Wel.nl

Minder lezen, Meer weten.

Verkeersboete minder omhoog bij niet-betalen, vinden PRO en CDA

DEN HAAG (ANP) - Wie een verkeersboete niet op tijd betaalt, moet daar minder hard voor worden bestraft, vinden PRO en CDA. Op dit moment kan de boete voor wanbetalers oplopen tot maximaal drie keer het oorspronkelijke bedrag. Tweede Kamerleden Fatihya Abdi (PRO) en Jeltje Straatman (CDA) willen die verhogingen halveren.

In een initiatiefnota vatten de twee Kamerleden kritiek op het boetestelsel samen die de afgelopen jaren vaker klonk. In plaats van verkeersveiligheid waren gaten in de begroting aanleiding om boetebedragen te verhogen. Verkeersboetes zijn harder gestegen dan boetes in het strafrecht. "Daar waar een kleine verkeersovertreding in 1990 tot een verkeersboete leidde van (omgerekend) €68,06, moet diezelfde persoon daarvoor in 2026 €490 aftikken."

De staatskas zou door de ingreep naar schatting jaarlijks 46 miljoen euro mislopen. Dat bedrag willen Abdi en Straatman ophalen door boetes voor "verkeershufters" te verhogen. Het gaat hen onder meer om snelheidsovertredingen en rijden onder invloed. Bij niet-betalers in het strafrecht moeten de boetes juist omhoog.


Doden en gewonden door droneaanval op markt in Soedan

NYALA (ANP/AFP) - Zeker 21 mensen zijn om het leven gekomen bij een droneaanval op een markt in het Soedanese Nyala. Dat melden een medische bron en getuigen aan persbureau AFP. Een veertigtal personen raakte gewond.

De aanval vond volgens een inwoner van de stad maandagavond plaats. Er zouden vaak strijders van de paramilitaire RSF op de markt rondlopen.

Nyala wordt gezien als feitelijke hoofdstad van die groep, die in de burgeroorlog vecht tegen het Soedanese leger. Onduidelijk is hoeveel van de slachtoffers daadwerkelijk RSF-strijders zijn.

Drones

Tijdens het conflict, dat in 2023 begon, worden op grote schaal drones ingezet. De RSF zou dinsdag zelf een droneaanval hebben uitgevoerd op de energiesector in hoofdstad Khartoum.

Een dag eerder was de energievoorziening in andere delen van het land verstoord door aanvallen met onbemande toestellen. De VN hebben gewaarschuwd dat dergelijke aanvallen ook de burgerbevolking treffen.


Arcadis leidt sanering PFAS-vervuiling 3M in Belgisch Zwijndrecht

AMSTERDAM (ANP) - Het Nederlandse advies- en ingenieursbureau Arcadis helpt industrieconcern 3M bij het saneren van het met PFAS vervuilde gebied rondom een fabriek in het Belgische Zwijndrecht. Arcadis heeft de opdracht binnengehaald om het hele project te coördineren namens 3M, maakte het bedrijf bekend.

PFAS, voluit poly- en perfluoralkylstoffen, is een groep chemische stoffen die amper afbreken en zich kunnen ophopen in de natuur en ons lichaam. Op de lange termijn kan dat gevaarlijk zijn voor het milieu en de gezondheid.

Jaren geleden kwam aan het licht dat de grond in Zwijndrecht verontreinigd is als gevolg van vervuiling door 3M. Binnen het project dat Arcadis nu gaat leiden, worden tuinen, landbouwgrond, natuurgebied en recreatiegebieden gesaneerd. In de eerste fase wordt de bovenste laag van tuinen bij ongeveer vierhonderd woningen afgegraven en vervangen door schone grond.

Arcadis maakte niet bekend hoeveel geld met de opdracht is gemoeid.


Rijnmond - Nieuws

Het laatste nieuws van vandaag over Rotterdam, Feyenoord, het verkeer en het weer in de regio Rijnmond

Van hulp bij puinruimen tot dé verdachte: vandaag uitspraak in zaak dodelijke explosie Schammenkamp

De rechtbank Rotterdam doet vandaag uitspraak in het Schammenkamp-proces. Tegen verdachte Jalal O. (37) is zeven jaar cel geëist. Het Openbaar Ministerie is ervan overtuigd dat hij in een woonwijk in Rotterdam-Zuid een drugslab runde en schuld heeft aan de explosie die drie mensen het leven kostte. O. zelf ontkent. Is hij een man met twee gezichten?

Van hulp bij puinruimen tot hoofdverdachte: vandaag uitspraak in dodelijke explosie Schammenkamp

De rechtbank Rotterdam doet vandaag uitspraak in het Schammenkamp-proces. Tegen verdachte Jalal O. (37) is zeven jaar cel geëist. Het Openbaar Ministerie is ervan overtuigd dat hij in een woonwijk in Rotterdam-Zuid een drugslab runde en schuld heeft aan de explosie die drie mensen het leven kostte. O. zelf ontkent. Is hij een man met twee gezichten?

Paard staat hele nacht in woonwijk, omwonenden bellen 112: 'Hij breekt de hele trailer af'

Agenten hebben afgelopen weekend een verwaarloosd paard bevrijd uit een trailer die midden in een woonwijk stond in Rotterdam-Zuid. Het dier zou "de hele trailer afbreken", schrijft de politie op sociale media.

Ius Mentis

Internetrecht door Arnoud Engelfriet

AI-check zit er zelden naast bij tekstbeoordeling: ‘Geen bewijs in rechtszaken’

AI-detectietools werken “vaak” goed, al adviseren deskundigen om er niet te snel conclusies aan te verbinden. Dat bracht Nu.nl onlangs. Werkt Pangram inmiddels zó goed dat een schrijver moet bewijzen dat hij zijn werk zelf geschreven heeft?

Het artikel is een reflectie op de X-berichten van premier Jetten, die met AI geschreven zouden zijn. Dat zou blijken uit Pangram-analyses.

Maar de tool geeft nooit 100 procent zekerheid, meldt Pangram zelf ook. “Pangram claimt dat 0,0041 procent van de gecheckte teksten niet klopt. Bij miljoenen checks zijn dat nog steeds honderden teksten die ten onrechte worden aangemerkt als AI”, benadrukt [AI-lector Stefan] Leijnen. “Laat ik het zo zeggen: in een rechtszaal zou de uitkomst van alleen Pangram geen stand moeten houden.”
Die 0,0041% is het aantal vals positieven, het percentage menselijke teksten dat ten onrechte als AI werd geclassificeerd. Maar dat is niet hetzelfde als “niet klopt”, want het percentage gemiste AI-teksten is 0,3396%.

Belangrijker: het is niet een continu bijgewerkte kwaliteitsindicator, maar een onderzoek op één miljoen menselijke Engelstalige teksten uit een verzameling van vóór 2022. Daarvan werden er 41 ten onrechte als AI aangemerkt. Ander onderzoek laat dan weer wel zien dat Pangram hier best robuust functioneert (oudere versies, dat wel).

Ik ben erg huiverig over AI-detectoren, omdat hun fouten grote impact hebben. Het systeem zegt “dit is met AI geschreven” en jij moet je concepten, tussenversies en schetsen gaan opduikelen. En dan moet je iemand die al denkt “AI slop prutser” gaan overtuigen dat je het wél zelf gemaakt hebt.

Op zich zijn deze getallen (en de focus op minimale vals positieven) veelbelovend. Je zou kunnen zeggen: we nemen dit als aanwijzing. We gaan dan weerwoord vragen van de auteur; laat maar zien hoe dit werk tot stand komt, onderbouw dat het eigen werk is. Misschien heeft hij zijn manuscript uitgebreid met AI laten redigeren, misschien is er een andere verklaring voor de uitslag. De organisatie hoeft niet blind op zijn ontkenning te vertrouwen, maar moet wel open staan voor de input.

Een reden om hier als jurist desondanks moeite mee te hebben, is dat dit geautomatiseerde besluitvorming is. Pangram zegt “dit is AI tekst” en we vragen de student te bewijzen van niet. Daar moet van de AVG dan betekenisvolle menselijke tussenkomst bij, en dat is meer dan een docent die er ook naar kijkt en zegt “ja, ik heb hier een neus voor, dit is AI”.

Bij zaken als niet-bestaande referenties is dat nog wel mogelijk, maar wat als het puur om stijl en taalgebruik gaat? Wat kun jij dan doen dat Pangram niet al deed, en hoe onderbouw je “volgens mij komt dit inderdaad uit AI” (behoudens de watermerken).

Dat laatste is ook weer van belang: bij geautomatiseerde besluitvorming heeft de student recht op uitleg. Waarom besloot het systeem dat deze tekst 95% AI was? Welke factoren wogen daarin mee? En kun jij dat duiden op een manier dat die uitleg beklijft?

Bovendien, wat moet die student dan laten zien? Ik begeleid regelmatig studenten die gewoon een Word-document openen, beginnen met typen en na een paar dagen hun eindversie inleveren. Ze bewaren geen aparte kladjes of schetsen, want waarom zouden ze? We leren ze ook niet dat ze dat moeten doen. En wat is eigenlijk een kladje bij een tekst? Een eerste alinea die je daarna volledig hebt herschreven? De drie steekwoorden waarmee je begon? Een gedachte die je onder de douche kreeg?

Neem deze blog. Stel dat Pangram concludeert dat deze volledig door AI is geschreven. Wat zou ik dan moeten overleggen om het tegendeel aannemelijk te maken? Ik heb een eerste versie geschreven en daarover met ChatGPT gediscussieerd. Dat leverde nieuwe argumenten en tekstvoorstellen op, waarvan ik sommige wel en andere niet heb gebruikt. Met deze conversatie kan ik een deel van dat proces reconstrueren. Maar die laat niet zien welke gedachten ik al eerder had, en bewijst ook niet wie iedere afzonderlijke formulering bedacht.

Wat mij stoort, is de eenzijdigheid. Zodra we AI-gebruik vermoeden, vallen grote woorden als fraude, gaan we streng voor de student zitten en verlangen we bewijs van eigen werk. Maar ondertussen leren we studenten nauwelijks hoe ze wél verantwoord met AI kunnen werken, waar de grens ligt tussen ondersteuning en uitbesteden, en hoe ze hun eigen bijdrage zichtbaar kunnen maken. We stellen steeds hogere eisen aan het bewijs van eigen werk, zonder het onderwijs daarop in te richten.

Als we mensen willen afrekenen op ongeoorloofd AI-gebruik, moeten we ze ook leren hoe geoorloofd AI-gebruik eruitziet.

Arnoud

Het bericht AI-check zit er zelden naast bij tekstbeoordeling: ‘Geen bewijs in rechtszaken’ verscheen eerst op Ius Mentis.

Yurakucho, October 2023.

mikeleonardvisualarts posted a photo:

Yurakucho, October 2023.

Sargasso

Hopeloos Genuanceerd

Hoe staat het met de ‘vierde macht’?

COLUMN - van Prof.Mr. Roel Bekker

In 1969 trok Crince le Roy veel aandacht met zijn inaugurele rede als lector waarin hij de ambtelijke dienst beschreef als ‘de vierde macht’, naast de gebruikelijke drie machten van Montesquieu. Het betoog sloot aan op de al bestaande kritiek op ambtenaren. De ambtelijke dienst was bureaucratisch, wat niet meer de positieve klank had van Weber maar stond voor langzaam en inefficiënt werken, met veronachtzaming van de burger. De ambtelijke dienst was ook conservatief, eigengereid en op zichzelf gericht, waardoor politici het gevoel hadden voortdurend tegengewerkt te worden in hun ambitieuze plannen. Ambtenaren waren een bedreiging voor het politieke primaat.

De lijst van bezwaren tegen de vierde macht was nog veel langer en ging er zeker bij de politiek in als koek. De reactie was duidelijk: de politici vonden dat de ambtelijke macht moest worden verminderd en dat die meer bij hen moest liggen. Dat werd daarna steeds meer de lijn, vanaf de jaren 90 onderstreept met maatregelen als de Oekaze-Kok [1] waarbij ambtenaren nog eens werd ingeprent dat niet zij maar politici het gezicht van de overheid waren. Of de Balkenendenorm [2], inhoudende dat de minister in het publieke domein het hoogste salaris moest hebben. Met als onvermijdelijk gevolg dat voor toptalent geen marktconforme salarissen meer konden worden geboden. In wervingsadvertenties werd meer en meer gezocht naar ambtenaren met politieke gevoeligheid. Alsof dat niet vooral een eigenschap is die politici zélf moeten hebben. Topambtenaren werden bovendien in hun functie op termijn gezet. Maximaal zeven jaar en liefst korter, dan konden ze de zaken niet meer naar hun hand zetten, zo was het idee. De politiek ging op haar beurt zichzelf gaandeweg versterken. Er kwamen meer bewindslieden en die kregen bovendien een groeiende ‘bontkraag’ [3], met door henzelf benoemde politieke assistenten voor ondersteuning van hun steeds meer actiegerichte politieke werk. [4]

Hoe is dit uitgepakt? Niet in alle opzichten positief, om het maar vriendelijk te zeggen. De politiek-ambtelijke verhoudingen staan al geruime tijd onder druk. De politiek is steeds ‘politieker’ geworden, de ambtenaren ambtelijker en voorzichtiger. Het gat tussen beide is groter geworden, en het gedeelde gebied – het bestuur – is de dupe. [5] Er is ontegenzeggelijk sprake van kwaliteitsverlies, dat deels wordt gecompenseerd door jaarlijks inmiddels voor meer dan € 3 miljard externen in te huren voor wie de Balkenendenorm niet geldt. Het politieke systeem is de laatste 10 jaar op hol geslagen, met in hoog tempo wisselende bewindspersonen. De ambtelijke dienst – loyaal als zij nog steeds is – loopt daar hijgend achteraan. Met een steeds groter wordend ambtelijk apparaat als gevolg. Tegelijk is het bij die snel wisselende ministers van tegenwoordig natuurlijk een zegen dat er nog een stevig ambtelijk apparaat is dat in ieder geval de noodzakelijke dingen op gang houdt en al te gekke ontsporingen kan voorkomen. Maar gezamenlijk werken aan innovatie van het bestuur? Ik wou dat het waar was.

Hoe komen we hieruit? Dat zal niet gemakkelijk zijn, temeer daar het geen uniek verschijnsel is, veel landen kampen met exact hetzelfde. Roepen dat de overheid slagvaardiger moet worden, is niet een echte oplossing. Drastisch bezuinigen zonder precies aan te geven wat dan minder of niet gedaan moet worden, evenmin. Wat dan wel?

Voorop staat: er moet vertrouwen zijn dat men elkaars rol kent en respecteert. En acceptatie dat het gaat om een gezamenlijk probleem dat gezamenlijk aangepakt moet worden. Er moet ruimte worden gegeven aan de ambtelijke dienst om vastgesteld beleid uit te voeren, en dan beleid dat uitvoerbaar is. De ambtelijke dienst moet weer een gezicht krijgen, van stevige ambtenaren die nee durven te zeggen. Experts naar wie geluisterd wordt, en dan niet alleen door de minister. Experts die zichtbaar verantwoordelijkheid dragen. Ik heb er al vaker voor gepleit dat de jaarverslagen van de ministeries waarin staat wat er met de beschikbaar gestelde middelen is gedaan, niet door de minister maar door de SG worden ondertekend. Dat zal er ongetwijfeld toe leiden dat die stukken meer betekenis krijgen. Topambtenaren moeten verantwoordelijk zijn voor de prestaties van hun eenheden. En tevens voor betere samenwerking en dienstverlening. Minder topambtenaren, maar dan wel zwaargewichten, die volgens professionele en niet volgens politieke normen worden beloond.

De ambtelijke dienst moet bestaan uit loyale en deskundige ambtenaren. The best and the brightest [6], het moet een eer zijn om bij het rijk te werken. Activistische ambtenaren die in het openbaar protesteren tegen politieke beleidsstandpunten horen hier niet bij, zij ondermijnen het vertrouwen van politiek en samenleving in de ambtelijke dienst. Ambtenaren zijn geen politici, het vak van ambtenaar is om hoogwaardig advies te geven en te zorgen voor goede uitvoering van beleid, niet om deel te nemen aan politieke debatten.

Gaat dat gebeuren? De voortekenen zijn niet gunstig, want de politiek is nog volop bezig met enerzijds zichzelf en anderzijds door de (sociale) media opgestookte korte-termijn-probleempjes. Versterken van de ambtelijke dienst is daarbij niet echt een prioriteit, als ik het goed zie. Maar de ambtelijke dienst kan zelf ook veel. Die kan initiatieven nemen om te komen tot een dienst die beter aansluit op de wensen van samenleving en politiek. Een loyale, stevige, efficiënte en deskundige ambtelijke dienst: een essentieel element in het goed functioneren van de trias politica. Montesquieu had het zelf kunnen bedenken!

Noten:

[1] Aanwijzingen (van de minister-president) inzake externe contacten van rijksambtenaren.
[2] Later terechtgekomen in de Wet normering topinkomens (WNT)
[3] Een term van prof. dr. Roel Nieuwenkamp. Zie zijn boek: Schaduwpolitici, bontkragen en blokkendozen (CAOP, 2013).
[4] In andere landen had je hetzelfde. Bekendste voorbeeld: de Engelse serie ‘Yes, Minister!’ Door velen trouwens niet gezien als komische serie maar als documentaire.
[5] Zie mijn oratie van 2009: ‘Liaisons dangereuses’ (Universiteit van Leiden).
[6] David Halberstam, The Best and the Brightest, Penguin Books, 1972.


Dit artikel verscheen eerder bij het Montesquieu Instituut. Roel Bekker is voormalig SG bij het rijk en voormalig bijzonder hoogleraar Arbeidsverhoudingen publieke sector. </em

The Guardian

Latest news, sport, business, comment, analysis and reviews from the Guardian, the world's leading liberal voice

The pest I’ll never forget: the rats stood six or seven deep on the lawn beside my dormitory

All it took was one or two careless teenage girls giving the vermin a taste of their snacks and they became the most well-fed animals imaginable

I’ve written a fair amount about my boarding school years in Nigeria in the 90s, but never about the rats that accompanied my school experience. Picture it: thousands of girls from across the country, each bearing a suitcase or two of a term’s worth of “provisions” – cornflakes, sugar cubes, powdered milk, hot chocolate powder, and so on. All it took was one or two careless girls giving the rats a taste of the exotic and they became among the most well-fed rats in the country, enjoying a steady stream of delicious teenage-girl snacks.

I will never forget the sight of rats – six or seven deep – congregating at dusk on the scraggly lawn next to my dormitory, like an illegal gathering of political dissidents. They were large (what with their rich diet), thick tails twitching, noses pushed together, damn near whispering. At first, they would scatter when humans approached. Then we had to clap and stomp to get them to shift. Like the proletariat, the rats began to understand their power, and stand their ground. They were no longer pests but now a sort of predator. If this sounds like the beginning of a highbrow horror, that’s how it felt.

Continue reading...