hiroki.sato has added a photo to the pool:
Lead: Nederlanders werken minder uren per week dan welke andere EU-burger ook — en dat is geen tijdelijk verschijnsel. Verse Eurostat-cijfers laten zien dat de Nederlandse werkweek gestaag korter is dan die van Griekenland, Polen en zelfs Duitsland. Voor sommigen het bewijs van een geslaagd welvaartsmodel met ruimte voor zorg, hobby's en zingeving. Voor anderen een gevaarlijke productiviteitsval in een vergrijzend land met chronische arbeidskrapte. Wie heeft gelijk?
Eurostat publiceerde op 27 mei 2026 een nieuwe analyse over feitelijk gewerkte uren in de EU. De conclusie: de gemiddelde Europese werkweek is bijna 36 uur — maar het verschil tussen lidstaten is fors ( Eurostat).
| Land | Feitelijk gewerkte uren per week (20-64 jaar) |
| 🇬🇷 Griekenland | 39,8 |
| 🇷🇴 Roemenië | 39,5 |
| 🇵🇱 Polen | 39,3 |
| 🇧🇬 Bulgarije | 39,0 |
| 🇧🇪 België | 36,7 |
| 🇪🇺 EU-gemiddelde | 36,1 |
| 🇩🇪 Duitsland | 34,0 |
| 🇦🇹 Oostenrijk | 33,6 |
| 🇳🇱 Nederland | 32,2 |
| Land | Aandeel deeltijdwerkers |
| 🇳🇱 Nederland | 38,6% |
| 🇦🇹 Oostenrijk | 30,7% |
| 🇩🇪 Duitsland | 28,9% |
| 🇪🇺 EU-gemiddelde | 17,1% |
Met 32,2 uur per week werken Nederlanders bijna 8 uur per week minder dan Grieken — over een heel werkjaar scheelt dat ruim 400 uur, oftewel tien volle werkweken. CBS-cijfers over Q4 2025 bevestigen het beeld: de gemiddelde arbeidsduur in Nederland ligt op 32,0 uur ( CBS).
De verklaring zit niet in luiheid maar in deeltijdwerk. Nederland is wereldwijd lijstaanvoerder: 38,6% van de werkenden werkt in deeltijd, tegenover een EU-gemiddelde van 17,1% ( Eurostat via Trading Economics).
| Land | Feitelijk gewerkte uren per week (20-64 jaar) |
| 🇬🇷 Griekenland | 39,8 |
| 🇷🇴 Roemenië | 39,5 |
| 🇵🇱 Polen | 39,3 |
| 🇧🇬 Bulgarije | 39,0 |
| 🇧🇪 België | 36,7 |
| 🇪🇺 EU-gemiddelde | 36,1 |
| 🇩🇪 Duitsland | 34,0 |
| 🇦🇹 Oostenrijk | 33,6 |
| 🇳🇱 Nederland | 32,2 |
| Land | Aandeel deeltijdwerkers |
| 🇳🇱 Nederland | 38,6% |
| 🇦🇹 Oostenrijk | 30,7% |
| 🇩🇪 Duitsland | 28,9% |
| 🇪🇺 EU-gemiddelde | 17,1% |
Het is vooral een Nederlands vrouwen-fenomeen: volgens Eurostat werken Nederlandse vrouwen in voltijd gemiddeld 35,2 uur — de kortste voltijdweek van de EU. Bij mannen werkt voltijd op 38,8 uur (gelijk aan Zweden).
Voorstanders zien in de korte werkweek de kern van het Nederlandse succesmodel. Drie sterke argumenten:
1. Werk-privébalans als wereldrecord. Nederland staat al jaren bovenaan de OESO Better Life Index op werk-privébalans. Slechts 0,4% van de Nederlandse werknemers maakt zeer lange uren — tegenover 10% in Japan en 8% in Turkije.
2. Hoge arbeidsparticipatie. Juist omdat deeltijdwerk de norm is, werken meer Nederlanders überhaupt. De arbeidsparticipatie ligt boven 82%, een van de hoogste in de EU. Wie geen 40 uur kan of wil draaien, hoeft niet thuis te blijven.
3. Vrouwen op de arbeidsmarkt. Het deeltijdmodel maakte het mogelijk dat Nederlandse vrouwen massaal de arbeidsmarkt opkwamen vanaf de jaren tachtig — zonder de Scandinavische uitbouw van kinderopvang.
Maar de andere kant van het verhaal wordt steeds harder hoorbaar. Nederlanders zijn per uur enorm productief — volgens OESO-data produceert een Nederlandse werknemer in één uur 94 dollar aan bbp, een van de hoogste cijfers ter wereld. Maar omdat er zo weinig uren worden gewerkt, blijft de output per persoon op jaarbasis achter bij landen waar harder doorgepakt wordt.
Belangrijker nog: de groei van die productiviteit hapert. Het CBS waarschuwde in oktober 2024 al dat Nederland qua productiviteitsgroei achterloopt op andere OESO-landen ( CBS). De OESO sluit daarbij aan in zijn Economic Survey 2025, met expliciete aanbevelingen om het deeltijdmodel te heroverwegen.
Hier wringt het. Nederland kampt met structurele arbeidskrapte in zorg, onderwijs, techniek en defensie. Het CBS rekent erop dat de beroepsbevolking de komende decennia nauwelijks groeit, terwijl de zorgvraag explodeert. Wie de wachtlijsten in de ggz wil korten, het onderwijs op niveau wil houden en het defensiebudget naar 2,8% bbp wil tillen, heeft één goedkope oplossing achter de hand: Nederlanders die nu drie of vier dagen werken, een dag extra laten draaien.
Een hypothetisch rekenvoorbeeld: zouden alle Nederlandse deeltijders één uur per week extra werken, dan komen daar zonder iemand nieuw aan te trekken honderdduizenden voltijdsequivalenten bij. De Tweede Kamer debatteert al jaren over hoe je dat fiscaal stimuleert — zonder doorbraak.
De internationale vergelijking is leerzaam. Duitsland kent ook relatief korte werkweken (34,0 uur), maar daar dwingt de vergrijzing en industriële krimp het debat over een 42-urige weeknorm af. In Frankrijk ging de discussie de andere kant op: de 35-urige werkweek werd politiek heilig, maar productiviteit per uur zakt al jaren. Denemarken combineert relatief korte uren met hoge productiviteit dankzij massale digitalisering en flexicurity.
Het meest interessante contrast biedt Polen (39,3 uur): hoge urenaantallen drijven de bbp-groei op, maar werknemers raken oververmoeid en burn-outcijfers stijgen. Lange uren zijn dus geen panacee.
Is de korte Nederlandse werkweek een geslaagd cultureel project of een economische luxe die we ons in een vergrijzend land niet meer kunnen veroorloven? Het antwoord ligt waarschijnlijk in beide. Nederland heeft met deeltijdwerk een unieke balans gevonden die in welvaartsstatistieken en geluksrapporten consequent bovenaan staat. Maar dezelfde balans kost groeipotentie op het moment dat het land elke hand keihard nodig heeft.
De ECB en OESO zijn duidelijk in hun advies: Nederland moet de uren omhoog. Maar wie wil de eerste politicus zijn die tegen de Nederlandse mama-vrijdag zegt: tijd om langer te werken?
Nederland werkt het minst van Europa, en doet dat opvallend bewust. Het deeltijdmodel is geen ongeluk maar een culturele en fiscale keuze die ons hoog laat scoren op tevredenheid, gendergelijkheid en werk-privébalans. De prijs wordt langzaam zichtbaar: stagnerende productiviteit, structurele krapte en een groeiend Europees adviespanel dat ongerust hoofdschudt. De komende jaren zal de Nederlandse polder moeten uitvinden of de 32-urige werkweek een succesmodel blijft — of dat het tijd is om de drempel naar voltijd te verlagen.
Het is een belangrijke dag voor de alternatieve coronacommissie die eigen onderzoek doet naar het handelen van onder andere het outbreak management team en de regering van 2020 tot 2023. De commissie, bestaande uit onder anderen Willem Engel, rapper K.A.F.K.A. en Famke Louise begint vandaag onaangekondigd met zijn verhoren.
“Eerst is die Koopmans aan de beurt”, gromt Willem Engel. “Daarna die corrupte Van Dissel”, voegt K.A.F.K.A. toe. “Ik neem Gommers wel voor mijn rekening”, besluit Famke Louise. Naar eigen zeggen wil de alternatieve commissie dolgraag antwoorden op vragen als: wat heeft het OMT gedaan tegen de kwaadaardige en bloeddorstige elites die ons volk willen onderwerpen aan pedofielen, waarom hebben we de regering toegestaan om ons massaal te infecteren met giftige vaccinaties die tot doel hebben iedere Nederlander te onderdrukken en waarom is er nog steeds niets gedaan aan chemtrails?
“De onderste steen moet boven”, vindt Tim Douwsma, die ook onderdeel uitmaakt van de commissie. “Vandaag krijgen we eindelijk antwoorden, vluchten kan niet meer”, laat hij weten met een geheimzinnige blik. De verhoren vinden plaats bij de ondervraagden thuis, waar de voltallige commissie zich met brandende fakkels zal verzamelen. Rapper K.A.F.K.A. uit zijn beschuldigingen in rijmvorm. Wederhoor is volgens de commissie niet nodig, omdat Nederlanders echt niet dom zijn ofzo.
FvD-er Pepijn van Houwelingen reageert verheugd op Twitter: “We hebben er lang op moeten wachten, maar het is fijn en heel welkom dat de tribunalen vandaag eindelijk van start gaan.”
&
Ian Hughes is boosting one of Europe’s most at-risk species with science, his sons and some homemade T-shirts
Ian Hughes and his son, Ben, are driving through the hills of north Wales with an array of homemade animal artefacts rattling around their car: diagrams, plaster casts, hand-printed T-shirts. They finally reach Llyn Tegid – Bala Lake in English – where, knee-deep in the water, Ian brandishes two glutinous snails.
It is a mollusc the size of a fingertip. It is also one of Europe’s most endangered species, which Ian has dedicated himself to protecting. “It’s beyond passion,” he says. “It’s an obsession.”
Continue reading...