ‘eerste eruit’ kunt zijn. Nederlandse cijfers laten zien dat werknemers inmiddels iets terughoudender zijn geworden om te switchen, juist nu de spanning op de arbeidsmarkt wat afneemt.
De kern: soms is vertrekken de enige realistische optie. Maar wie een baan heeft die inhoudelijk klopt, doet er verstandig aan eerst alles uit die baan te halen – financieel, organisatorisch en creatief – vóórdat hij die inruilt voor een hoger loonbriefje.
Portugal head coach, who describes the country as a ‘football school’, explains why he is ready to take risks in pursuit of World Cup glory
‘You get there and the mountain is so big, you have no objective other than survive.” It was summer 1995, Roberto Martínez was 21, he had made one brief appearance for Real Zaragoza and just completed military service while playing regional football back in his home town of Balaguer. A complete unknown, he was heading to Wigan, wherever that was, and didn’t speak a word of English. He was also heading to the Third Division, where whatever they played it wasn’t football, not as he knew it. “There is fear: ‘No,’” he says. “But my attitude was always: ‘Why not?’”.
Martínez now stands in the hallway at the Portuguese federations’s base in Oeiras near Lisbon, arms out in a warm welcome. Trophies sit in cases, the Nations League the latest addition. Only one cup is not there, which is why Martínez is. Seventy-five days until the World Cup starts, he takes Portugal into their final pre-tournament international break with matches against two of the co-hosts, Mexico and the United States. The man whose favourite goal was against Scunthorpe at Springfield Park leads a team who are among the favourites to triumph this summer, willing to dream precisely because he never dreamed any of this.
Continue reading...Do we really need a McDonald’s CEO fronting ads or a Gianni Infantino Panini sticker? No. But in the age of Trump, the boss class feels emboldened
A few weeks ago, the CEO of McDonald’s appeared in a video sampling the chain’s new “Big Arch burger”. In the clip, Chris Kempczinski, or “Chris K” as he casually calls himself, labelled it a “product”, matching the sterile tone of the review – all harsh lighting, corporate office backdrop and an awkward man talking and eating while wearing a shirt fitting uneasily under a light wool V-neck.
Why would McDonald’s, with its huge marketing budget and commercial success, choose to platform this guy? His stilted efforts were mocked and memed, with executives at Burger King and Wendy’s posting their own versions – what fun. Inevitably some market watchers claimed it drove engagement and sales. But to me, it seems to be just the latest flagrant example of CEOism: when CEOs/founders/heads of organisations centre themselves in the action – just because they can.
Larry Ryan is a freelance writer and editor
Continue reading...