Wat jarenlang onmogelijk leek, gebeurt nu ineens wél: jonge kopers veroveren massaal de woningmarkt. Niet omdat het wonen plots betaalbaar is geworden, maar omdat investeerders hun huurhuizen in rap tempo van de hand doen. Dit veroorzaakt een recordaantal verkochte appartementen, waarbij opvallend veel starters hun kans grijpen.
Volgens cijfers van het Kadaster steeg de verkoop van appartementen vorig jaar met bijna 25 procent ten opzichte van het jaar ervoor. In de laatste drie maanden van 2025 wisselden zelfs 67.200 woningen van eigenaar, een absoluut record. Daar zaten niet alleen appartementen bij, maar ook meer tussenwoningen en rijtjeshuizen dan in eerdere jaren.
De oorzaak ligt bij beleggers die afhaken. Door de Wet betaalbare huur is het rendement op verhuur gedaald. Zodra een huurder vertrekt, is verkopen vaak lucratiever dan opnieuw verhuren, zeker nu de huizenprijzen zo hoog staan. Die zogenoemde uitpondgolf begon al in 2023 en werkt nog steeds door.
“Investeerders hebben 15 procent van alle woningverkopen gedaan in de eerste negen maanden van vorig jaar”, zegt woningmarktexpert Matthieu Zuidema van het Kadaster tegen Nu.nl. Zonder deze verkoopdrift “hadden we een heel normaal woningjaar gehad”, stelt hij. Details over het laatste kwartaal volgen nog, maar de trend is duidelijk.
Vooral starters profiteren. In de eerste negen maanden van het jaar werd het merendeel van de woningen gekocht door jonge kopers. Nog nooit waren zoveel huizenkopers jonger dan 35 jaar. Jarenlang werd de markt gedomineerd door doorstromers en beleggers.
Dat investeerderswoningen gemiddeld goedkoper zijn, helpt. In het derde kwartaal lagen deze huizen zo’n 130.000 euro onder de prijs van andere woningen. Gemiddeld verkochten beleggers hun pand voor 384.000 euro.
De effecten verschillen sterk per regio. In Noord-Holland, waar veel beleggers actief zijn, stegen de prijzen minder hard. In Amsterdam bleef de stijging beperkt tot 3,6 procent. In Drenthe, waar beleggers nauwelijks een rol spelen, gingen huizen juist 11 procent in prijs omhoog.
Gemiddeld kostte een huis bijna 500.000 euro. In Amsterdam krijg je daar meestal een appartement van minder dan 60 vierkante meter voor. In goedkopere gemeenten maak je met dat bedrag nog kans op een vrijstaande woning of een ruime twee-onder-een-kapper van zo’n 170 vierkante meter. De woningmarkt blijft scheef, maar voor starters met eigen geld is de deur verder open gaan staan.
Bron: Nu.nl