Hoe narcistische spektakelpolitiek – van Caligula tot Caracalla – een rijk uitholt, en waarom dat ongemakkelijk vertrouwd klinkt in het tijdperk van Trump en andere populisten.
We zien live van dag tot dag hoe de machtigste man van de wereld zijn verstand verliest. Dat was in Rome anders. Toen bestond X nog niet, maar op den duur merkte iedereen van de grens van Afghanistan tot diep in Engeland als de keizer geschift was geworden.
De Romeinen wisten al: wie loyaliteit hoger waardeert dan competentie, krijgt applaus op de korte termijn en chaos op de lange.
Een rijk dat grossiert in sterke mannen, cultus van de leider en permanente verontwaardiging – het klinkt als 2026, maar het was ook het Romeinse Rijk. Tussen competente bestuurders als Augustus, Trajanus en Antoninus Pius zaten keizers die de politiek veranderden in een spektakelshow waarin alles draaide om ego, imago en wraak
Trump vecht met de paus. Caligula benoemde zijn paard tot consul. Het lijkt op elkaar.
Caligula zette de toon: een heerser die de Senaat vernederde, zichzelf als levende god presenteerde en zelfs zijn paard als consul wilde opvoeren om te laten zien hoe overbodig de elite was. Nero cultiveerde zijn eigen genialiteit als dichter en muzikant, sloot de deuren van het theater zodat niemand zijn optredens kon verlaten en gebruikte na de grote brand van 64 de christenen als ideale zondebok. Het is de blauwdruk van moderne populisten: eerst chaos, dan de vijand aanwijzen, bij voorkeur een kwetsbare minderheid.
Trump is geestelijk gestoord, maar van de Romeinen kunnen we leren dat de staat dan niet meteen instort.
Commodus maakte van de arena zijn podium en van de politiek een decorstuk. Hij ensceneerde overwinningen door zieke dieren en weerloze tegenstanders af te slachten, terwijl hij de stad naar zichzelf wilde omdopen – Colonia Commodiana – en triomfbogen liet bouwen voor successen die eigenlijk van zijn vader waren. Caracalla kocht de loyaliteit van het leger met loonsverhogingen en massale donativa, financierde dat door het muntgeld te verslechten en Romeins burgerschap vooral fiscaal te vermarkten. De Constitutio Antoniniana leek idealistisch, maar leverde vooral nieuwe belastingbetalers op.
Opvallend is hoe herkenbaar hun repertoire is: het verdacht maken van instituties, het vervangen van ervaren bestuurders door persoonlijke loyalisten, het voortdurend herschrijven van de werkelijkheid tot een “fake win”. De Romeinen zagen hoe een rijk kan afglijden als leiders de lange termijn inruilen voor applaus op de korte termijn: burgeroorlogen, uitgeholde instituties en een publieke sfeer die vooral draait om spektakel. Hun geschiedenis leest als een vroege waarschuwing voor democratieën die vandaag flirten met sterke mannen die meer van de camera houden dan van de grondwet.